Geplaatst door: Wij Maken Nederland di 12 jun

Innovatie versterken vanuit verstedelijking en mobiliteit

Rond de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie is er na de verdiepingsrondes en voor de politieke besluitvorming ruimte ontstaan voor input vanuit de praktijk. WMNL organiseerde, met inzet van de Landmakers en de regionale praktijken, een input voor Rijksbeleid en specifiek voor de NOVI. Dit resulteerde in drie regioreferaten. Dit is het referaat vanuit de regio Eindhoven

 

Stip op de horizon?

Een nationale visie op regio’s zal altijd een internationale dimensie moeten hebben. Of het nou gaat over innovatie, verstedelijking, bereikbaarheid of economische kracht; verbindingen met de grensregio’s en kerngebieden van onze buurlanden zijn cruciaal.

 

Welke kansen biedt de regio voor Nederland?

1. Centrale ligging. Brainport Eindhoven heeft een centrale ligging in het economisch kerngebied van de Nederlandse metropoolregio’s, het Ruhrgebied en de Vlaamse Ruit. Regio en gemeente Eindhoven zetten in op versterking van deze positie met Eindhoven Internationale Knoop XL: een goed bereikbaar verbindingsgebied tussen de verschillende Brainport hotspots rond het station, met ruimte voor ontmoeting.

De sterke positie in de ontwerp- en maakindustrie maakt de regio complementair aan de kerngebieden in de Noordelijke en Zuidelijke Randstad, waar de kracht ligt in de dienstensector en de logistiek. De Bruto Toegevoegde Waarde van de Brainport bedraagt 7,9 miljard euro van het Bruto Nationaal Product.

De regio biedt ruimte om de nationale bouwopgave op te pakken. De steden in deze regio kunnen een verdichtingsslag maken. Daarnaast zien we kansen voor specifieke woonmilieus in het landelijk gebied. Verstedelijking versterkt de economische agenda: nieuwe metropolitane woonmilieus verbeteren het vestigingsklimaat voor expats en andere kenniswerkers.

 

Wilbert Seuren: “Het is cruciaal dat de doorontwikkeling van metropoolregio Eindhoven in samenwerking met de Randstad plaatsvindt. Goede verbindingen tussen de drie REOS-regio’s zijn heel belangrijk.”

 

2. Innovatie en experimenteerruimte zit in het DNA van deze regio en deze innovatie is hard nodig voor een duurzame economie. De kennis die we opdoen, willen we graag delen met andere regio’s. Zoals over de grote transities rond mobiliteit die op ons afkomen. Wie rijdt er over dertig jaar nog in een eigen auto en wie zit dan nog zelf achter het stuur? De e-bike zorgt nu al voor een verschuiving in vervoerswijzen. Met Mobility as a service (MAAS) kunnen we verschil maken. De aanwezigheid in de Metropoolregio Eindhoven van een sterke high-tech sector biedt kansen om tot –ook elders toepasbare- oplossingen te komen voor de agrarische sector.

Voor de economie in Zuidoost Brabant is het opleiden, aantrekken en vasthouden van talent van cruciaal belang! Het gaat om de beschikbaarheid goed opgeleid (technisch) personeel, niet alleen “gouden hersens”, ook “gouden handen” zijn van groot belang.

 

3. Decentral Park: Talent binden door hoogstedelijkheid én landschap. Versterking van het voorzieningenniveau is essentieel om als regio talent aan te trekken én te behouden. Brainport Eindhoven ontbeert een kwalitatief voldoende hoogstedelijk interactiemilieu. Een cruciale en onderscheidende opgave is daarom het toevoegen van een hoogstedelijk verblijfsmilieu in het centrum van Eindhoven. Met Eindhoven Internationale Knoop XL biedt deze regio een innovation district waar alles samen komt: hoogwaardig werk, kennis, wonen, wateropgave, mobiliteit, voorzieningen en ontmoeting. De regio biedt hiermee een model voor verstedelijking, gebaseerd op het daily urban system.

De groene ruimte en het landschap rond de stad is een kwaliteit. Het is een belangrijke vestigingsfactor voor kenniswerkers; hier kun je wonen in een stad zonder grootstedelijke problemen, omringd door groen en tegelijkertijd meedoen in de economische top. Metropoolregio Eindhoven als Decentral Park is van unieke waarde voor Nederland.

Een vitaal en krachtig buitengebied, goed verbonden met de stad, is voorwaarde voor het succes van de regio. De stad kan niet zonder het platteland. Zeker als het gaat om de opgaven rond klimaatadaptatie en energietransitie. Maar ook voor de natuuropgaven van Nederland kijken we naar het landelijk gebied. De vrijetijdseconomie biedt tegelijkertijd kansen voor het platteland en recreatiemogelijkheden voor bewoners van de stad.

 

Marinus Biemans: “Stadsopgaven kun je niet oplossen zonder de regio en omgekeerd. We hebben elkaar nodig en komen samen tot nieuwe oplossingen.”

 

4. Uniek samenwerkingsmodel. De identiteit van Brainport Eindhoven is sterk bepaald door samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven. Samen nemen we verantwoordelijkheid voor de opgaven in deze regio. We houden niet graag de hand op in Den Haag. Liever zoeken we, met een kleine financiële stimulans, naar investeringskracht in het gebied zelf. Bijvoorbeeld de wijze hoe overheden, ondernemers en kennisinstellingen samen werken aan Smart Mobility.

