2 reacties
Geplaatst door: Christian Curré Coaching / Culture / Communication wo 24 feb

Hoe gaat het nu écht verder?

Vooraf: onderstaand bericht had ik geplaatst op de website van ‘NOVI’, naar aanleiding van de mededeling vanuit ‘wijmakennederland’ dat de nieuwsbrief voortaan vanuit daar zou komen. Parallel had ik nota bene een mail gestuurd aan de bijbehorende beheerder of mijn berichtje daar goed stond of dat er een sectie geopend kon worden voor verdere discussie.

Ik ontving daar vandaag het volgende antwoord op:

“De website is met name bedoeld om te reageren op de bouwstenen. Dus niet zozeer om een nieuwe discussie te starten (inloggen is ook niet noodzakelijk en mogelijk op deze website). […] De Werkplaatsen zijn bedoeld om op te halen wat er volgens professionals in Nederland opgenomen dient te worden in de NOA. [..] Op dit moment zijn we vooral bezig hoe we dat, wat we allemaal hebben opgehaald, kunnen verwerken tot de NOA.”

Nu is dit antwoord vriendelijk genoeg, laat ik daar heel duidelijk over zijn. Maar procesmatig krijg ik hier wel ‘pijn in mijn buik van’ en zie ik, hoe ironisch, me nu net bevestigd in dát punt dat ik in mijn bijdrage aan de orde had gesteld. Hierbij op deze plek dus opnieuw, aagezien de site van NOVI tóch niet de juiste plek blijkt te zijn…

Graag uw reactie(s)!

_______________________________________________________

Zoals geplaatst op www.werkplaatsnovi.nl 16-02-16 om 20:58

Ik kon niet inloggen, maar ik zal mezelf direct bekend maken. Christian Curré, cultureel antropoloog geïnteresseerd in landschap, ruimtelijke ontwikkelingen, cultuur en erfgoed, lerende organisaties. Gewerkt bij onder andere Habiforum, Telos, Wageningen UR, KU Leuven. Als zodanig betrokken geweest bij veel programma’s, projecten, workshops, sessies, aanbevelingen, onderzoeken enz.

Ik kreeg een mail van WijMakenNederland met de tekst “Het Manifest 2040 is een mooi uitgangspunt om richting te geven aan de fysieke ontwikkeling van Nederland. Ook jij hebt hieraan bijgedragen als Landmaker. Het proces gaat verder. De opgaven zijn genoemd, ontwikkelprincipes en praktijken. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is voor het rijk een kans om hierop te reageren en anticiperen. […] Vanaf nu zal je op de hoogte gehouden worden via de nieuwsbrief van NOVI.

En daarom meld ik me nu dus hier.

Op Gebiedsontwikkeling.nu heb ik over Het Jaar en Het Manifest reeds het volgende gezegd:

*Voor mij is DE grote vraag *hoe* er vervolg wordt gegeven aan alle goede ideeën die ook dit jaar weer zijn verzameld en opgeschreven. Bestaande praktijken veranderen lukt mijns inziens alleen als de actoren een noodzaak en/of passie voelen en als er een meerwaarde te bieden/vinden is.

*Tot op heden zien we niet alleen vaak dat goede energie snel weglekt, maar ook dat er vaak sterke elastieken/belangen zijn waardoor mensen alsnog blijven handelen vanuit hun oude praktijk.

*Blijven we als Landmakers sturen en hopen op de kracht van alle innovatieve projecten en regio’s of gaat het ons maatschappij-breed lukken om vanuit die nu nog verspreide en fragmentarische Passie het manifest echt te vertalen naar een nieuwe agenda die vervolgens ook met commitment wordt opgepakt?

*Wie heeft er genoeg energie en draagvlak om een krachtige, betekenisvolle *boost* te geven waar zowel genoeg innovatie als genoeg realiteitsbesef in zit?

*Naar aanleiding van “Nederland in 2030 en 2050: Twee referentiescenario’s”: Wie ontsluit de juiste energie om als samenleving *die* keuzes te kunnen maken waarvan we in 2030, 2040 en 2050 daadwerkelijk met zijn allen zullen vaststellen dat het inderdaad een succes is geweest?

