Geplaatst door: Daphne Bol Projectleider vr 5 okt

Het Californië van de Lage Landen

De Californische Goldrush, een in de 19e eeuw ontstane migratie van mensen naar de vindplaatsen van goud. Voor deze tijd was Californië een gebied waar de claimrechten en grondposities nog nauwelijks verdeeld waren. Deze situatie veranderde rap: claims werden gelegd en de gronden werden – niet altijd zonder geweld – onderling verdeeld. Naast het grove geld wat hier werd verdiend hebben ook vele het leven moeten laten en is de milieuschade door de mijnbouw onomkeerbaar. Ondanks dat heeft de Goldrush ertoe geleid dat de staat Californië tot op de dag van vandaag een van de rijkste staten van Amerika is. Dat de Goldrush niet alleen iets is van een aantal eeuwen geleden blijkt uit het feit dat er vergelijkbare taferelen zich voordoen in het Californië van de Lage Landen: een ware goudkoorts is gaande op subsidies en grondposities door binnenlandse én buitenlandse investeerders.

 

Het jachtseizoen is geopend!

We hebben het over de jacht naar grondposities in veelal het landelijke gebied ten behoeve van de realisatie van grote energieprojecten. Dat het een ‘hot item’ is blijkt wel uit het feit dat menig krant vol staat met dergelijke trends. Onlangs zijn er Kamervragen gesteld over de stormloop op grond voor zonneparken. Zo worden er zorgen geuit over de stijgende grondprijzen, het uit productie nemen van hoogwaardige landbouwgrond, de versnippering van het landschap en de gevolgen voor veelal jonge boeren die willen investeren in bedrijfsuitbreiding of grondgebondenheid. Het lijkt wel of er zich een fenomeen openbaart die ongekende vormen aanneemt en wat we, zo lijkt het, met lede ogen moeten aanzien.

De ontwikkelingen komen voort uit de transitie die we aan het doormaken zijn waarin we naar duurzame oplossingen moeten zoeken voor onze energiebehoefte. Deze transitie krijgt langzaamaan meer voet aan de grond en daarmee wordt er ook steeds meer gezocht naar nieuwe concepten en bijbehorende verdienmodellen. De laatste jaren is er veel aandacht uitgegaan naar ‘het gripkrijgen op de omvang van het energie en klimaatprobleem’, de technologische ontwikkelingen en het creëren van maatschappelijk draagvlak. Hoe een en ander ruimtelijk moet worden ingepast is iets van latere orde. Investeerders zien hun kans schoon om van dit vrijspel gebruik te maken.

Opvallend is dat investeerders in zowel zonneparken als windmolens relatief makkelijk aan hun gronden komen. Particuliere grootgrondbezitters staan vaak in de rij om hun gronden beschikbaar te stellen voor de bouw van grootschalige energieprojecten, vaak tegen royale vergoedingen. Waar menigeen bezwaar heeft tegen de bouw van een windmolen en de realisatie vaak jaren duurt, lijken de zonneparken als paddenstoelen uit de grond te poppen. Maar ook hier zien we dat er mondjesmaat actiegroepen ontstaan om deze ontwikkelingen een halt toe te roepen.

 

Grootschalige transities zijn niet iets van nu 

Dat de energietransitie zowel een nationale als internationale aangelegenheid is, blijkt wel aan de enorme (politieke) aandacht voor het onderwerp. De (Europese) lijstjes met beste en slechtste jongetjes van de klas zijn ons allen bekend. Dat Nederland vrij laag gepositioneerd staat op dit soort lijstjes maakt dat de druk van allerlei kanten wordt opgevoerd om de energietransitie te versnellen. Het versnellen van ruimtevragende fenomenen als energietransities en andere maatschappelijke vraagstukken is niet iets van alleen deze tijd.

