1 reactie
Geplaatst door: Arnoud Lagendijk ma 23 nov

De betekenis van ICT binnen RO: veel hypes en veranderingen, maar ook oplossingen?

Wat betekent de digitale revolutie voor de ruimtelijke ordening? Deze vraag wordt vaak vertaald in: wat is het (te verwachten) ruimtelijk effect van digitale technologie? Dat levert doorgaans levendige beelden op over de kracht en reikwijdte van nieuwe technologie. Hier bewandelen we) een andere weg, gestoeld op kritische politieke geografie. Het vertrekpunt is niet de technologie, maar het huidige (institutionele) krachtenveld waarin RO zich bevindt en ontwikkelt. Welke ruimte biedt het krachtenveld voor nieuwe digitale toepassingen, en hoe ver reikt dat? Oftewel, als we wat nieuwe ICT stenen in de RO vijver gooien, zal dat echt meer teweeg brengen dan wat golven aan de oppervlakte?

Voor deze kritische analyse van het krachtenveld lopen we de belangrijkste RO domeinen langs: volkshuisvesting, werklocaties, landelijk gebied, verkeer & vervoer, en stedelijke ontwikkeling. Vanzelfsprekend kan, binnen de context van deze blog, alleen een grofmazige, indicatieve analyse worden gegeven. De belangrijkste les is dat de verandering van vertrekpunt, van technologie naar het institutionele krachtenveld, een heel ander, wat soberder beeld oproept.

Volkshuisvesting

Waar gangbare benaderingen de RO vooral een belangrijke rol toeschrijven in het voorzien in voldoende woonruimte, volgt vanuit een kritische benadering een ander accent. Een cruciale functie van de Nederlandse RO is namelijk de bescherming van woningen als beleggingsobject, door bouwgrond schaars te houden. Dit motief wordt verhuld achter andere ambities, namelijk om de open ruimte te beschermen, de woningvoorraad secuur te analyseren en plannen, het ruimtegebruik af te stemmen middels bestemmingsplannen, om zo de ruimtelijke kwaliteit te bewaken. Dit zijn alle oprechte, en goed geborgde doelstellingen. En ze liggen mooi in lijn met het primaire doel om schaarste te reguleren en de huizenprijs op peil te houden. In krimpgebieden initieert en financiert de overheid om die redenen zelfs sloop. Vanuit een kritisch perspectief is de RO dus onderworpen aan een economisch, of zelfs ‘kapitalistisch’ imperatief. Door schaarste te reguleren draagt de RO bij aan de groei van de nationale hypothecaire schuldenberg en daarmee aan één van grootste piramidespellen ter wereld. Met de economische crisis kwam dit spel even tot een einde, maar het lijkt nu weer op dezelfde voet te worden doorgezet.

Wat is hier de betekenis van ICT en digitalisering? Merkwaardig genoeg niet dat de trek naar de stad afneemt, omdat werk nu ‘overal’ gedaan kan worden. Het uitrollen van glasvezelkabel brengt geen kentering hierin teweeg. Juist in een flexibele digitale wereld zijn fysieke agglomeratievoordelen belangrijk, en nemen waardeconcentraties, ook van vastgoed, alleen maar toe. Ruimtelijk manifesteert dit als een ‘race to the top’ in binnensteden– met de ‘gentrificatie’ van de oude wijken in Amsterdam als exemplarisch voorbeeld. Het manifesteert zich ook in een toename van problemen in rand- en krimpgebieden. Hier ontstaat dan wel de motivatie en ruimte voor ‘slimme oplossingen’ om voorzieningen en bereikbaarheid op peil te houden, al is het sociaal-organisatorische aspect daarbij vaak meer doorslaggevend dan het digitale.

Binnensteden

Het ‘economisch imperatief’ werkt ook door op de twee volgende RO domeinen: de binnenstedelijke koopcentra en werklocaties. Sinds de jaren tachtig hebben de binnensteden een op detailhandel en vastgoed gebaseerd verdienmodel ontwikkeld, vanuit groeicoalities tussen de vastgoedsector, grote winkelketens, lokale horeca, en gemeenten. In lijn met volkshuisvesting was hier, althans tot voor kort sprake van een race-to-the-top, met alsmaar toenemende winkel- en horeca omzetten, nog meer toenemende vastgoedprijzen, en daardoor ook groeiende gemeentelijke inkomsten (uit belastingen en parkeergelden). Het einde van dit piramidespel lijkt echter in zicht, deels als gevolg van ICT.  De burger viert z’n kooplusten meer bot op het Internet en heeft wat  tijd en zin om te ‘funshoppen’. De horeca probeert, waar de RO het toelaat, alternatieve, goedkopere locaties te vinden om zo aan de torenhoge huurlasten te ontsnappen.

