3 reacties
Geplaatst door: Jannemarie de Jonge Wing di 29 sep

Manifest: opgave 7 Breng agrarische productie in balans met de omgeving

De zevende urgente opgave in het manifest-in-wording is ‘Breng agrarische productie in balans met de omgeving’. De tekst in de oktoberversie van het manifest is:

Elk cultuurlandschap zijn eigen landbouw

De agrarische sector maakt een transitie door. Bedrijven ontwikkelen zich in heel verschillende richtingen. Dat geeft kans om een betere balans te zoeken met de lokale omgeving, volgens het principe ‘doe meer met minder’. Meer maatschappelijk en economisch rendement op minder grond, met minder belasting voor de leefomgeving en de gezondheid. De trend van bulkproductie voor de wereldmarkt moet worden omgebogen in de richting van kwaliteitsproducten met hogere toegevoegde waarde. Plaatselijk kan een grotere waarde ontstaan voor andere maatschappelijke behoeften, zoals natuur, recreatie en hernieuwbare energie. Elders kan de landbouw zich verder ontplooien als innovatieve sector, cruciaal in de omslag naar een circulaire en biobased economie. Nederland moet zich ontwikkelen als internationaal kennislab dat, in combinatie met de sterke maakindustrie, agro- en foodtechnologie exporteert.

 

Lees hier de hele manifesttekst.

Discussieer mee over de toekomst van de voedselvoorziening in aanloop naar de Landmakersdag op 20 oktober a.s. in Pakhuis de Zwijger waarbij de volgende vragen van belang zijn:

1. Wat vind je van de boxteksten – wat vind je belangrijk en wat vind je dat goed is?

2. Welke suggesties zijn er voor het aanscherpen van de teksten?

3. Wat moet er nog gebeuren om in de praktijk doorwerking te krijgen?

3 Reacties

  • 2015-10-19 09:00:05
    Henk Jan Solle
    projectleider / beleidsmedewerker RO

    Waar ik op dit moment op aan wil haken is de tweede zin uit de toelichting bij de urgente opgave: "Bedrijven ontwikkelen zich in heel verschillende richtingen". Dit is een belangrijke zin, met name vanwege het vervolg in de tekst over een noodzakelijke transitie die leidt tot minder belasting van de omgeving. Door deze woordkeuze lijkt een standpunt te worden neergelegd dat de huidige situatie eigenlijk in het geheel niet juist is. Dat lijkt me ongewenst.

    In de meeste bedrijfstakken is er klein percentage vernieuwers, terwijl de grote meerderheid nieuwe ontwikkelingen geleidelijk aan verwerkt in haar bedrijfsvoering. Niet revolutionair, maar wel steeds die aanpassingen doorvoerend die nodig zijn om in ieders specifieke situatie een rendabel bedrijf te kunnen uitoefenen. Veranderingen gaan dus geleidelijk, onder invloed van allerlei economische en maatschappelijke stimuli.

    Het kan een beleidsverandering zijn om juist de vernieuwers in de agrarische sector te stimuleren en te kijken hoe innovatie sneller of beter kan worden benut. Hier is ook niets op tegen. Er moet dan wel rekening worden gehouden met de diversiteit van bedrijfsontwikkeling in Nederland. Veel van de bedrijfsontwikkeling vindt gaandeweg de dagelijkse werkzaamheden plaats. Elke ondernemer maakt daarin eigen keuzes, vanuit een bepaalde gedachte over de bedrijfsvoering. Ook de manieren om vernieuwing te stimuleren moeten dus breed worden ingestoken.

    Daarbij heeft Nederland wereldwijd een uitstekende naam op het gebied van voedselveiligheid- en kwaliteit, innovatie en agrarische kennis. Niet omdat we daar perse naar hebben gestreefd, maar omdat ondernemers daar lang aan hebben gewerkt met hun bedrijven. Ook honderd jaar geleden verkochten Nederlandse bedrijven al melkpoeder, kaas en boter in landen aan de andere kant van de wereld. Hetzelfde geldt voor de export van agrarische kennis. Die focus op de wereldmarkt is er dus al heel lang en is zeker niet alleen maar gericht op het in eigen land zo veel mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten, zonder rekening te houden met de omgeving.

