Geplaatst door: Wij Maken Nederland di 12 jun

Partnerschappen en ontwerpend onderzoek als start bij transities

Rond de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie is er na de verdiepingsrondes en voor de politieke besluitvorming ruimte ontstaan voor input vanuit de praktijk. WMNL organiseerde, met inzet van de Landmakers en de regionale praktijken, een input voor Rijksbeleid en specifiek voor de NOVI. Dit resulteerde in drie regioreferaten. Dit is het referaat vanuit de regio Leiden.

 

Stip op de horizon?

In het Hart van Holland werken negen gemeenten rond Leiden en Hoogheemraadschap van Rijnland samen aan een visie voor 2040. Ze maken een gezamenlijke Omgevingsvisie voor een economisch sterke, gezonde en veilige, duurzame en robuuste regio in 2040. Omdat schaal voor het onderwerp energietransitie belangrijk is trekken de 10 gemeenten hierin op met het bestaande regionale samenwerkingsorgaan Holland Rijnland.

Met de veertien gemeenten van Holland Rijnland, de provincie, het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Omgevingsdienst West-Holland wordt gewerkt aan de regionale energietransitie. Ambitie is om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze ambitie en de uitwerking hiervan in zes uitvoeringslijnen, is verwoord in het Energieakkoord Holland Rijnland.

 

Sanne de Boer: “Meer neerleggen bij gemeenten gaat niet vanzelf. Ondersteun voorlopers in waar ze mee bezig zijn, met ruime regelgeving en financiering.”

 

Welke kansen biedt de regio voor Nederland?

Het Hart van Holland was de eerste regio die de energieopgave voor 2040 met ontwerpend onderzoek liet uittekenen op het eigen grondgebied. Daarmee werd voor het eerst de omvang van de opgave duidelijk voor het Hart van Holland, maar ook voor de rest van Nederland. Dat bracht ook het besef dat schaal belangrijk is om van de energietransitie een succes te maken. Daarom werd opgeschaald naar de grotere regio Holland Rijnland.

Inmiddels werkt de regio Holland Rijnland op zes uitvoeringslijnen (besparing in de gebouwde omgeving, warmte, zon op daken, wind en zon in het landelijke gebied, verduurzaming van de greenports en mobiliteit) aan de energietransitie.

Als koploper doet de regio waardevolle inzichten op rond energie- en klimaatopgaven en deelt de knelpunten en bruikbare lessen graag met het Rijk en andere regio’s.

 

Fred Goedbloed: “Werk met werk maken is de nieuwe heilige Graal. Willen we de energietransitie en inpassing van de klimaatadaptatie maatregelen betaalbaar houden dan moeten we projecten en werkzaamheden in de openbare ruimte beter op elkaar afstemmen. Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan in de praktijk gedaan. Zeker als we daarvoor ook over de gemeentegrenzen heen gaan.”

 

Knelpunten:

  • Politieke tegenwind: Netbeheerders gaan pas investeren als duidelijk is hoe het energielandschap eruit komt te zien. Binnen de Provinciale Staten van Zuid-Holland is momenteel geen draagvlak voor grootschalige extra wind- en zonontwikkelingen, naast de aangewezen gebieden voor de opwekking van windenergie. Door deze twee standpunten dreigt de energietransitie te vertragen.
  • Keuzevrijheid is duur: De regio heeft, met de bouwopgave die er ligt, behoefte aan meerdere warmtebronnen. Het inpassen van meerdere systemen naast elkaar lijkt echter financieel onhaalbaar.
  • Drinkwater: Geothermie in Noordwijk lijkt een van de oplossingsrichtingen, maar kan impact hebben op de zoetwatervoorraden van 3,2 miljoen mensen.
  • Bodemdaling: De problematiek van bodemdaling is urgent in de regio en raakt aan alle grote opgaven; de regio is echter geen bevoegd gezag om principiële keuzes te maken.
  • Ondergrond ligt vol: Bij de transformatie van vrijwel alle binnenstedelijke projecten blijkt het uiterst complex om een forse aantal nieuwe woningen aardgasvrij te bouwen en aan te sluiten op het bestaande of te realiseren warmtenet: de ondergrond ligt vol.
  • Verantwoordelijk: Voor nieuwe thema’s als hittestress, verdroging en waterberging missen er normen. Het is daarom nog onduidelijk wat de opgave is, welke kennis erover beschikbaar is voor lokaal maatwerk (verschilt ook nog eens per opgave en per locatie) en wie verantwoordelijk is. Gemeenten en regio’s zijn vaak niet het bevoegd gezag.

 

Ans Groenewegen: “De wereld staat stil als er twee dagen geen drinkwater is.”

 

In de wijk Zuid-West (Leiden), aangewezen om van het aardgas af te gaan, komen veel van deze uitdagingen samen. Samenwerkende partijen zijn op zoek naar optimale keuzes.

Warmtevisie Leiden

Beeld: Warmtevisie Leiden


 

Leiden Zuid-West aardgasvrij

Leiden heeft de wijk Zuid-West aangewezen als kansrijke wijk om van het aardgas af te halen. De jaren zestigwijk heeft veel gestapelde bouw en ruimte voor verdichting. Zowel het aardgasnet als de riolering moeten worden vervangen. Gelijktijdig onderzoeken partijen wat er nodig is om de wijk klimaatadaptief en energieneutraal te maken. Kunnen bijvoorbeeld de waterkringlopen in het gebied worden gebruikt voor het energiesysteem? Er is in de wijk nog geen warmtenet, onderzoek moet nog uitwijzen of dit geschikt is of niet. Om de opgave nog uitdagender te maken: Leiden wil de wijk ook op sociaal vlak een impuls geven.