Werklocaties

Ook bij bedrijven- en kantoorlocaties zijn groeicoalities van beleggers, gemeentes (met name grondbedrijven) en ontwikkelaars in staat geweest een goed renderend verdienmodel te ontwikkelen. Bij kantorenparken gold daarbij ook een race-to-the-top, met een groei in investeringen en prijzen die het ook mogelijk maakte voor ontwikkelaars en gemeentes om andere voorzieningen te investeren. Hier is de klad in gekomen door een combinatie van de financiële crisis, en een door ICT gevoede beweging naar ‘flexwerken’ en ‘mobiel werken’. Veel bedrijven geven daarom nu de voorkeur aan compactere, centraler gelegen, stedelijkere locaties

Bij bedrijventerreinen is sprake van een deels omgekeerd verhaal. Concurrentie tussen gemeentes heeft hier geleid een race-to-the-bottom  in de vorm van lage prijzen en lage kwaliteit. Desondanks maakte de RO het, door een strakke scheiding van agrarisch en stedelijk grondgebruik, mogelijk voor grondbedrijven om toch flink te verdienen aan locatieontwikkeling, zelfs door middel van grondspeculatie, totdat de crisis ook daar een streep door haalde.

Landelijke gebied

De best geoliede machine van RO is in de (her)inrichting van het landelijk gebied. Hier is de belangrijkste drijfveer nog altijd het verder doorvoeren van de industrialisering van onze voedselproductie. In het omzetten van grond als productiemiddel is Nederland onovertroffen, aangejaagd door een landelijke groeicoalitie tussen de voedselindustrie, banken, overheden, en onderwijs- en onderzoeksinstellingen. ICT  versterkt hierbij ons innovatievermogen, door zowel productie- als logistieke processen nog beter en goedkoper af te stemmen en verder bij te dragen aan industrialisering en schaalvergroting. Een treffend voorbeeld hiervan is de automatisering van de melkveehouderij, waarbij computers en robotica koeien voeden, melken en gepast van medicijnen voorzien. Een probleem is wel de sterk negatieve ecologische effecten van de landbouw. Tot nu toe heeft de RO , geholpen door toenemende ruimte-efficiëntie, kunnen zorgen dat er genoeg ruimte kon worden ingericht voor ‘compensatie’ middels natuurontwikkeling en recreatie; dat loopt wel tegen z’n grenzen aan. Daarbij zien we ook dat ICT een rol speelt, al is het nog steeds bescheiden, in de vorm van allerlei toeristische ‘apps’ en GIS-toepassingen.

Verkeer & vervoer

Tegenover deze succesverhalen staat de stilstand van verkeer en vervoer. Zeker sinds debacles van rekeningrijden, en de gemankeerde marktwerking op het spoor geldt bevindt dit domein zich in een patstelling. Vooral vanwege de rol van massamedia en de visieloosheid van de politiek wordt deze sector geconfronteerd met een klassiek dilemma: wat werkt is niet politiek haalbaar (rekeningrijden, andere bedrijven op HSL/hoofdspoor), en wat politiek haalbaar is, werkt niet of slechts tijdelijk (Fyra, meer asfalt). De aanpak van congestie op de weg lijkt nog het meest op de obsessieve zoektocht naar een effectieve vermageringskuur (‘dokters staan versteld’). Het werkt soms even, maar algauw is het oude gewicht terug. De reden is daarvoor al even simpel als lastig. Omdat, bij het huidige prijsniveau, de latente vervoersvraag tot 7-8 maal die van het aanbod is, is de congestie schier onuitroeibaar.