    Het standpunt dat het ‘anders’ moet in de sector behoeft denk ik in het Manifest 2040 enige nuancering. Ik denk dat niemand er op tegen is om te streven naar een innovatieve, technologisch hoogstaande agrarische sector waarvan de kennis en expertise wereldwijd kan worden vermarkt. Laten we daarbij dan ook benoemen dat we daarvoor een stevige basis aan 'gewone' boeren nodig hebben die in hun dagelijkse werk punten zien die ze denken te kunnen verbeteren. Niet omdat ze zo graag een innovatie willen verkopen, maar omdat het de productie van voedsel of grondstoffen gelet op hun specifieke bedrijfssituatie veiliger, efficiënter, diervriendelijker etc. maakt. Of omdat ze daarmee beter op veranderingen in de maatschappij kunnen inspelen, of die toegevoegde waarde aan hun product kunnen geven die maakt dat het gezinsinkomen stabieler wordt. Koppel daaraan de behoefte aan ruimte voor ontwikkeling binnen de sector zelf. Erken daarbij de diversiteit maar blijf ook vooral ruimte bieden aan die diversiteit. Trek de formulering dus wat breder: niet alleen een kennislab maar vooral een living lab waarin in brede zin ideeën en oplossingen tot bloei kunnen komen.

  • 2015-10-14 09:40:54
    Pauline van den Broeke
    ruimtelijk advies en ontwerp bij Can you imagine

    Afgelopen donderdag was in het Nieuwe Instituut een debat over het metropolitaan voedselcircuit georganiseerd door de vereniging Deltametropool. Een aantal sprekers gaf hier hun visie op. Dat was een mooi opgebouwd geheel want het begon met een terugblik door Marten Kuijpers, via een analyse van Mirte Cofino naar de kansen voor metropolitan foodscapes door Eric-Jan Pleijster. Daarbij lag de focus op de Metropoolregio Den Haag Rotterdam. Goede verhalen die aan het denken zetten. Want het is nogal wat om na te denken over de impact van de transitie van de landbouw. Stel je voor dat je pleit voor de transitie van voedselwereldspeler naar allemaal kleine spelers in een regionale voedselstrategie. Het Westland ziet de pleitbezorgers al aankomen. De vraag is dan ook waarom die transitie nodig is. Want volgens Mirte is het mogelijk om 9 miljard mensen te voeden met de huidige capaciteit aan landbouwgrond. Daarvoor hoeven geen regenwouden extra gekapt te worden en hoeft er niet minder vlees gegeten te worden. De sleutel daartoe is efficiëntie en niet een regionale voedselstrategie. Dit is natuurlijk een interessante stelling omdat het indruist tegen alle huidige opinies in het landelijke en lokale debat over voedsel, duurzaamheid, gezondheid en leefomgeving. Volgens Mirte is daar wel een systeemverandering voor nodig om echt efficiënt landbouw te kunnen bedrijven. Stadslandbouw kan daarvoor als trigger dienen. Dat betreft dan niet de historiserende landbouw of de showcase voor bijvoorbeeld educatieve en sociale doeleinden. Maar de intensieve landbouw waar voldoende experimenteerruimte is om te kunnen innoveren. De vraag is of dergelijke intensieve stadslandbouw wel een aantrekkelijk voedsellandschap oplevert. Dat was één van de aanbevelingen die Eric-Jan opgehaald heeft uit de workshop over foodscapes. Andere aanbevelingen hinkten ook veel op die twee gedachten van intensieve landbouw en het recreatielandschap. De transitie in de landbouw is noodzakelijk vanwege de uitputting van de bodem en het sluiten van de kringloop van grondstoffen vanwege de toenemende schaarste. De Landbouw moet simpelweg duurzamer. En het lijkt me een van de belangrijkste uitdagingen voor de omgevingsvisie om te onderzoeken of intensieve landbouw een aantrekkelijk landschap op kan leveren. In de tekst van opgave 7 uit het manifest van het Jaar van de Ruimte, breng agrarische productie in balans met de omgeving, zie ik dat nog niet zo scherp terug komen. In dit hele debat heb ik één van de belangrijkste triggers in de landbouw gemist: geld en geldstromen. Want in de voedselketen gaat veel geld om, maar dat belandt niet bij de boer. Als er een gesloten kringloop zou zijn van geldstromen dan zou dit geld weer geïnvesteerd worden in innovatie en de grond. En dat hoort onderdeel te zijn van de mogelijke antwoorden op de toekomstige voedselvoorziening in Nederland en de daaraan verbonden transitie van de landbouw.

