Geplaatst door: Wij Maken Nederland wo 13 jun

Vijf boodschappen uit drie regioreferaten

Aanleiding

Rond de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie is er na de verdiepingsrondes en voor de politieke besluitvorming ruimte ontstaan voor input vanuit de praktijk. WMNL organiseerde, met inzet van de Landmakers en de regionale praktijken, een input voor Rijksbeleid en specifiek voor de NOVI. Dit resulteerde in drie regioreferaten.

 

Drie regioreferaten

De kracht van Nederland zit in de verscheidenheid van haar regio’s, onder andere wat betreft woon-leefklimaat, landschappen en economische sectoren.

Regio’s zijn vaak het schaalniveau waar oplossingen voor de transitie-opgaven kunnen worden gevonden. Regionale samenwerkingsverbanden tussen overheden, ondernemers, derde sector of kennisinstellingen worden dan ook gevormd door de gemeenschappelijke opgaven die hen binden. Regio’s zijn echter samenwerkingsvormen zonder democratisch verkozen bevoegdheid en die, als de opgave minder urgent wordt gevoeld, ook dreigen uit elkaar te vallen.

Voor de regio-referaten stonden verschillende hoofdopgaven centraal, voor de regio Eindhoven een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving en een duurzame en concurrerende economie, voor de regio FoodValley de transitie van de landbouw en regio Leiden een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving.

 

Vijf boodschappen

Uit de drie regioreferaten formulerende we vijf overkoepelende boodschappen vanuit de regio voor het Rijk:

  • 1. Duid vanuit gezamenlijk inzicht (Rijk en regio) aan waar de nieuwe (inter)nationale infrastructuur investeringen (elektriciteitsnetwerken, geothermiebronnen en warmtenetten, ICT, hogesnelheidslijnen) komen, wie verantwoordelijk is voor de aanleg en wie voor het beheer. Vanuit een toenemende concurrentie voor ruimte: organiseer het uitvoeringsproces zodat de inpassing van nieuwe infrastructuur aan de regio’s kansen biedt om ook andere regionale opgaven op te pakken.
  • 2. Zorg dat de nieuwe opgaven zoals hittestress, waterberging, schoon water, verdroging, bodemdaling en bodemkwaliteit nadrukkelijker op de agenda komen bij de regionale ontwikkelingen. Een mogelijk instrumenten zijn het stimuleren en belonen van voorlopers, naast normen die een minimum kwaliteit borgen
  • 3. Word als Rijk mede-aandeelhouder in innovatie of kennisontwikkelingsprojecten en niet langer voornamelijk een subsidieverlener aan partijen. Mede-aandeelhouderschap stimuleert het Rijk om (pro)actief blokkades in het bestaande instrumentarium op te ruimen en interdepartementaal optimaal af te stemmen; dit biedt regionale of lokale partners vertrouwen om in de projecten te investeren.
  • 4. Positioneer de ruimtelijke opzet van Nederland als een decentraal park waarin het stedelijk en landelijk gebied niet langer elkaars tegenpolen zijn, maar elkaar juist versterken. De regionale samenwerkingen laten zien dat er een sterke onderlinge afhankelijkheid is tussen de stedelijke en landelijke gemeenten voor de nieuwe transitie-opgaven en elk, vanuit hun specifieke identiteit en kwaliteit, werken deze gemeenten mee aan de gezamenlijke regionale oplossingen. De grens wat stedelijk en wat landelijk gebied is, is niet voor alle opgaven altijd hard.
  • 5. Erken de kracht van de regionale verscheidenheid. Verschillende regio’s zijn koplopers met het oppakken van de specifieke transitie opgaven (energie, landbouw, mobiliteit, economie of verstedelijking). Vanuit de verscheidenheid in hun bestuursvorm en de thema’s die ze oppakken, moet voor Rijksinstrumenten zoals regiodeals of perspectiefgebieden steeds worden ingezet op maatwerk per regio.

De PDF met de drie regioreferaten is hier te downloaden.

 


 

Lees de afzonderlijke referaten hier.

1. Innovatie versterken vanuit verstedelijking en mobiliteit — Regio Eindhoven

2. Nederland als proeftuin voor transitie in de landbouw — Regio Foodvalley

3. Partnerschappen en ontwerpend onderzoek als start bij transities — Regio Leiden

0 Reacties