Ik stel vast dat ik nu naar deze site van de rijksoverheid word gestuurd, initiatief NOVI .Ook stel ik vast dat we momenteel vanuit verschillende hoeken interessante reacties op het proces tot nu toe krijgen. Een korte weergave uit de afgelopen weken, waarbij ik de inhoud laat voor de verschillende auteurs:

*Wim Derksen (zijn eigen website):

“Er is dus nog steeds ruimtelijke ordening, ook op nationaal niveau. Hoe zou het ook anders kunnen in een dichtbevolkt land met veel verschillende ruimteclaims die ergens moeten worden afgewogen. Er is alleen geen idee meer hoe we die claims moeten afwegen en er is geen eigenaar meer die zich zorgen maakt over een consistente afweging van die verschillende belangen in de ruimte. […] Daarmee belichaamde het Jaar van de Ruimte het einde van een tijdperk. Tegelijkertijd was het ook een zoektocht naar een gezamenlijke gedachte over de ruimtelijke ordening voor de toekomst.

*Rob Dettingmeijer (ArchiNed):

“2015 was het ‘Jaar van de Ruimte’ dat werd afgesloten met heus manifest, getiteld Manifest 2040. Ondanks alle goede intenties lijkt na het ‘Jaar van de Ruimte’ een ‘Jaar van de Orde’ nog ver weg.”

*Martin Woestenburg en Wim Timmermans (Ruimtevolk):

“Het Manifest 2040 vertrekt vanuit één Nederlands metropoolscenario, terwijl ontwikkelingen op de langere termijn juist aanleiding geven tot het bestuderen van alternatieve scenario’s. De verzameling kreten op de voorpagina van het manifest van het Jaar van de Ruimte klinken hoopvol: ‘Nederland één metropool /De verkokering te lijf/Deltaprogramma voor energie /Ruimte voor de regio’s /Vertrouwen in particulier initiatief/Een footprintloze landbouw/Proeftuinen in de delta/2040 is nu’. Tegelijkertijd is het een voorbeeld van kortetermijndenken. Het jaar 2040 is er al over 25 jaar.”

In het verslag over de werkplaats ‘landschap’ lees ik op deze site zeker interessante dingen, maar toch vooral ook de uitkomsten van WEER een bijeenkomst met WEER allerlei ‘bingo-woorden’. We stapelen met veel enthousiasme verder. Ik wil hier nu juist absoluut niet de demagoog uithangen maar juist positief-kritisch maar zeker ook realistisch zijn.

Als ik alleen al uit mijn eigen afchief de resultaten van alle geeltjesessies, brainstorms, haardvuursessies, ontbijtdiscussies, communities of practice, heidedagen, benen-op-tafelsessies, open dialogen etc. op de grond zou gooien, dan kunnen we er met zijn allen aangenaam op zitten om verder te gaan met een heuse stapelsessie.

Graag gooi ik hier en nu mijn methodologische onrust even ‘in de groep’. Geachte collega’s, geachte collega’s van Het Jaar/van NOVI, geachte mede-Landmakers: overal in den lande gebeurt al heel erg veel: in proeftuinen, in pilots, in voorbeeldprojecten; door vrijdenkers, door pioniers, door gangmakers. Dat is de basis, dat is geweldig en dat is concreet.

Tegelijkertijd gaat de overheid een richting vormgeven, weliswaar uitgaande van deze cocreatie, maar ook van (beleidsmatige) focus. Mijn vraag is daarmee, aan u en ons allemaal: hoe/wanneer/waar gaan we als betrokken community, divers van pluimage als we zijn (en schrijfgraag, kijk maar naar mij) en daarom ook juist uitgenodigd om mee te denken, een concreet, innovatief, bevredigend en haalbaar resultaat bepalen? Hier, via deze site? In dat geval zit ik meteen goed – ik hoop op uw reacties!