  • 2015-10-12 14:51:24
    Yvonne Geelen
    beleidsmedewerker provincie Gelderland

    Gelderland denkt en doet mee met het manifest 2040 van het Jaar van de Ruimte. Onze collega’s hebben vanuit hun bevindingen in het co-creatieproces rond de Gelderse Omgevingsvisie naar de 7 onvermijdelijke opgaven gekeken. Het resultaat daarvan treft u hier aan. We horen graag jullie reactie op onze manier van inspelen op transities waar Nederland de komende decennia voor staat.

    Innovatie inzetten voor gezond en veilig voedsel (of producten) dat duurzaam is geproduceerd, waarbij duurzaamheid betrekking heeft op (wereld)economie, ecologie en maatschappelijk draagvlak.

     

    Achtergrond

    De provincie Gelderland wenst het landelijk gebied economisch en sociaal vitaal te houden en acht daarvoor een concurrerende landbouw noodzakelijk. Economisch gezond maar tegelijk ook de opgave om te verduurzamen met aspecten als milieu, dierwelzijn, volksgezondheid, voedselveiligheid en klimaat. Een duurzame landbouw creëert draagvlak in de samenleving. Dit kunnen we niet bereiken zonder innovaties. Innovaties in de breedste zin van het woord, dus niet alleen technisch maar ook sociaal en maatschappelijk.

    Vanuit de politieke wens om in te zetten op innovatie heeft de provincie Gelderland besloten om ten aanzien van innovaties in de land- en tuinbouw een koers in te zetten waarmee maximaal rendement wordt gehaald uit de beschikbare middelen. Daarbij wordt meer ingezet op samenwerking, kennisuitwisseling en ontwikkeling van nieuwe concepten en minder op het stimuleren van innovatie op het individuele bedrijfsniveau. De provincie stimuleert kennisuitwisseling en samenwerkingsverbanden die gericht zijn op het structureel verbeteren van de duurzaamheid van een hele keten of sector waarbij duurzaamheid betrekking heeft op economie (bv verbetering van de concurrentiepositie), milieu (bv gezamenlijke aanpak van de mestproblematiek) en maatschappij (bv verkorting van de afstand tussen boer en burger).

    Een goed voorbeeld van deze aanpak is het project Vruchtbare Kringloop in de Achterhoek en Liemers. In dit project werken LTO Noord, ForFarmers, Friesland Campina en Waterschap samen aan de verbetering van de landbouwproductie, het watersysteem en het milieu. De projectpartners spelen daarbij in op onder andere de mestwetgeving, klimaatadaptatie in de landbouw en innovatief ondernemerschap. Naast de projectpartners doen er 265 melkveehouders mee aan het project.

     

    Twee sporen

    Bij het stimuleren van innovaties maakt de provincie onderscheid tussen korte ketens, local for local (L4L) en de mondiale landbouw. Local for local heeft betrekking op lokale voedselproductie; mondiale landbouw betreft de voedselproductie die via diverse schakels in de keten produceert voor de Europese- of wereldmarkt.

    De provincie Gelderland acht het stimuleren en verbinden van lokale initiatieven met betrekking tot voedsel een rol voor de gemeenten. De provincie ondersteunt de gemeenten wel in deze nieuwe rol, onder andere via het Kennisnetwerk Voedsel voor gemeenten (Programma Duurzaam Door).

    Ten aanzien van de mondiale landbouw zal de provincie Gelderland niet langer de uitrol van technische innovaties financieel ondersteunen. Dit is een verantwoorde keuze omdat er rijksbeleid is ten aanzien van duurzaamheid, er eerstelijnsorganisaties in het leven zijn geroepen, en bovendien, inmiddels van bedrijven mag worden verwacht dat ze steeds meer uit eigen beweging, al dan niet onder druk van de samenleving, maatschappelijk verantwoord zullen ondernemen. Wat de provincie wél doet voor de gangbare landbouwsectoren is het stimuleren van innovaties door bevordering van kennisuitwisseling en samenwerking binnen de triple helix (tussen onderzoek/onderwijs, ondernemers en overheid), binnen en tussen de ketens, en tussen agrobusiness en andere sectoren (cross overs). Om in te kunnen spelen op gewenste of ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang om nu een beeld te vormen over hoe de voedselproductie er over 20 jaar uit ziet. Dat is moeilijk. Omdat meningen verschillen en technische ontwikkelingen sneller gaan dan we kunnen voorspellen. Het is daarom belangrijk om flexibel te kunnen inspelen op veranderingen.

