Geplaatst door: Wij Maken Nederland wo 14 okt

BLOG Duurzaamheid, demografie en nieuwe economische dragers

Voor de leerlijn ‘Duurzaamheid en Demografie’ is gekozen voor een specifieke focus op hoe de energietransitie te realiseren is in gebieden met structurele bevolkingsdaling nu en/of in de komende decennia. Toen ik aan deze leerlijn begon, wist ik al veel over oorzaken en gevolgen van bevolkingsdaling en hoe lokaal, regionaal en nationaal beleid hiermee wel en niet zouden moeten omgaan. Ik wist veel minder over de energietransitie. Ik vroeg me ook af of de energietransitie niet een té nauwe en specifieke focus voor de leerlijn zou zijn, want duurzaamheid is toch zo veel meer dan alleen de energietransitie?

Intussen weet ik beter, want de energietransitie heeft met alle dimensies van duurzaamheid te maken en dat blijkt ook wel in deze leerlijn. In de eerste bijeenkomst, die ik helaas moest missen, stonden energiecoöperaties centraal als goed voorbeeld van ‘inclusieve energietransitie’. Tenminste, als het werkt zoals het zou moeten. Idealiter ontstaan energiecoöperaties van onderop, als initiatief van bewoners of lokale ondernemers, en zijn diverse lokale stakeholders vanaf het begin hierbij betrokken. Dan kunnen ze het uiteindelijke resultaat ook als ‘hun’ energie beschouwen, en verandert de rol van de overheid naar meer ondersteunend en faciliterend. Maar, zoals ook in de tweede (online) bijeenkomst over ‘nieuwe economische dragers’ bleek, dat lukt niet overal en niet met iedereen. Ralph van der Straten van Stadsregio Parkstad Limburg wees ons op een opmerkelijk verschil tussen zijn regio en Noord-Nederland. Terwijl in Noord-Nederland energiecoöperaties als paddenstoelen uit de grond schieten, wilde het in Parkstad Limburg niet echt lukken. Hier was toch wat meer aanmoediging van de overheid en milieuorganisaties nodig.

Ook bij andere projecten die in deze bijeenkomst werden besproken kwam de sociale dimensie van duurzaamheid nadrukkelijk in beeld. Burgers en lokale ondernemers worden actief uitgenodigd om deel te nemen in, en mee te denken over, projecten die bijdragen aan klimaatadaptatie en duurzame herontwikkeling van buurten. Zoals bijvoorbeeld in de projecten Superlocal in Kerkrade (onderdeel van de IBA Parkstad Limburg) en Treebeek in Brunssum, waarin geëxperimenteerd wordt met nieuwe vormen van circulair bouwen en herontwikkelen. Parkstad Limburg probeert ook zijn bewoners te ‘ontzorgen’ bij de installatie van zonnepanelen, en opent binnenkort in navolging van de regio Rotterdam-Haaglanden een ‘woonwijzerwinkel’ om bewoners op weg te helpen met het verduurzamen van hun woning.

De economische dimensie van duurzaamheid stond in deze bijeenkomst centraal. In hoeverre kunnen duurzaamheidsinitiatieven, gericht op energietransitie en/of andere duurzaamheidsdoelen, ook bijdragen aan het versterken van de lokale of regionale economie? En is dat anders in regio’s met bevolkingsdaling dan in regio’s met een groeiende bevolking? Bevolkingsdaling gaat vaak samen met sociaaleconomische problemen, die een extra uitdaging betekenen voor duurzaamheidsbeleid. Maar tegenover de uitdagingen en obstakels staan ook kansen. Duurzaamheid kan een potentiële arbeidsmarktmotor zijn, er kunnen banen en bedrijven uit ontstaan die er nu nog niet zijn. Verduurzamen van bestaande bouw en vanaf het begin duurzaam maken van nieuwbouw kost eerst veel, maar levert daarna ook veel op. Een belangrijk probleem hierbij is wel dat verduurzaming voor iedereen betaalbaar zou moeten zijn. Dat is moeilijk in regio’s met bevolkingsdaling, waar relatief veel bewoners tot de lagere inkomensgroepen behoren. Een specifiek probleem dat hier soms nog bij komt is als relatief veel bewoners een koopwoning hebben die ze moeilijk kunnen verkopen; ze zitten min of meer ‘gevangen’ in hun woning. Hoe maak je het ook voor die bewoners mogelijk en aantrekkelijk om in verduurzaming te investeren?

De voorbeelden van nieuwe economische dragers die besproken werden liepen qua schaalniveau (macro / meso / micro) en type project erg uiteen. Het ging bijvoorbeeld, naast de eerder genoemde voorbeelden, om sociale ondernemingen, het in stand houden van Nationale Landschappen, het verduurzamen van al bestaande economische dragers, het in stand houden van lokaal vervoer waar het openbaar vervoer verdwenen is, en slim hergebruik van leegstaande gebouwen en stukken grond. In gebieden met bevolkingsdaling en een vergrijzende bevolking neemt de behoefte aan functies als scholen en sportvelden af. Wat doen we met al die vrijkomende gebouwen en ruimte? Hierbij zijn soms ook slimme combinaties mogelijk.  Zo kan een in onbruik geraakt sportveld niet alleen een zonnepark worden, maar op hetzelfde stuk grond kunnen ook groenten of fruit geteeld worden waarmee ook nieuwe banen kunnen ontstaan. Of een gietwaterbassin van tuindersbedrijven kan tegelijkertijd ruimte bieden aan een drijvend zonnepark.

Geschreven door Marco Bontje

0 Reacties