1 reactie
Geplaatst door: Wij Maken Nederland do 4 mrt

Interview Michel Huisman – Het nieuwe gezicht van de Heerlense binnenstad

Doorgaans is het historische centrum van een stad dé plek waar het gebeurt. Er wordt volop gewoond, gewerkt en gecreëerd. Het is het uithangbord van de stad. Stel je nu eens voor dat je door dit gedeelte van de stad waar je woont, loopt en er valt je iets op: de onderste etages van de gebouwen die er staan, voornamelijk waar de winkels zitten, komen wat betreft esthetiek en intenties niet overeen met de gevel daarboven en vormen zodoende een doorn in het oog. Het overkwam kunstenaar Michel Huisman toen hij door de binnenstad van zijn geliefde Heerlen liep. Hiermee verloor de binnenstad een deel van de aantrekkingskracht en van de geschiedenis. Michel kon dit niet zomaar aan zich voorbij laten gaan en hij richtte het Atelier Stadsrevisie op: een initiatief met als missie om de binnenstad weer aantrekkelijk te maken. In dit interview legt Michel uit hoe je als bewoner invloed kan hebben op de stadsontwikkeling; hoe je daar andere bewoners, ondernemers en overheden in kan betrekken, wat voor obstakels je tegenkomt en hoe je de geschiedenis van een stad weer kan laten spreken.

De eerste, nieuwe gevel in de binnenstad van Heerlen werd afgelopen juni 2020 opgeleverd door Atelier Stadsrevisie. Het betrof de etalage en winkelpui van Pat’s Tostibar. Michel Huisman heeft dit atelier opgericht om de binnenstad weer aantrekkelijk te maken. Dit wil hij doen door de gevels van de gebouwen (voornamelijk winkels) te vervangen en in oude glorie te herstellen. Dit idee ontvouwde zich in zijn hoofd toen hij in het Stedelijk Museum een tentoonstelling had en ineens het sterke gevoel kreeg dat kunst behoorlijk commercieel is geworden. “Wij moeten ons inschrijven in de Kamer van Koophandel onder het kopje ‘levert goederen en diensten met het oogmerk daar materieel op vooruit te gaan.” Ditzelfde zag hij ook terug in steden: er wordt in de architectuur gekozen voor functionaliteit, snelheid en prijs. Dit komt hoofdzakelijk tot uiting in de onderste verdiepingen van gebouwen. “Als je door de moderne steden loopt, eigenlijk in heel Europa, dan zie je dat vanaf de stoep tot vier meter daarboven een soort dwarslaesie is ontstaan. Zo vormt zich een littekenweefsel door de stad. Als je kijkt naar de eerste verdieping en daarboven, zie je veelal panden in hun oorspronkelijke staat en daaronder zie je eigenlijk een soort potpourri van winstoogmerk, hebzucht, willekeur, onverschilligheid, krenterigheid en wansmaak effect sorteren”, aldus Michel.

Hoewel het bovenstaande heel droevig klinkt, en misschien ook wel zo is, lag het Michel niet in zijn aard om bij de pakken neer te gaan zitten, integendeel zelfs: “in grote lijn waarom ik dat atelier opgericht heb? Het gevoel van ‘dit kan zo niet meer, er moet iets gebeuren.” En waar kan je dat beter doen dan de stad waar je dagelijks doorheen loopt, werkt en ook je vrije tijd besteed? Voor Michel betekende het dat hij in Heerlen aan de slag wilde. “Heerlen staat in de ogen van veel mensen bekend als een lelijke stad, en lelijk is een ontzettend arbitrair begrip.” Niet alleen wil hij door het verbeteren van het aanzicht de uitstraling van de stad verder versterken, maar ook wil hij ook de geschiedenis in het straatbeeld in ere herstellen. “We willen de littekens die je voelt en ziet, opheffen zonder dat we daar een connotatie of commentaar bij geven.”

