Geplaatst door: Wij Maken Nederland do 2 sep

BLOG: Over de Grens #2: Grenzeloze mobiliteit

Het tweede lunchwebinar ‘over de grens’ ging door op 17 juni 2021 en stond in het teken van ‘grenzeloze mobiliteit’. Vereniging Deltametropool nodigde Willy Miermans (mobiliteitsdeskundige), Sven Lieten (co-voorzitter vervoerregio Belgisch Limburg) en Bruno Reniers (ruimtelijk planner bij Projectbureau Gentse Kanaalzone) uit om in gesprek te gaan over hoe de grens verplaatsingspatronen beïnvloedt en wat er nodig is om de bereikbaarheid van grensregio’s te verbeteren.

Inzichten met betrekking tot de hedendaagse praktijken en trends:

  • Waar er tussen steden en hun ommeland een landsgrens loopt, ontstaat een atypische interactie. De grens beperkt het bedieningsgebied van voorzieningen en van werklocaties. Waar de (institutionele) weerstanden het kleinst zijn – toerisme, recreatie en shoppen – nemen de grensoverschrijdende relaties proporties aan die je mag verwachten rond stedelijke concentraties.
  • Er ontstaan ook sterk asymmetrische stromen: bijvoorbeeld in het gebied rond de Grensmaas zijn er meer Nederlanders die in België wonen of onderwijs genieten dan omgekeerd, en gaan meer Belgen werken of shoppen in Nederland dan omgekeerd.
  • Mobiliteitsnetwerken in grensregio’s zijn minder sterk ontwikkeld. Zo bestaan er tussen Nederland en België slechts drie spoorverbindingen en gaan regionale busverbindingen zelden over de grens. Dit maakt grensbewoners en grenswerkers voor hun verplaatsingen afhankelijk van de auto (vervoersarmoede) en doet de stedelijke potentie van de regio afnemen.
  • Door de sterke oriëntatie van grensregio’s op hun respectievelijke nationale kerngebieden (Vlaamse Ruit, Randstad) leeft het gevoel in de periferie te zijn er sterk.

 

De belangrijkste take-aways voor grensoverschrijdend samenwerken aan mobiliteit:

  • Verkeersverbindingen zijn een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor de sociaaleconomische ontwikkeling van grensregio’s. Ook mentale en institutionele grenzen zullen gesloopt moeten worden.
  • Voor het realiseren van grensoverschrijdende verbindingen en het tegengaan van ‘braindrain’ uit grensregio’s is openheid van geest belangrijk, met name het inzicht dat een gemeente deel kan zijn van de ruimtelijke ontwikkeling van een stad aan de overzijde van de grens. Ook is perspectiefwissel van belang. Er moet gefocust worden op de kansen om grensoverschrijdend krachten te bundelen in plaats van op Den Haag of Brussel.
  • Een goede samenwerking begint bij het elkaar leren kennen. Dat gebeurt in de praktijk doorgaans naar aanleiding van een concreet project (A2 Maastricht, Grenscorridor N69) of een externe factor als de fusie van de Gentse en Zeeuwse havens. Met een gemeenschappelijk doel voor ogen en een wederzijdse erkenning van wat nodig is, wordt samen aan de weg getimmerd.
  • Al is mobiliteit volop in transitie (elektrische fiets, deelvervoer, Mobility as a Service), toch blijft hoogwaardig OV op grensoverschrijdende corridors noodzakelijk om de bereikbaarheid van grensregio’s te verduurzamen. Fiets en MaaS moeten hieraan complementair gepositioneerd worden, bijvoorbeeld voor de last mile tussen OV-halte en werkplek. Investeringen in OV verdienen zich terug op gebied van omgevings- en milieukwaliteit, waarin kansen liggen voor economische ontwikkeling.
  • Data-uitwisseling is cruciaal om de juiste conclusies voor mobiliteitsbeleid te kunnen trekken. Er moet geïnvesteerd worden in het met elkaar laten communiceren van nationale verkeersmodellen.

Zie hier het hele verslag van de tweede bijeenkomst. Of bekijk de webinar op youtube.

0 Reacties