Geplaatst door: Merel Ooms Onderzoeker en projectleider vr 20 jul

Boodschappen vanuit platteland en stad

Auteur: Maarten Hoorn en Merel Ooms van Platform 31

De regio krijgt aandacht in landelijke beleidsstukken, zo ook in de Nationale Omgevingsvisie (Novi). Expliciet aandacht voor kansen die liggen in verbinding tussen steden en plattelandsgebieden buiten ‘de regio’ is er nauwelijks. Het proces van de Novi is in volle gang, daarom organiseerde Platform31 op 11 juni 2018 een bijeenkomst in het kader van de ‘Verbinding tussen platteland en stad’ bij de gemeente Ede. Op basis van de vier prioriteiten binnen de Novi is gesproken over de kansen die verbinding tussen platteland en stad hebben om bij te dragen aan de nationale opgaven. En natuurlijk is besproken of Novi zorgt voor een grotere verwijdering tussen platteland en stad. De resultaten van de bijeenkomst zijn als input aangeboden aan het team van de Novi. Een algemene hartekreet is hierbij dat het platteland niet simpelweg dienend is aan de stad. Daar lijkt het nu soms op. De Novi moet niet ouderwets denken in het dualisme stad-platteland. Daarmee creëer je een tegenstelling die er niet is. In de praktijk is het veel meer verweven met elkaar.

 

Langetermijnvisie op de leefomgeving

Met de Nationale Omgevingsvisie (Novi) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De Novi zet een koers uit op een aantal urgente opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie en bereikbaarheid. Doel is te komen tot oplossingen waarbij de kwaliteit van de leefomgeving behouden en zoveel mogelijk versterkt wordt. Een team vanuit verschillende ministeries ontwikkelt deze visie, omdat de opgaven immers aan al deze ministeries raken. Zij betrekken hierbij vele maatschappelijke organisaties, belangenvertegenwoordigers, ondernemers, bewoners, overheden, onderzoekers en kennisinstellingen, universiteiten en hogescholen. De Novi stelt nu vier prioriteiten voor de leefomgeving met richtinggevende uitspraken per prioriteit. Deze uitspraken komen niet per definitie in de visie, maar zijn richtingen die worden verkend en gedeeltelijk in de visie kunnen landen.

 

Prioriteit 1: Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland

Om het economische groeipotentieel van Nederland duurzaam te benutten, is onder meer een richtinggevende uitspraak gedaan over de versterking van de agglomeratiekracht en aantrekkelijkheid van stedelijke regio’s. De vraag is echter of stedelijke regio’s de juiste term is. Juist de complementariteit tussen stad en platteland zorgt voor een duurzaam groeipotentieel. Wat is het onderscheidend vermogen van een regio? Het is van belang dat de Novi verschillen onderkent tussen regio’s en stimuleert dat niet alle gebieden hetzelfde gaan doen. Het woord ‘regio’ wekt hierbij soms verwarring. Het zal per vraagstuk verschillend zijn op welk schaalniveau het slim is om samen te werken. Als je een afvalstroom uit Rotterdam circulair wilt maken heb je misschien een partij nodig veel verder in het land, niet per se in de regio. Dat gebeurt meer in een ‘netwerk’ dan in een ‘regio’. Omdat innovatie vaak ontstaat op plaatsen waar schaarste is, is er op ‘het platteland’ veel innovatie te vinden die we op landelijk niveau kunnen omarmen. De opschaling naar productie loopt nu vaak spaak. Het platteland kan hierin een rol spelen.

© Platform 31

 

Prioriteit 2: Ruimte voor klimaat- en energietransitie

Om de energietransitie vorm te geven, richt een richtinggevende uitspraak zich op een voorkeursvolgorde in stedelijk gebied: eerst op daken, dan restgronden, dan zonnevelden in nabijheid woonomgeving. De opgave is echter zo groot, dat het niet gaat over óf in de stad óf op het platteland – in beide moet iets gebeuren (zowel op daken als op de grond) waarvan ook beide kunnen profiteren. Eén groep op het platteland die kan profiteren van de energietransitie zijn boeren wiens verdienmodellen onder druk staan. Zij kunnen soms meer verdienen met zonneakkers, waarbij projectontwikkelaars hen deals aanbieden. Het is echter onduidelijk wat er na de levensduur van de zonnepanelen gebeurt en of de grond er niet teveel onder lijdt.