Niet over één nacht ijs

Maar hoe pak je zoiets aan? Voor Michel was het simpel: je moet iets doen wat eigenlijk “hors concours” is, je wacht niet totdat iemand iets doet, maar je grijpt zelf in. Hij vergelijkt het met hoe het er in de autonome kunst ook aan toe gaat: “je werkt doorgaans niet met een opdracht, je werkt vanuit een bepaalde bezieling en dat heeft in dit geval dan ook weer effect op de stad.” Dit wil niet zeggen dat dit over één nacht ijs ging. Michel lanceerde zijn plan voor het atelier in 2006, maar kreeg toen van de gemeente Heerlen te horen dat het niet door kon gaan. Het argument was dat Huisman dan met vrijwilligers in opdracht voor de gemeente zou werken. Dat zou arbeidsverdringing zijn.

Dat het Atelier daarna alsnog opgericht kon worden, zij het veertien jaar later, kwam door de bouw van het nieuwe station en omringende gebied, het Maankwartier, eveneens van de hand van Michel Huisman. Dit is het vlaggenschip van Heerlen en één van de grootste, zo niet het grootste, project van de gemeente. Vanuit het Maankwartier loop je direct de hoofdstraat in. Als het station en het omliggende gebied qua allure niet met elkaar overeenkomen, dan is het Maankwartier “een vlag op een modderschip”, lacht Michel, en voegt er vervolgens aan toe: “Het is heel erg de moeite waard om de stad nu te laten omarmen met dat beeld van de rest. Het is echt leuk om te zien hoe mensen erop reageren”.

Om het goede voorbeeld te geven begon Michel zelf met één pand en met tien dagen werk en 3500 euro deed hij een verbouwing waar je normaal 20.000 euro voor betaald. Vervolgens is hij verdergegaan met het maken van ontwerpen voor nog eens tachtig panden: hoe de gebouwen er momenteel bij staan en wat hij ermee zou kunnen doen. Dit presenteerde hij aan het College in de gemeenteraad, dat daar dusdanig enthousiast van werd dat het besloot het initiatief te steunen. Het stelde een som geld ter beschikking en “vervolgens hebben we een stichting opgericht en een gebouw gehuurd: het begint gewoon met dingen doen. Dus veel meer dan dingen bespreken. Dat is eigenlijk wel ontzettend hard werken, maar nu staat er een atelier waar het ruikt naar houtkrullen, koffie en wafels en liggen er oude deuren van honderd jaar oud op tafel, waar we glas in lood aan het maken zijn,” vertelt Michel. Daarnaast krijgen ze ook nog augmented reality-app, waarbij je, als je door de stad loopt, kan zien hoe panden er vroeger uit hebben gezien, hoe ze eruitzien na de verbouwing en hoe ze eruitzagen voor de verbouwing. Deze volharding in het opzetten van het initiatief en dit innovatieve vernuft zijn kenmerkend voor Michel Huisman en het Atelier Stadsrevisie.

 

Hoewel de start van het Atelier Stadsrevisie bij de gemeente zogezegd allesbehalve soepel verliep (de plannen lagen er in 2006 en in 2020 werd de eerste opgeknapte gevel opgeleverd), was het tegenovergestelde het geval bij de eigenaren en huurders van de panden die ze wilden opknappen. “Die zeggen met open armen: ja, dit willen we natuurlijk”. Waarom? Michel legt uit: “wij doen dat voor niks, in plaats van het maken van een carnavalswagen of naar een kegelclub gaan, knappen wij de stad op. Wij hebben nu een klein legertje van vrijwilligers die dat allemaal wel willen doen en daar echt plezier aan hebben.”

Michels advies aan andere bewonersinitiatieven: “heb een lange adem, houd vol, denk vanuit het beeld van de mensen die je willen tegenhouden en vraag je af hoe je hen mee kan krijgen”.

Het maken van winst en waarde

Hoe Michel dit allemaal vertelt, lijkt het bijna te mooi om waar te zijn: een groep mensen die vrijwillig panden opknapt, en daar geen (financiële) compensatie voor vraagt. Op de vraag hoe Huisman die groep bij elkaar heeft gekregen, antwoordt hij: “Het begint met aansteken, aanspreken. Als jij met een glimlach over straat loopt, dan heb je vrij veel kans dat mensen teruglachen.”