2 Reacties

  • 2016-02-25 10:47:47
    Christian Curré
    Coaching / Culture / Communication

    Beste Hans,

    Dank voor je positief prikkelende reactie. Ik moest meteen ook een beetje gniffelen, want hoe ‘geweldig’ is het eigenlijk dat jij van deze spagaat je werk hebt kunnen maken; veelzeggend is dat toch ook wel. Maar het geldt voor mij, en voor veel anderen in vele verschijningsvormen, ook...

    Dat brengt mij meteen bij een eerste overweging. Ik vraag me vaak af of er in ons land niet simpelweg veel te veel mensen betrokken zijn bij dit soort processen. Niet aleen zijn we daarmee een opportunistisch en zelfs hedonistisch volkje geworden (...) maar er zijn daardoor simpelweg te veel mensen met een direct belang dat voor de inhoud echter verstikkend kan werken; ik kan het ze niet persoonlijk kwalijk nemen, maar veel mensen waarmee ik heb mogen samenwerken deden hun werk niet zozeer (meer) vanuit een passie voor het onderwerp, maar vanwege de schoolgaande kinderen, de hypotheek en de dure vakanties.De meeste innovatiekracht vond ik bij de mensen die hun handen vrij hadden, bijvoorbeeld jongeren of oudere collega’s die richting hun pensioen gingen. De middengroep is met handen en voeten gebonden aan het zelfopgelegde korset van maatschappelijke verwachtingen. Veel van onze zelfbenoemde vrijdenkers zijn in de praktijk uitermate conformistisch en conservatief.

    Dat gezegd hebbende, en ik realiseer me terdege dat ik hier nu even de ruimtelijk filosoof uithang, zien we bovendien dat we onszelf als Nederland in een soort plan-wurggreep hebben gewerkt: als je bedenkt hoeveel mensen hun tijd hebben besteed aan het tot stand laten komen van de enorme energiecentrale aan de Eemshaven en je dan vervolgens bedenkt dat er met één simpele redeneringsomslag nu al weer een eind aan de levensduur lijkt te gaan komen (‘onacceptabele uitstoot anders halen we de CO2 doelen niet, eventueeel compenseren we wel’), dan besef je dat er naast ‘realiteitsmist’ er ook een motivatieprobleem lijkt te ontstaan. Ik ken uit eigen waarneming veel professionals die desgevraagd toegeven dat ze toch vooral voor eigen inhoudelijke beloning gaan omdat ze deksels goed weten dat er tegen de grotere werkelijkheid niet zoveel te beginnen is. En is het kunstje klaar en hebben ze (veelal als ZZP’er) hun geld binnen, dan gaan ze op basis van hun naam weer naar het volgende programma of ze gaan zeilen ergens bij Frankrijk.

    Niets te na van deze gewaardeerde en broodnodige collega’s, want dat is niet mijn punt, maar het is wel tekenend. Ik denk dat we daarmee daadwerkelijk in een zelfopgelegde beklemming zijn geraakt die eerder leidt tot versnippering en meervoudig defensief handelen dan tot integreren van innovatie. Zoals je terecht stelt, en ik zelf ook bij meerdere gelegenheden heb gedaan, zijn er in ons land véél zeer goede praktijkinitiatieven. Alle ‘best practices’ en ‘proeftuinen’ geven keer op keer aan hoe het wél zou moeten/kunnen. Toch lukt het niet om die kennis zodanig te verspreiden en met name te verankeren zodat het simpelweg het nieuwe beleid wordt. Ik heb al eerder in het kader van streekidentiteit en het steeds opnieuw uitvinden van het wiel gesteld dat we óf die praktijken gewoon moeten laten bestaan net zolang totdat alle postzegels één velletje vormen (zodat het zichzelf oplost), óf dat we met een mobiel team met alle cumulatieve kennis en praktijken steeds een deurtje verder moeten om het optimaal te faciliteren. Dat levert echter twee problemen op: als je aan het eind bent zijn ze waarschijnlijk achter je al met een volgend proces begonnen én je houdt een heleboel niemandsland over in de vorm van onaantrekkelijke stroken waarvoor niemand zich verantwoordelijk voelt omdat niemand er enige verbinding mee voelt omdat ze te lelijk, te onbegrijpelijk, of te ingewikkeld zijn geworden, of een mix van alledrie.