Ook het aanwijzen van energielandschappen is een goed idee om zo grootschaliger energie op te wekken. Met het aanwijzen van energielandschappen moet wel voorzichtig om worden gegaan, aangezien dan in feite ook bepaald wordt waar het niet mag. Daarnaast moet echter meer ruimte geboden worden voor kleinschaligere nieuwkomers in de energiemarkt, zoals energiecoöperaties.

Om ruimte te maken voor klimaat- en energietransitie is het van belang om te kijken naar nieuwe interactie tussen platteland in stad, bijvoorbeeld in uitwisseling van reststromen. In Ede draait een biomassacentrale op restmateriaal uit het buitengebied. Op die manier wordt verduurzaming gekoppeld aan nieuwe verbindingen tussen platteland en stad. Daarnaast moeten we zuinig zijn op het platteland: voordat we denken aan het vol zetten van het land met zonnepanelen moeten we eerst kijken naar energiebronnen met minder landschappelijke impact, zoals waterstof, biomassa of getijdenenergie.

 

In de Novi kan een expliciet onderdeel worden opgenomen over experimenteerruimte bieden en zoeken naar alternatieve manieren waarop platteland en stad meer verbonden kunnen worden rond het thema energie.

 

Prioriteit 3: Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s

Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s is de derde prioriteit met richtinggevende uitspraken die zicht richten op verdichting, maar ook op de verstedelijking rondom bestaande of reeds geplande knooppunten. Aandachtspunt is dat dit niet te veel vanuit een ruimtelijke en economische benadering moet gaan, met te weinig oog voor de menselijke kant van deze opgave. De keuze voor verdichting moet niet alleen worden gemaakt vanuit het perspectief van agglomeratiekracht. Om de stad leefbaar te houden voor mens en natuur, moet je een grens stellen aan verdichten. Voor de leefbaarheid moet verdichting altijd gekoppeld zijn aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, en verdichting mag die kwaliteit niet verminderen. Dat gaat over fysieke kwaliteit (groen, schone lucht), maar ook over participatie en je betrokken voelen bij je leefomgeving.

Op sommige plekken in de stad moet je daarbij eerder ‘ontdichten’ om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Daarbij is het slim om nationale afstemming te organiseren tussen nieuwbouw in de Randstad en sloop in een aantal randgebieden. Platteland en stad kunnen bovendien meer verweven worden door meer groen in de stad. Dat de stad “steen” is en platteland “groen” is namelijk een te enge benadering. De stad heeft ook ruimte nodig voor natuur, water, etc. Groei en ontwikkelingen buiten de stad kunnen worden toegestaan als ze een bijdrage leveren aan opgaven als biodiversiteit, circulaire economie of ecologie. Voor mobiliteit is het van belang om niet uit te gaan van het huidige vervoersregime, maar rekening te houden met toekomstige mogelijkheden als zelfrijdende auto’s en ‘mobility as a service’. Mobiliteit verandert de verbinding tussen platteland en stad daarbij direct, wat als een richtinggevende uitspraak zou zijn: ‘Elke krimpregio is in 2030 in dertig minuten bereikbaar vanuit Amsterdam’?

 

Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Landbouw speelt een belangrijke rol in de verbinding tussen platteland en stad, door de directe link van productie en consumptie van voedsel. Deze verbinding kan versterkt worden als de rol van de landbouw wordt uitgebreid, bijvoorbeeld naar energie, klimaatadaptatie of in voorlichting over duurzaam voedsel. Wat de rol van landbouw kan zijn, verschilt daarbij ook per regio. Daarbij liggen er kansen in het leggen van verbinding door het eigenaarschap van het voedselvraagstuk uit te breiden naar andere groepen dan boeren. Bijvoorbeeld naar stadsbewoners door hen meer in contact te laten komen met de productie van voedsel op specifieke ontmoetingsplaatsen.

 

Voor de landschappelijke kwaliteit is er een keuze die samenhangt met de verdichting binnen prioriteit 3. Platteland en stad kunnen dichter tot elkaar komen als zij meer overeenkomsten hebben, maar aan de andere kant kun je ook juist de aantrekkelijkheid van het verschil benadrukken. Dat platteland echt platteland is met bijbehorende landschappelijke kwaliteit en een aantal aangewezen gebieden voor landbouw. De Novi moet leefbaarheid en een waardevolle leefomgeving benoemen als belangrijke waarden, waarbij gemeenten die begrippen kunnen invullen.

 

0 Reacties