Geplaatst door: Jan Kadijk vr 23 feb

Noodzaak van ruimtelijke planning

Den Haag, 12 februari 2018. Het is vandaag op de kop af 100 jaar geleden dat het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting werd opgericht, in de recente geschiedenis beter bekend als het Nirov. Omdat niet iedereen dit in zijn agenda had staan wijd ik er graag enkele woorden aan. En ik fietste min of meer toevallig even langs de Mauritskade in Den Haag, waar ik een curieuze urban archeology ontdekking deed. Daarover later meer.

De oprichtingsvergadering vond plaats op 12 februari 1918 rond 15:00 uur, als sluitstuk van de tweede dag van het Woningcongres in het gebouw van de Vrije Gemeente aan de Weteringschans in Amsterdam (Paradiso) – alwaar vanavond de Amerikaanse Lina Tullgrenhaar gruizige lo-fi ten gehore zal brengen. Niet alleen Paradiso is met zijn tijd meegegaan. Ook in het landschap van instituties en organisaties op het gebied van stedebouw en volkshuisvesting is wel één en ander veranderd. Zo ging het Nirov in 2012 – evenals SEV, KEI en NICIS- op in de nieuwe netwerkorganisatie Platform31.

Bron: Voor Volkshuisvesting en Stedebouw, P. de Ruijter

 

In 1998 onderzochten Ivan Nio en Arnold Reijndorp het institutionele landschap van de stedebouw (“Groeten uit Zoetermeer, stedebouw in discussie”). Ze interviewden vakgenoten en maakten daarbij een kaart van de kennisinfrastructuur van de stedebouwkunde, die grote raakvlaken heeft met die van het wonen en de ruimtelijke ontwikkeling. Wie hun infrastructuur-kaart er nog eens bij pakt ziet dat er in de laatste 20 jaar heel wat stationnetjes zijn opgedoekt, hernoemd of verplaatst (RPD, NAi, Stimuleringsfonds, SEV, Nirov, S&RO, Archis – en het is wat stil rond de Eo Wijers stichting?) Maar er zijn ook prachtige nieuwe stations bijgekomen. Neem bijvoorbeeld de Dutch Green Building Council DGBC (dit jaar 10 jaar) die met ca. 360 participanten streeft naar duurzaamheid in de gebouwde omgeving. Of Ruimtevolk, dat als discussieplatform van start ging en zich inmiddels als een ruimtelijk adviesbureau manifesteert (dit jaar ook 10 jaar). Of de Vereniging Deltametropool, die nadrukkelijk het ontwerpend onderzoek op de regionale schaal van de deltametropool verkent (dit jaar 20 jaar). En natuurlijk Platform31, dat zich inmiddels op de volle breedte van de gemeentelijke beleidsagenda richt.

Bron: Groeten uit Zoetermeer, stedenbouw in discussie. Ivan Nio en Arnold Reijndorp, 1998

 

En terecht. De opgaven worden inderdaad steeds breder, de vakwereld die met deze vraagstukken van stad en regio bezig is verbreedt zich ook. De betrokkenheid van inwoners en ‘stadmakers’ lijkt de laatste jaren groter, alhoewel vergelijkend fact-checken op dit punt lastig is. Discussies over ruimtelijke ontwikkeling en woonkwaliteit die voorheen in architectuurcentra werden gevoerd, staan nu op het programma bij veel meer interdisciplinair gewortelde lokale stadsplatforms, podia en initiatieven als Pakhuis de Zwijger (Amsterdam), TOPdelft (Delft) en Platform Stad (Den Haag). En zo zijn er meer. Ze kunnen rekenen op een breed en geëngageerd publiek. De connectie tussen ‘overheden en burgerij’ die in 1918 al van belang werd geacht, vindt plaats via een verscheidenheid aan podia, maar ontstaat ook steeds vaker direct en van onderaf. Ik vermoed dat een remake van het onderzoek “Groeten uit Zoetermeer” vandaag de dag een veel fijnmaziger kaartbeeld zou opleveren met vele lokale stationnetjes van al dan niet spontaan stand gekomen stadspodia en lokale netwerken. De vraag dient zich wel aan wat de nieuwe hoofdstations zijn die we in deze kennisinfrastructuur nog kunnen onderscheiden, en welke rol zij zouden moeten vervullen. Bijvoorbeeld met een kennisaanbod in de richting van deze vaak autonome stadmakers.

Vanaf 1918 bood het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting een smederij voor ideeën en kennis over een goede volkshuisvesting -en later stedebouw en ruimtelijke ordening.