 

Complementaire rol van het Rijk?

1. Verzeker voldoende internationaal, nationaal en regionaal bereikbaarheid om de innovatie in de regio te versterken. Herkenning bij het Rijk van het belang van de internationale focus: regio’s die verbonden zijn met economische kerngebieden in de ons omringende landen, zijn van nationaal belang. Versterking van de samenhang tussen de drie REOS-regio’s (Noordvleugel, Zuidvleugel en Brainport) moet tot speerpunt worden gemaakt in de NOVI.

Doorontwikkeling van de drie metropolen vraagt om een goede bereikbaarheid op internationaal, nationaal en regionaal niveau. Dat wil zeggen een robuuste internationale connectiviteit, goede onderlinge verbinding tussen de drie mainports (Schiphol, Rotterdamse haven en brainport) met auto en spoor, en uitstekende stedelijke bereikbaarheid.

Eindhoven Internationale Knoop XL, als innovation district, is van (inter)nationaal en regionaal belang en vraagt om beleidsmatige en financiële inzet en betrokkenheid van Rijk, provincie en de gemeente Eindhoven.

Beschrijving: Beeld: Urhahn | stedenbouw & strategie

Beeld: Urhahn | stedenbouw & strategie


 

Knoop XL

In 2017 hebben het Rijk en de provincies Brabant en Limburg afgesproken dat de stationsomgeving van Eindhoven de komende jaren wordt ontwikkeld tot een internationaal knooppunt. Rijk, regio en partners gaan investeren in het spoor, het regionale openbaar vervoer, het station zelf en de stedelijke ontwikkeling eromheen. Met Internationale Knoop XL komt er ook een betere verbinding tussen gebieden rond het station, waardoor wonen, werken en verblijven goed zijn aangesloten op het kenniscluster. Het project verbetert de (internationale) bereikbaarheid én het vestigingsklimaat van Eindhoven


 

2. Organiseer medeaandeelhouderschap. Leg de verschillende nationale opgaven neer bij de regio’s; zij zijn in staat de opgaven aan elkaar te koppelen en integrale oplossingen te vinden. Maak over de opgaven prestatieafspraken met de regio’s, waarbij het Rijk – gezien de gezamenlijke doelen – medeaandeelhouder is.

Indien medeaandeelhouderschap geen optie is, voer dan een fundamentele discussie over verruiming van het decentraal belastinggebied. De decentralisatieslagen die in recente jaren hebben plaatsgevonden, zijn niet gepaard gegaan met een decentralisatie van middelen en sturingsmogelijkheden. Indien geen sterker betrokkenheid van de Rijk mogelijk, bied de regio’s de mogelijkheid om zelf middelen te genereren (via lokale belastingen, maar ook bij private partijen), zodat ze hun eigen ambities kunnen realiseren.

 

3. Behandel het stedelijk en landelijk gebied als samenhangende en elkaar aanvullende gebieden en niet als elkaars tegenpolen. In het landelijk gebied komen meerdere transitieopgaven samen. Ga echter niet je nest bevuilen en duw niet al deze opgaven het landschap in. Voor een goed vestigingsklimaat is de kwaliteit van het landschap essentieel. De transitie opgaven kunnen leiden tot een verbetering van de samenwerking tussen landelijke en stedelijke gemeenten. Het verbeteren van de stad-land relaties dienen een speerpunt te zijn van nationaal beleid.

 

Wat moet het Rijk niet doen?

 

Leon van Moosdijk; “Deze regio zorgt voor borging van een prettig leefklimaat: we hebben een stad met alle voorzieningen, maar geen grootstedelijke problemen én je bent in no time in het buitengebied en in de natuur.”

 

Het verdiepingsrapport Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving verwijst in bijlage drie naar drie mogelijke verstedelijkingspatronen. De NOVi moet vooraf geen keuzes maken tussen deze verstedelijkingspatronen.

We vinden de regionale verscheidenheid van Nederland een sterke kwaliteit en het is daarom belangrijk om vanuit een gezamenlijk panorama (met voldoende ruimte voor de verscheidenheid) en sturingsfilosofie te werken.

De drie economische kernregio’s zijn cruciaal voor Nederland. Ondersteun vanuit het REOS-perspectief regio’s in hun onderlinge (economische) relatie en maak sterker wat al sterk is. Kies voor ontwikkelingsrichtingen en zorg voor een ondersteunend ‘geleidings- en verleidingsinstrumentarium’.

 


 

Deelnemers aan het regiogesprek:

– Didier Barrois, Brainport

– Marinus Biemans, wethouder gemeente Deurne

– Erwin Dacier, provincie Brabant

– Joan van Dijk, ambtelijk Metropoolregio Eindhoven

– Peter Glas, watergraaf De Dommel

– Pieter Goossens, ambtelijk Metropoolregio Eindhoven

– Rob Jacobs, ambtelijk gemeente Deurne

– Mathijs Kuijken, wethouder gemeente Bergeijk / voorzitter werkplaats ruimte Metropoolregio Eindhoven

– Jeroen Merkx, ambtelijk gemeente Someren

– Leon van de Moosdijk, wethouder gemeente Someren

– Joop Peeters, ambtelijk gemeente Helmond

– Wilbert Seuren, wethouder gemeente Eindhoven

– Pieter van Wesemael, hoogleraar TU Eindhoven

– Bertjan Woertman, directeur campus TU Eindhoven

– Jean van Zeeland, ambtelijk gemeente Eindhoven

0 Reacties