Wel levert de aanhoudende congestie een stimulans op voor allerlei creatieve initiatieven die de belofte kunnen ophouden congestie te verminderen. Beter benutten, spitsmijding, fietssnelwegen, promotie van OV en e-bikes, van alles – wat niet direct de portemonnee raakt van de automobilist en effect lijkt te sorteren – wordt geprobeerd. De ‘smart’ revolutie zal hier zeker veranderingen teweeg brengen, maar zonder structurele veranderingen zal de congestie niet verminderen. In tegendeel, van zelfrijdende auto’s kan verwacht worden dat de vraag nog meer toeneemt dan de extra capaciteit die het op hoofdroutes creëert, terwijl ze het ruimte-efficiënte vervoer (OV, fiets) onder druk zullen zetten. Nog slimmer ‘beter bentutten’ zal de ongebruikte weg- en spoorcapaciteit nog iets doen afnemen, maar ook daar lopen we uiteindelijk tegen harde fysieke grenzen aan.

Stedelijke ontwikkeling

Tenslotte richt RO zich op nieuwe stadslandschappen, met werklocaties, binnenstedelijke woonomgevingen, vervoersknooppunten, en aantrekkelijke publieke ruimtes (parken, pleinen, etc.). Waar in het verleden de vernieuwing zat in nationale en regionale vergezichten (Randstad, stedelijke netwerken, compacte stad, zoals vastgelegd in Ruimtelijke Nota’s en streekplannen), gaat het nu om slimme, lokaal geïnitieerde vormen van gebiedsontwikkeling. Deels strategisch gedreven, met name waar het gaat om economische locaties, zoals campussen, nieuwe werklandschappen en vervoersknooppunten; deels meer bottom-up, waarbij de overheid participeert in initiatieven van burgers en uit de markt, in plaats van andersom. Dan gaat het bijvoorbeeld om wijkcentra, hergebruik van bedrijfspanden en het aanleggen van energienetwerken. In al deze gevallen speelt digitale infrastructuur een belangrijke rol. Deze rol dient echter wel in verhouding te worden gezien tot veel andere dimensies, zoals financiering, eigendomsrechten, wet- en regelgeving, politieke ambities, sociaal-economische trends, etc.  Waar vaak in veel hyperbolen over het effect van digitalisering wordt gesproken, is de reële werking veelal anders, en praktischer dan verwacht. Interactie op campussen is meer low-tech dan high-tech. Niet zozeer de deelauto, maar de OV-fiets is een succes. En ‘smart’ draait vaak meer om visualisatie en herkenbaarheid dan om basisprocessen van besluitvorming en coördinatie.

Conclusie

De Nederlandse Ruimtelijke Ordening bevindt zich in een krachtenveld waar het draait om geld, besluitvorming, media, en politiek, veelal op meerdere schaalniveaus en met een veelheid aan partijen en belangen. Aan de oppervlakte – visualisatie, ‘smart’ technieken voor vervoer en werklocaties, etc. – zullen nieuwe digitale technologieën ongetwijfeld opzienbarende ontwikkelingen laten zien. Wat er dieper onder de oppervlakte gebeurt is maar de vraag. Het is niet waarschijnlijk dat daar zich revoluties zullen voordoen, al kunnen we dat niet zeker zeggen. Wat we wel kunnen doen is mogelijke effecten te bezien vanuit het bredere krachtenveld, om daarmee preciezer onze verwachtingen, en mogelijke reacties, te bepalen. Dat levert een genuanceerder, en getemperder beeld op dat wanneer we beginnen met de vaak van hype en wensdenken doortrokken beelden over hoe een nieuwe technologie de wereld op zijn kop zet.

Smart: heel veel hype, veel veranderingen, maar weinig oplossingen.

Arnoud Lagendijk

Met dank aan collega Huub Ploegmakers voor reacties op een eerdere versie

1 Reacties

  • 2015-12-07 15:02:51
    Frank Eetgerink
    conceptontwikkelaar @ Blue River Concepts

    Mooi overzicht van de verschillende aspecten rond landgebruik.

    Ik kan me echter niet vinden de uitwerking van het 'probleem' in de landbouw. Intensivering is niet het probleem, het is de oplossing. Deze radicaal andere benadering wordt mooi verwoord door de eco-modernisten. Zij stellen dat juist de intensivering ruimte maakt voor natuurontwikkeling en toename van diversiteit. Voor een onderbouwing hiervan verwijs ik met plezier naar een rapport van The Breakthrough Institute http://thebreakthrough.org/index.php/issues/decoupling/nature-unbound en het mission statement van het ecomodernisme: http://www.ecomodernism.org/ 

    Nederland is buitengewoon goed in de valorisatie van dit soort innovaties, een voorbeeld zelfs voor andere sectoren. Geef meer ruimte aan deze mondiaal relevante ontwikkelingen.