     

    Agrofood is in Gelderland een omvangrijke en innovatieve bedrijfstak, die mede vanwege de vele cross overs met andere sectoren veel economische kansen bieden (high tech, biobased economy, health & life sciences, water en natuur). Er liggen veel uitdagingen die om actie en intersectorale samenwerking vragen. Juist in de cross overs zit economische toekomst.

     

    Wat te doen?

    Focussen op structureel verbeteren van de duurzaamheid (economisch, milieu, maatschappij) van een hele keten of sector langs genoemde de sporen. Dat doen we onder meer door:

     

    Meer met minder

    De inzet is gericht op meer productie van voedsel voor een groeiende wereldpopulatie met minder belasting van de aarde, door:

    • Eiwittransitie: acties gericht op de transitie naar plantaardige eiwitten uit uiteenlopende bronnen;
    • Precisielandbouw: de inzet van technologie/smart industry en ICT om hogere opbrengsten tegen lagere milieubelasting te realiseren;
    • Terugdringing foodwaste: acties gericht op het terugdringen van voedselbederf in de gehele keten, van productie tot consument;
    • Verbetering van het dierenwelzijn: acties gericht op het verbeteren van het dierenwelzijn door betere resistentie, betere stalsystemen, terugdringing gebruik medicijnen en antibiotica.

     

    Gezonde voeding

    De inzet is erop gericht om door middel van innovatie beter voedsel te produceren, dat bijdraagt aan de gezondheid van mens en dier, door: 

    • Triple low: acties gericht om voedsel te produceren dat minder vet, minder suiker en minder zout bevat;
    • Medicinale toepassing van voedsel: acties dier erop gericht zijn om via andere en/of betere voeding medicijngebruik tot een minimum te beperken en toegevoegde waarde te creëren voor voeding.

     

    Voedselveiligheid

    Innovaties gericht op de productie van veilig voedsel wordt gestimuleerd door:

    • Antibioticareductie: acties gericht op het voorkomen van ongewenste stoffen in de voedselketen;
    • Duurzame gewasbescherming: acties gericht op het voorkomen van ongewenste stoffen on de voedselketen;
    • Schone productie: acties gericht op het terugdringen van gevaar voor bacteriologische infecties etc. in de keten.

     

    Local for local

    Korte ketens en voedselproductie in of dichtbij de stedelijke omgeving zijn belangrijk voor het bewustzijn van goede voeding en voedselproductie, maar ook wat betreft inzicht in consumentenwensen.

    •  Breng voedselproductie dichtbij de mensen, ook al is dat niet de oplossing voor de voedselvoorziening (korte ketens, tijdelijk agrarisch gebruik en agrarisch gebruik leegstand in de stad). Zo werk je aan draagvlak voor duurzame voeding en – voedselproductie en organiseer je waardevolle feed back;
    • Integreer voedselproductie met aspecten als zorg, landschap en recreatie met hun eigen ruimtelijke eisen en dynamiek.

     

    Ruimtelijke inrichting

    De veranderingen in wijze van voedselproductie hebben grote ruimtelijke consequenties.

    • Er wordt een grotere flexibiliteit van de ruimtelijke ordening én de sector gevraagd, omdat grondgebonden productie opschuift naar intensieve productie als gevolg van teelttechnische veranderingen. De traditionele scheiding van stedelijk en landelijk gebied gaat steeds minder op;
    • Koester sterke geografische clusters, waar alle schakels uit de keten aanwezig zijn; zij bieden een unieke uitgangspositie voor innovaties en transities in de land- en tuinbouw.

     

    Biobased economy

    Tot slot staat agrarische productie aan de basis van de biobased economy, waar het gaat om energiegewassen, vezelgewassen, inhoudsstoffen etc. De inzet is om de agrarische sector ook daadwerkelijk hiervan te kunnen laten profiteren door:

    • Reststromen te verwaarden en
    • Teelten te optimaliseren.