 

Bruikbare lessen:

Ondanks de gesignaleerde knelpunten blijft Hart van Holland/Holland Rijnland doorwerken aan het realiseren van ambitieuze klimaat- en energiedoelen.

  • Bepaal het schaalniveau en je samenwerkingspartners: De gemeente is niet de juiste schaal om energievraagstukken op te lossen, de regio is wel de schaal om naar oplossingen te zoeken. De regio is geen formele partij en je wil geen vierde laag creëren zonder democratische bevoegdheid. Door de energietransitie ontstaan er nieuwe afhankelijkheidsverhoudingen tussen stad en het omliggende land. In die nieuwe situatie is het noodzakelijk om ontwikkelingen op elkaar af te stemmen en zorg te dragen voor verevening van lusten en lasten. Verdere is een samenwerking met de netbeheerder, het waterschap en woningcorporaties onontbeerlijk.
  • Begin met een inzicht in vraag en aanbod: Een belangrijke basis voor het opstarten va het proces werd gelegd door de energievraag en het beschikbare aanbod voor de regio in beeld te brengen. Er werd ook in kaart gebracht waar de opgave raakt aan vraagstukken van verstedelijking, mobiliteit, recreatie en biodiversiteit. Met de juiste kennis en informatie zien partijen dat ze elkaar nodig hebben en zijn ze mee te nemen in het proces.
  • Investeer in de langdurige samenwerking: Praten met de buren kost veel tijd en geld. De methode die Hart van Holland in de pilot ontwikkelde is te gebruiken voor andere regio’s. Het leverde tempo, draagvlak, vertrouwen en een betere relatie op tussen gemeenten onderling (ook bestuurlijk) en met andere betrokkenen. Samenwerken en slim combineren levert hopelijk ook een besparing op voor toch al dure transitie.
  • Benut de kennis over het slim ordenen van de ruimte, ook ondergronds: Met klimaatadaptatie en energietransitie ontstaat concurrentie om ruimte, boven en onder de grond. Zorg voor een intelligente ordening van die opgaven en voor slimme functiecombinaties. Denk aan multifunctionele gebieden voor natuur en drinkwater, waar ook ruimte is voor waterberging en windmolens. Benut de kennis van drinkwaterbedrijven over stedelijke ondergrondse waterberging.

 

Jeroen Ververs: “Met zon op daken realiseren we 1/20ste van de opgave. Daarmee gaan we de ambitie om in 2025 een groot deel van onze energie duurzaam op te wekken niet halen.”

 

 

Wat is de complementaire rol van het Rijk?

  • Richtinggevende keuzes. Is de erfgoedwaarde van het Groene Hart belangrijker dan die van de kust, of Flevoland? Wat doen we met de landbouw in de polders waar honderden jaren pompen tot bodemdaling leidt? Halen we de aardgasleidingen eruit of laten we die liggen voor waterstof?
  • Duid de nodige hoofdinfrastructuren voor de klimaat- en energieopgaven aan en wie deze hoofdstructuren gaan betalen en beheren. Er is een nationaal plan nodig voor het opwaarderen van het energienet. Laat de ruimtelijke inpassing daarvan eerst over aan de regio. De publicatie Energie en Ruimte. Een Nationaal Perspectief (2017, Dirk Sijmons e.a.) biedt een voorzet. Aanpassen kan, maar kom dan met een beter plan.
  • Investeer in kennis en capaciteit voor gemeenten. Bijvoorbeeld met een landelijk “vliegende keep” team.
  • Drinkwater is een nationaal belang. Overheden moeten met de zoetwatervoorraden rekening houden bij het geven van vergunningen voor het slaan van geothermiepunten of andere nodige infra die de ondergrond in gaat. Leg dat vast in de Novi.
  • Leg ontwerpend onderzoek vast als een methodiek voor de ruimtelijke inpassing van de transitieopgaven. Ontwerpend onderzoek geeft inzicht hoe we de klimaat- en energieopgaven kunnen koppelen aan andere opgaven (woningbouw, duurzame economische groei). Het Nederlandse landschap zal hoe dan ook veranderen, verzeker dat de transities op kwalitatieve manier gebeuren.

 

Martin Verwoest “Klimaatadaptatie en energietransitie zullen een sterk ordenende rol krijgen in de ruimtelijke ordening. Door ontwerpkracht te benutten ontstijgen we technische oplossingen en creëren we ruimtelijke kwaliteit.”

 

Wat moet het Rijk niet doen?

Het Rijk moet niet opleggen hoe de Regionale Energie- en Klimaatstrategieën (REKS) eruit komt te zien: behoud de slagkracht die er is in de regio’s, stuur alleen daar waar die ontbreekt. Zorg wel voor een terugkerende benchmark om de voortgang van REKS’en te monitoren.

 


 

 

Deelnemers aan het regiogesprek:

– Sanne de Boer, gemeente Leiden

– Willemijn Bouland, Dunea

– Xandra van Ginkel, Holland Rijnland

– Fred Goedbloed, gemeente Leiden

– Ans Groenewegen, Dunea

– Dolf Kern, hoogheemraadschap van Rijnland

– Boudewijn Kopp, gemeente Leiden

– Lianne Mack, gemeente Leiden

– Henriëtte Noordhof, gemeente Leiden

– Jeroen Ververs, Holland Rijnland

– Martin Verwoest, gemeente Leiden

– Esmeralde van Vliet, Alliander

 

0 Reacties