Geplaatst door: Luuk Buitendijk Stagiair Jaar van de Ruimte en 3e jrs student Planologie UvA vr 20 nov

On Tour #4. Het slimme samenspel tussen samenleving en overheid: leren van Brabantse praktijken

Jaar van de Ruimte on tour #4 Tafel 1 Ronde 1

Met casushouders Anne van Kuijk en Peter van Rooy van Praktijkschool Brabant werd, onder leiding van Hans Leeflang, de eerste ronde aan de discussietafels afgetrapt. De casus die centraal stond was de Overdiepse polder. Waar de Overdiepse polder in de vorige eeuw nog een gewone en daardoor tamelijk onbekende polders was, is het deze eeuw een bijzonder gebied geworden. Een schoolvoorbeeld van gebiedsontwikkeling in Waalwijk. Een proeftuin voor Ruimte voor de Rivier. Een icoon van overheidsparticipatie. Aanvankelijk waren de bewoners banger voor de overheid dan voor het wassende water. De bewoners kregen en namen de hoofdrol en vonden voor de realisatie van hun terpenplan in overheden uiteindelijk een dienstbare partner. Dat deze gebiedsontwikkeling 15 jaar heeft geduurd is volgens Peter van Rooy te lang, al is het eindresultaat top. Vooral de acceptatie en omarming bij het Rijk van particuliere initiatieven duurde lang. De kanteling in verhoudingen die zich in de samenleving aan het voltrekken is, tekent zich scherp af in dit proces.

Praktijkschool Brabant is ooit gestart omdat de regionale overheid / de provincie niet klaar leek te zijn voor initiatieven van particulieren. Het doel is erachter te komen hoe de provincie een beter samenspel tussen samenleving en overheid rondom maatschappelijke initiatieven kan ontwikkelen. Het lerend ontwikkelen door kennisdeling aan de hand van concrete praktijken.

Schermafbeelding 2015-11-20 om 15.41.14

In het boek Overdiepse Polder; Vijftien jaar overheidsparticipatie van Peter van Rooy zijn tien handelingsperspectieven door Praktijkschool Brabant geformuleerd die veralgemeniseerd zijn naar alle overheden. Overheden moeten dit als lessen voor andere praktijken zien. Welke lessen spreken de deelnemers van deze tafel het meest aan? Dit bleken de volgende twee lessen te zijn:

  • Dienstbaarheid aan de samenleving boven eigen specialistische kennis;
  • Volhoudbare initiatieven van derden minstens zoveel aandacht als eigen initiatieven.

De eerste les blijkt cruciaal te zijn. Deze les kenmerkt zich door overheden die zich dienen te verdiepen in de essenties van de externe vraag of behoefte. Bepaal welke kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten nodig zijn. Kennis is irrelevant bij de wens van de samenleving werd zelfs gezegd. Daarnaast leert deze les dat het van belang is dat een compact geëquipeerd team met een heldere taakverdeling samengesteld wordt. De overheid leert luisteren naar privaat en particulier; naar de samenleving. Overheden zouden moeten meedenken, mee opwerken, met particuliere initiatieven waarbij de hoofdlijnen van het eigen beleid in het achterhoofd gehouden worden, zo werd gesteld.

De andere les die de deelnemers het meest aansprak vereist een ontvankelijke overheid die open staat voor volhoudbare initiatieven van derden. Aan initiatiefnemers moet hierbij gevraagd worden of zij meerwaarde zien in de overheid en zo ja welke. Vervolgens moet er passende menskracht georganiseerd worden om het initiatief te verbinden en op te werken.

Waar zit de weerstand? Die zit in de instituties. Initiatieven lopen tegen het bureaucratisch moeras aan. Dit leidt tot het stuk- of vastlopen van initiatieven met potentie. Daarnaast kwam ter sprake dat er een verschil is tussen initiatieven afkomstig van private partijen met een zak geld versus particulieren met initiatieven die zij van de grond willen krijgen. Overheden benutten vooral de energie van de private partijen, van bijvoorbeeld multinationals, aangezien de zak met geld er daar al is.

‘Daan Roosegaarde en Rotterdam’ is een voorbeeld hoe je particuliere initiatieven kan omarmen. Dit soort projecten en praktijken blijven echter vaak beperkt tot best practices op een enkele plek. De vraag blijft hoe dit naar een hoger schaalniveau getild kan worden. Een goed businesscase of verdienmodel kan de meerwaarde van particuliere initiatieven aantonen en zo wellicht zorgen voor het tillen naar een hoger schaalniveau. De maatschappelijke of toegevoegde waarde aantonen is van belang.

Overheden, zoals bijvoorbeeld de gemeente, kunnen in eerste instantie ruimte faciliteren voor particuliere initiatieven. Dit om in ieder geval met elkaar om de tafel te kunnen gaan. Daarnaast werd gepleit voor ‘intern samenspannende ambtenaren’. Begin als ambtenaar zelf het goede voorbeeld te zijn of steun ten minste deze mensen. Vorm de ‘club van stoute ambtenaren’ of een ‘guerilla’. Ten slotte werd gesteld dat particuliere initiatieven door overheden erkent moeten worden als startpunt in plaats van als standpunt.

0 Reacties