    Daar bovenop knelt iets anders: namelijk de mismatch in ons democratisch huis. Het stemmen op vele niveau’s van klein naar groot (gemeente, waterschap, provincie, Tweede Kamer, Europa) leidt op de een of andere manier niet tot consistent beleid. We hebben een overheid die politiek en niet inhoudelijk/expertmatig werkt en bovendien momenteel weer in een paradigma gelooft van decentralisatie; de bevoegdheden en met name verantwoordelijkheden worden zonder extra geld of verdere empowerment bij de gemeentes gedumpt die dat overduidelijk niet aankunnen. De provincie voelt zich belangrijk, maar ook bedreigd en gepasseerd en gaat harder drukken op hun wettelijke taken die direct bepalend/beperkend zijn voor de gemeenten. Hoe uitnodigend ze ook zeggen te willen zijn, als puntje bij paaltje komt zegt men daar in idere discussie ‘dat is dan toch een punt voor de gemeente of de landelijke overheid’ of ‘wettelijk moeten we hier toch handhaven’. Maar klaarstaan met flexibiliteit of frictiegelden is er niet bij, waardoor de nieuwe praktijken vaak gefrusteerd achterblijven – de proeftuinen voelen zich belazerd en tussen wal en schip en zo vloeit de energie en passie weg bij de bertokkenen.

    Heel belangrijk hierbij is de nog steeds bestaande korte bestuurscyclus; met termijnen van steeds vier jaar is er eigenlijk geen goed innovatief beleid mogelijk. Ik heb het zelf in mijn vorige baan meegemaakt: wethouder één hijst na de verkiezingen een programma in de benen, na politiek tumult moet deze wethouder opstappen, er komt een nieuwe wethouder van een andere politieke signatuur, deze wil een punt drukken, komt in de knel met de eigen ambtenaren die de zaak wel willen verdedigen, het veld raakt verward, verstard en afgeleid van de eigenlijke missie, dat pikt de wethouder feilloos op en gebruikt het als ‘munitie’ om snel een externe expertgroep op te zetten en net voor de volgende verkiezingen durft de raad het niet aan om het zelfopgezette initiatief de wind in de zeilen te blazen waardoor het nieuwe college in haar coalitierapport een nieuwe koers bepaald en met de uitkomsten van de expertgroep in de hand wordt het - eens zo geroemde en baanbrekende initiatief - de nek om gedraaid. En als je het dan waagt om daar als verantwoordelijke actor gewoon op te wijzen, gaat direct het spoiler-alarm, ‘doe je niet gezellig mee’, krijg je informeel te horen dat je niet moet drammen en gaan ook je eigen bestuurders over tot de orde van de dag – einde veelbelovend programma. Dit neemt de energie bij de professionals in het veld weg, en zo werden wij een cynisch, opportunistisch en hedonistisch volkje.

    OK, dit alles gezegd hebbende dan nu het volgende. Als manager leer je als het goed is ergens in je carrière ‘breng nooit een probleem aan zonder oplossing’. Misschien ook veelzeggend, maar soi. Je wees mij op de verkiezingen, de conceptagenda en de vernieuwende praktijken.

    Over kracht én afbreukrisico van die laatste heb ik hierboven natuurlijk al een en ander gezegd. Over de politieke werkelijkheid en de gevaren dáárvan ook. De sleutel zit hem dan inderdaad in die conceptagenda, waarbij de andere twee volgens mij als respectievelijk katalysator en middel gezien moeten worden. Ik liep dus zelf al direct tegen de werkelijkheid van de overheid aan met mijn online reactie. Op werplaatsnovi.nl staat toch wel degelijk het volgende:

    “Medio 2016 is de Nationale Omgevingsagenda (NOA) gereed. Dit is het eerste product op weg naar een Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in 2018. De thema’s en onderwerpen voor de NOA en NOVI agenderen we samen.”