Ten tijde van de industriële revolutie groeide de economie en de bevolkingsomvang exponentieel. Het veelgebruikte hout en turf als energiebron werden in die tijd vervangen door steenkool om industrie en huishoudens te voorzien van warmte en kracht. Het feit dat dezelfde hoeveelheid steenkool veel meer energie genereert als hout en de aanleg van infrastructurele werken z’n vlucht nam, heeft ertoe geleid dat Nederland in een steenkoolrevolutie terecht kwam. Dit resulteerde onder andere in de opening van de Nederlandse Staatsmijnen in Limburg. Deze ontwikkelingen hebben hun sporen achtergelaten in het Nederlandse landschap, welke wij tot op de dag van vandaag nog steeds zichtbaar zijn.

Hoe snel de Staatsmijnen ontstonden, zo snel waren ze ook weer gesloten. Door de vondst van de gasbel bij Slochteren veranderde het energieprofiel van Nederland aanzienlijk. Bewonderingswaardig is dat deze transitie een stuk sneller verliep dan de voorgaande. Binnen tien jaar tijd waren alle Nederlandse huishoudens en industrieën voorzien van een gasaansluiting. Een duizelingwekkend ondergronds buizenstelsel (wat nog steeds wordt uitgebreid) en tientallen instabiele woningen zijn het resultaat.

Opvallend is dat de werkwijze voor de aanleg van de gasinfrastructuur niet zo gek veel afwijkt van de eerder geschetste methode: De NAM betaalde de boeren goed. Percelen waar de infrastructuur gelegd diende te worden, werden ruimschoots gecompenseerd. Deze hoge vergoedingen voor het landgebruik en de ondergrondse ligging van de buizen zorgden er onder andere voor dat er in die tijd zelden weerstand optrad. Dat ligt nu wel anders.

Maar niet alleen energietransities hebben grote impact gehad op het uiterlijk van het Nederlandse landschap. Ook andere grote maatschappelijke vraagstukken hebben gezorgd voor veranderingen die we nog steeds terug kunnen vinden in de omgeving. Zo is de voedselzekerheid na de Tweede Wereldoorlog reden geweest om het land grootschalig te verkavelen en ‘Ruimte voor de Rivier’- projecten hebben ertoe geleid dat er in grote delen van Nederland anders met ruimte werd omgegaan.

Je zou dus kunnen zeggen dat elke transitie of grote maatschappelijke verandering invloed heeft op het ruimte gebruik. Wat dat betreft is er met de huidige energietransitie niets nieuws onder de horizon en zullen ook de benodigde ruimtelijke ingrepen op den duur onderdeel worden van het Nederlandse landschap.

 

Andere tijden, andere benadering

Wat deze transitie uniek maakt is het feit dat een van de grootste spelers, de Overheid, een andere rol aanneemt. De Nederlandse Overheid had, zeker met de voorgaande energietransities, een grote invloed op de initiatie en uitrol van de transitie. Deze transitie heeft een heel ander karakter: we gaan van een veelal centraal systeem naar een meer decentrale opwekking en distributie van energie. Daarnaast is de trend in Overheidsland dat zij kader stellend, inspirerend en stimulerend dient te zijn. De verantwoordelijkheden en het initiatief worden steeds meer overgelaten aan het bedrijfsleven en inwoners. Dit brengt een hele nieuwe dynamiek met zich mee die het pad schoonvegen voor investeerders die hun heil zien in de exploitatie van energieprojecten.

Voor boeren is het een mooie gelegenheid om hun bedrijf onder de loep te nemen. Wil ik inkrimpen of juist uitbreiden? is er een bedrijfsopvolger? Wil ik andere bronnen van inkomsten verwerven? Wil ik op een andere manier mijn bedrijf voortzetten? Boeren en andere grootgrondbezitters zijn de laatste jaren voor steeds meer uitdagingen komen te staan: fosfaatrichtlijnen, weidegang en duurzaam water en bodemgebruik bijvoorbeeld. Nu komt daar de mogelijkheid bij om bedrijfsgebouwen en/of grond ter beschikking te stellen voor energieprojecten. Het boerenbedrijf is allang niet meer het boerenbedrijf van na de oorlog. Je kunt je voorstellen dat de keuze snel is gemaakt als er geen bedrijfsopvolging is en stoppen het enige overgebleven scenario is.