Daarnaast is het ook het streven van Atelier Stadsrevisie om zoveel mogelijk te werken met participerende burgers, vrijwilligers, werk- en daklozen. Dat is een weloverwogen keuze. Michel legt uit dat er in Heerlen als gevolg van de mijnsluiting en de crisis die daarop volgde veel werklozen zijn. Dat resulteerde vanaf de tachtigerjaren ook in een braindrain. “Iedereen die wat kon, vertrok meteen, en de mensen die bleven zitten, waren ofwel gebonden aan hun omstandigheden of hadden geen andere mogelijkheden. Wat we nu met het Atelier doen, is eigenlijk dat onvermogen omzetten in het besef van: er is een kans, als je de hele dag thuiszit en je realiseert dat je die potentiële arbeid zou kunnen omzetten in iets dat in ieder geval waarde oplevert. Dan heb je weliswaar nog geen inkomen, maar je hebt in ieder geval een nuttig bestaan”. Dat is ook de filosofie achter het Atelier: het verschil tussen het maken van winst en het maken van waarde. Het draait allebei omgeld, maar waar winst maken vaak ten koste gaat van waarde, is het creëren van waarde winst voor iedereen. Hiermee wordt ook sociale cohesie gecreëerd. Volgens Huisman drijven binnensteden voor het overgrote gedeelte op gemeenschapszin en juist die samenhorigheidsgevoelens zorgen ervoor dat mensen graag in het Atelier komen werken.

Verder is er in het Atelier ook een innovatieve manier van werken bedacht, waardoor het mogelijk wordt voor kwetsbare groepen om daar aan de slag te gaan. “Als we voor een gevel staan, meten we precies het gat op van het stuk dat eruit zou moeten, daar maak ik een kist van. Dat vullen we thuis, in die grote werkplaats, met de nieuwe gevel die we gaan maken. En dan kunnen we eigenlijk in twee dagen tijd een pand van een nieuwe jas voorzien”. Hiermee slaat Huisman twee vliegen in één klap ten eerste weinig overlast in de straat en is de verrassing heel groot; ineens staat er een nieuwe gevel. Ten tweede is hiervan het voordeel “dat je dan in een beschermde omgeving elkaar iets kan leren. Je kan er de tijd voor nemen”. Dit maakt dat het Atelier heel toegankelijk om bij aan te kunnen sluiten.

De Stadmaakweek

Hoewel het initiatief een succes is, zou Michel graag zien dat er vanuit overheden minder aan projectontwikkelaars zou worden overgelaten, en meer ruimte zou zijn voor dit soort initiatieven vanuit de samenleving. “Op het moment dat je iemand ziet, waarvan je denkt: dat is iemand met geest, moet je die in principe de ruimte laten en als ze je niet hebt, moet je die kunnen zoeken”, vindt Huisman. Hiernaast heeft hij ook nog een wens naar de inwoners van Heerlen: “Ik zou het fijn vinden als de negativiteit waar ze last van hebben, die ik volkomen terecht vind, van zich af zouden gooien. Ik hoop dat dat omvormt in een elan van: dit is een stad met 95.000 inwoners en een agglomeratie van 350.000 man, we moeten er wat van maken.” Hierbij wordt het initiatief dus bij de samenleving zelf gelegd, iets waar Michel sterk in gelooft. Dit is ook waarom hij de Stadmaakweek zo’n goed initiatief vindt: er zit bewustwording in, mensen realiseren zich dat zij zelf de stad zijn. Mensen worden erop gewezen wat ze zelf kunnen doen. De Stadmaakweek is de plaats bij uitstek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, ideeën kunnen uitwisselen en de handen ineenslaan.

Michel sluit af: “Kijk, je kan niet aan iemand vragen om vertrouwen of hoop te hebben, dat gaat niet, maar je kan wel aan iemand vragen om vertrouwen te wekken en hoop los te maken, te veroorzaken.”

Interview door: Raoul van Stipriaan Luïscius (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) in het kader van de Stadmaakweek

Datum interview: 17-11-2020

1 Reacties

  • 2021-06-08 16:06:32
    Andre Janssen

    Wat deze mensen voor Heerlen doen is fantastisch! Ga zo door!