    Dat laatste lijkt me op dit moment geen werkelijkheid. Althans, ik ga er direct vanuit dat er in die werkplaatsen (bingo!) goede mensen zitten, maar:

    1. Hoe krijgen we de bijeengeharkte concepten, practices, insteken, werkwijzen, inzichten, agenda’s etc. zodanig bij elkaar dat er in de NOA daadwerkelijk simpel, overzichtelijk, uitdagend en praktisch een werkbaar kader ontstaat dat ons uit de wurggreep haalt van korte cycli, defensief handelen en patchwork?
    2. Hoe organiseren we een vervolgproces zodanig dat het niet de zoveelste inspiratiereeks wordt maar we echt tot (een) nieuwe praktijk(en) van handelen komen (en ik herhaal hier het uitgangspunt van Habiforum geformuleerd aan de start van het millennium!)?
    3. Hoe creëren we een maatschappelijke opleving waardoor het zo urgent, relevant en overmijdelijk lijkt dat we een echte doorbraak in ons systeem (of we het nu regimes noemen of wat dan ook) bewerkstelligen?
    4. Welke krachten/mensen/praktijken moeten we mobiliseren om niet in het zoveelste atelier terecht te komen maar via simpele stappen de huidige orde te laten zien dat via simpele kaderstelling en optimale stimulering je de passie van de actoren in het veld kunt koesteren én kunt laten uitgroeien tot een echte vorm van goed verankerde, (be-)stuurbare en duurzame, inclusieve en interactieve ontwikkelingsplanologie, zodat Nederland niet echt te lang achter zichzelf blijft aanlopen?

    Wat denk je Hans, jij komt net als kwartiermaker uit Het Jaar, wat zou het antwoord op deze vragen kunnen zijn, hoe richten we dit ‘lean and mean’ en ‘quick and dirty’ (bingo!) in, want met het opgelegde (...) tijdpad is er zeker sprake van enige handelingsurgentie; hoe buigen we onze zo gekoesterde onafhankelijkheid om in pragmatische en gepaste geëngageerdheid zonder onze eigenheid te verliezen?

    Ik ben positief-kritisch, niet blijvend gefrustreerd, in mogelijkheden weliswaar beperkt als ieder ander, maar ik ga voorlopig nog niet zeilen of met pensioen. Ik hoor graag van je!

    Grote groet,

    Christian

  • 2016-02-24 15:44:49
    Hans Leeflang
    Bestuur Het Jaar van de Ruimte

    Beste Christian,

    dat van het kastje naar de muur herken ik wel. Ik heb er inmiddels mijn beroep van gemaakt om te pendelen tussen de Haagse systeem wereld en de kracht van de samenleving. 

    Na het Jaar van de Ruimte lijkt mij de kunst om het onafhankelijk landmaker geluid te laten horen op weg naar de vaststelling van de nationale omgevingsvisie in 2018. Ik zie tenminste 3 wegen die daarbij tegelijkertijd moeten worden bewandeld:

    1. Zoals bekend zijn er in 2017 verkiezingen voor de Tweede Kamer. Wat hebben de landelijk opererende politieke partijen te melden over de toekomst van ons land en over omgevings kwaliteit?!

    2. Nog dit jaar komt het kabinet met de nationale omgevingsagenda. Prima aanleiding om weer als landmakers bijeen te komen en onze reactie op de concept agenda te laten horen. On en off line.

    3. Het jaar van de ruimte heeft vele nieuwe praktijken naar boven gehaald, waar daadwerkelijk aan de toekomst van ons land wordt vormgegeven. Wat is er nodig om die praktijken succesvol te doen zijn, wat moet de overheid vooral wel en vooral niet doen?! Dat geluid vanuit de vernieuwende praktijk moet zorgen dat de nationale omgevingsvisie niet alleen voor de Haagse systeem wereld, maar ook voor de samenleving relevant is.

    wat denk je Christian, zou dit kunnen werken?

    groet, Hans Leeflang