Voor deze individuele boer is dit een mooie kans of juist een laatste noodgreep. De vraag blijft wel of dit wenselijk is voor het landschap en de samenleving als geheel. Investeerders zijn (nu nog) vooral geïnteresseerd in stukken grond die dicht bij bestaande infrastructuur liggen. Hoe dichter bij het bestaande net, hoe lager de kosten zullen zijn. Of het betreffende stuk grond een hoge agrarische waarde heeft is van minder belang. De ‘energiepotentie waarde’ is immers hoog. Deze trend leidt nu al tot veel versnippering in het gebied, het uit productie halen van agrarisch waardevolle gronden en een toenemende druk op de bestaande infrastructuur. Daarbij zijn nu vooral de grondbezitter en investeerder profiteur van de ontwikkelingen.

Aan de andere kant is het mooi om te zien dat niet alles ‘traag’ gaat in deze energietransitie. Als deze trend doorzet zullen er steeds meer grootschalige zonneparken verschijnen en dit resulteert direct in een gunstigere positie op de eerder genoemde lijstjes.

 

Op een hernieuwde manier organiseren

Misschien is het helemaal niet zo gek om naar het verleden te kijken. Investeren in goede en heldere regelgeving en een duidelijke en daadkrachtige overheid op dit gebied kan mijn inziens geen kwaad om de transitie te versnellen. Met de komst van omgevingsplannen zal in ieder geval de integrale benadering worden gestimuleerd en zullen er betere regels komen met betrekking tot initiatieven van onderop. Naast de komst van nieuwe instrumenten zal het ook zinvol zijn als er gekeken wordt naar bestaande instrumenten die op een hernieuwde manier ingezet kunnen worden. Zo kan het ruilverkavelingsinstrument (als onderdeel van een gebiedsontwikkeling) ingezet worden om ‘ruimte’ te maken voor energie. De basis is hetzelfde: ruilverkaveling zorgt ervoor dat de juiste grondposities op de juiste plek komen te liggen zodat een zo groot mogelijk maatschappelijk resultaat behaald wordt. Hierbij wordt altijd gestreefd naar een zo groot mogelijk draagvlak. Dit principe werkt om onze voedselzekerheid veilig te stellen, om onze voeten droog te houden en ruimte te maken voor het Natuurnetwerk Nederland. Het beeld dat het decennia lang duurt voordat een ruilverkaveling als onderdeel van een gebiedsontwikkeling rond is, is allang verleden tijd.

Waarom zou het niet werken voor de landschappelijke en maatschappelijke inpassing van energie? Met de hernieuwde inzet van het instrument ontstaat er een goede balans tussen het gebruik van agrarische hoogwaardige landbouw grond en gronden met een hoge ‘energiepotentie waarde’. De grond wordt zo ingezet voor het doeleinde waar het het meest geschikt voor is tegen zo laag mogelijke kosten en het grootste draagvlak. Maar de techniek staat ook niet stil. Meervoudig ruimtegebruik zal steeds meer toegepast worden en dit zal leiden tot gestapeld grondgebruik. Dit sterkt het verhaal dat er juist dan gekeken moet worden naar nieuwe vormen van (flexibel) grondgebruik en de organisatie van grondposities.

 

Naar de beste van de klas!

Wat mij betreft staan drie zaken als een paal boven water. Allereerst het gegeven dat deze energietransitie net zoals alle andere transities haar sporen gaat nalaten in ons landschap. Sporen welke we over een aantal jaar zullen accepteren in ons cultureel erfgoed en in sommige gevallen zullen koesteren. Ten tweede, dat de aanwezigheid en kwetsbaarheid van de beschikbare infrastructuur vooralsnog een belangrijke factor is in hoe snel we de energietransitie kunnen inzetten. En het derde, dat het hebben van en de begeleiding naar het juiste (gestapelde) grondgebruik door de inzet van bestaande ruimtelijke instrumenten, de basis is voor het op een duurzame manier opbouwen van onze toekomstige energievoorziening.

Wie weet waar we over een aantal jaren staan. Laten we in ieder geval proberen de nieuwe dynamiek van de heersende goudkoorts te omarmen en in goede banen te laten leiden, dan zou het zomaar kunnen dat het Californië van de Lage Landen toch nog het beste jongetje van de klas wordt.

 

0 Reacties