Een vereniging, waarvan het lidmaatschap openstond voor allen die ter verbetering van de volkshuisvesting werkzaam waren

Het ging daarbij, naast de woningbouwverenigingen, ook om ‘degenen die om de winst huizen bouwen’. Interessant om te zien hoe de verschillende perspectieven al vanaf het begin werden verwelkomd in het debat. Het instituut bemoeide zich gevraagd en ongevraagd met wetsontwerpen en introduceerde via het Internationaal Stedebouwcongres in 1924 (Amsterdam) het gedachtengoed van de samenhang tussen stad en regio. De kiem voor wat later ruimtelijke ordening zou gaan heten was gelegd. De rest is geschiedenis, en die geschiedenis laat zich goed teruglezen in de jaargangen van het tijdschrift dat door ‘het instituut’ werd uitgegeven.

Wie Nirov zegt, zegt ook ‘ruimtelijke ordening’. Inmiddels weten we dat de nationale variant daarvan in Den Haag heeft afgedaan als een maakbaarheidsverschijnsel dat zijn beste tijd gehad heeft. Bij de laatste kabinetsformatie werd dat bekrachtigd met de ontmanteling van het departement VROM. In het FD van 6 oktober 2017 blikt de liberaal Stef Blok tevreden terug op zijn ministerschap onder de triomfantelijke kop: “Ik ben de eerste VVD-er die een heel Ministerie heeft doen verdwijnen!” Wat hem betreft had de nationale ruimtelijke ordening al na de wederopbouw in 1965 afgeschaft kunnen worden.

© Cermivelli - Lelystad Airial

De Nederlandse ruimtelijke orde geeft hem daarin natuurlijk elke dag ongelijk. Over de effectiviteit van nationaal ruimtelijk beleid valt best een boom op te zetten. Tegelijk kunnen we er niet omheen dat het naoorlogse ruimtelijk beleid wel degelijk in het DNA van ons geordende landje is gaan zitten, en dat niet ten ongunste. Zie daarvoor bijvoorbeeld de Canon van de ruimtelijke ordening. Of de internationale belangstelling voor de Dutch planning approach, een interesse die verder reikt dan alleen onze deltawerken.

We horen vanuit Den Haag af en toe nog iets ruimtelijks over een structuurvisie voor de ondergrond of over de ruimteclaims op de Noordzee. Belangrijke thema’s maar misschien ook illustratief voor het marginale karakter van de nationale ruimtelijke ordening. Wie niet beter weet zou denken dat Nederland af is en dat alleen de zee en de ondergrond nog even gedaan moeten worden. Terwijl de opgaven van een concurrerend vestigingsklimaat, klimaatadaptieve regio’s, bereikbare woon- en werkomgevingen en niet te vergeten de energietransitie toch echt een ruimtelijke impact hebben die ze “too big for local” maakt.

Wat zou het mooi zijn als het Ministerie van BZK met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) een bruikbaar nationaal ruimtelijk perspectief voor deze grote opgaven weet neer te zetten.

De lokale, regionale en (inter)nationale opgaven uit 1918 zijn er nog steeds, want de wisselwerking tussen ruimte en samenleving is en blijft dynamisch. Er is dus wel iets te bespreken. Wat zou het gaaf zijn als we het jaar 2018 – een jubileumjaar voor velen- kunnen gebruiken om de nieuwe spelers (instituties, overheden en netwerkorganisaties) met elkaar te laten kennismaken en verbinden rondom de actuele ruimtelijke en woon-opgaven en de kennisinfrastructuur die daar bij hoort. Even breed congresseren over de grenzen van de eigen doelgroep heen. Wellicht met de volgende concept-NOVI als concrete aanleiding?

Er zijn in het werkveld van stad en regio genoeg bijzondere smaakmakers die het verdienen om met deze uitzonderlijke penning te worden beloond of aangemoedigd.

Een mooie gelegenheid ook om de Hudig-penning weer eens uit te reiken.Zo’n uitreiking zou best gepast zijn bij 100 jaar Nirov. Wie zaten er ook alweer in het bestuur van de Hudig stichting? Werk aan de winkel!

Aan de Mauritskade 21-23 te Den Haag, waar voorheen het Nirov was gevestigd in het het Hudig-huis, heeft ondertussen -o, ironie – de landelijke VVD haar hoofdkwartier betrokken. Het voormalige Hudig-huis is door de nieuwe bewoners hernoemd tot Thorbecke-huis. Toch wel een actueel topicje, dat hernoemen van pleinen, straten en gebouwen. De nieuwe bewoners hebben hun naambordjes nog niet helemaal op orde. Wie ‘s avonds langs de goedereningang (Mauritskade 23) van het Thorbecke-huis loopt ziet in het schijnsel van de verlichte deurbel het Nirov-logo nog zacht doorschemeren. Leuk, je reinste urban archeology. Het is onmiskenbaar: 100 jaar Nirov-geschiedenis heeft zijn sporen in de ruimte nagelaten. En dat zal nog best een tijdje zo blijven.

Dit artikel komt van: https://www.linkedin.com/pulse/vandaag-100-jaar-nirov-jan-kadijk/

Jan Kadijk

0 Reacties