Geplaatst door: Jaap Modder Owner Brainville, Chair Council on Tall Buildings, Boardmember Deltametropolis do 19 okt

WIJ MAKEN NEDERLAND een beetje meer toekomstbestendig

Jaap Modder – Schaduwminister Groot Stedenbeleid


 

“DE GROTE VERBOUWING VAN NEDERLAND” begint in de grote steden

Soms moet je grote woorden gebruiken om je punt duidelijk te maken. Soms, niet al te vaak. Anders worden het al snel loze woorden. In dit geval is het terecht, om grote woorden te gebruiken. We hebben het over de staat van het land. Nederland is een welvarend landje aan de Noordzee en op allerlei gebieden groter dan het is: luchtvaart, havens, innovatie, invloed in Europa en daarbuiten, om maar eens een paar onderwerpen te noemen. Dat heeft ook een nadeel, we zijn sterk geneigd nogal tevreden te zijn over onszelf. We geven onszelf een dikke zeven of een acht en realiseren ons niet dat het in die situatie makkelijker is om er een acht en een half van te maken dan wanneer je een zesje hebt. En ook daarom, omdat we wel wat kunnen, mogen we best grote woorden gebruiken.

 

Het grote woord is: er is een “grote verbouwing” nodig, een grootschalige verbouwing van ons land. Er zijn mensen die dat al jaren elke dag beweren. Niet altijd terecht. Nu is het terecht. We realiseren ons namelijk pas recent dat er een nogal forse “to do list” is ontstaan van grote maatschappelijke opgaven. Sommige opgaven pakten we al redelijk voortvarend aan. Zie bijvoorbeeld het Deltaprogramma dat onze “waterstaat” op orde brengt. Andere opgaven zijn tot dusverre te lang blijven liggen. Neem energietransitie en (duurzame) mobiliteit.

 

Niet alles is een zaak of taak van de overheid. In Brabant ontstond zonder de overheid een high tech industrie die zich kan meten met de top van de “tech” industrie wereldwijd. De overheid kan daarop mee liften door te faciliteren, door mee te bewegen met de dynamiek in de samenleving. Op beide terreinen gebeurt te weinig, is de laatste jaren te weinig gebeurt. Het moet en kan anders en het moet sneller: maatschappelijke dynamiek (van burgers en bedrijven) een zetje geven en vooral ook zelf grote publieke opgaven voortvarend aanpakken.

 

Toegegeven, het komt allemaal snel op ons af in korte tijd. Nog maar even geleden realiseerden we ons nog niet dat sommige problemen/opgaven/issues zo groot, zo uitdagend en zo urgent zijn. Een kort lijstje: klimaat, energie, digitale economie, gezondheid, voedselvoorziening, globalisering, automatisering. Voeg daaraan toe een groeiende lijst van “achterstallig onderhoud”: van de bestaande woningvoorraad tot en met onze infrastructuur (fysiek en digitaal).

 

Het goede nieuws is dat we (van onszelf) weten dat we best goed zijn in ons vermogen tot aanpassing aan nieuwe omstandigheden. Neem dat Deltaprogramma. En, zoals gezegd, niet alles ligt op het bordje van de overheid. Veel vernieuwing komt uit andere hoeken van de (energieke) Nederlandse samenleving. Overheid, bedrijfsleven en de wetenschap en natuurlijk ook burgers, individueel en collectief.

 

Een nieuw en offensief grotestedenbeleid

Waar te beginnen met de grote verbouwing? Antwoord: in de grote steden. De “grote verbouwing” moet (en kan ook) beginnen in de grote steden. Om twee redenen. De eerste is dat hier het (meeste) geld wordt verdiend. Hier huist de economie van de 21ste eeuw. De tweede reden is dat er een enorme vraag is naar woonruimte in de grote steden en hun onmiddellijke omgeving. Veel meer Nederlanders dan de overheid nu kan bedienen willen in steden wonen. De dynamiek zit in de grote steden. We hebben het over steden vanaf 150000 inwoners en stedelijke regio’s vanaf 300000 inwoners *

 

Er is voor de grote verbouwing van Nederland een nieuw grotestedenbeleid nodig. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken krijgt in de komende regeerperiode twee ministers, naast de minister van Binnenlandse Zaken een minister voor het Grote Stedenbeleid. Dat is niet nieuw. Nieuw is dat het programma van deze minister en van het ministerie omvangrijker is dan tot dusverre is vertoond.

 

Verdichten en verknopen

Onze grote steden zijn, en dat blijkt nu meer dan ooit, te klein. Ze zijn uit hun jasje gegroeid, letterlijk en figuurlijk. De uitbreidingen van de laatste decennia zijn niet genoeg geweest om de vraag naar stedelijk wonen te accommoderen. De nieuwe woningvraag richt zich meer dan hiervoor op binnenstedelijke milieus. Dat vraagt niet in de eerste plaats om uitbreidingen aan de buitenkant van de stad maar om binnenstedelijk wonen. Verdichting is het antwoord. Een aantal steden is er al mee bezig. Dat beleid vraagt om uitbreiding en intensivering, om forse stimulansen, te beginnen in de vijf grootste steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven. In de meeste steden doen zich daarvoor goede mogelijkheden voor maar er kan, en kijkend naar de vraag, er moet een schepje bovenop. Niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. Naast verdichten gaat het om verknopen. Groei van het stedelijk gebied vraagt om betere interne verbindingen, om betere bereikbaarheid. Verbetering van Openbaar Vervoersvoorzieningen moet samengaan met aantrekkelijke woonlocaties die optimaal zijn ontsloten voor openbaar vervoer. Naast verdichten en verknopen gaat het dus ook om beter verbinden.

 

De kwalitatieve samenstelling van een verdichtingsprogramma voor de grote steden vraagt om politieke keuzen. Elders op de wereld zien we dat succes gepaard gaat met “gentrification” (aandeel rijken neemt toe) en “segregation” (rijk verdringt andere sociaal economische klassen). Ook in onze grote steden is die trend zichtbaar. Het gevolg van het doorzetten van die trend is dat steden niet of minder toegankelijk zijn voor alle inkomenscategorieën. Dat is nu al enigszins het geval en dat vraagt om verdichtingsprogramma’s voor de stad die een aantoonbaar antwoord zijn op de actuele en op langere termijn te verwachten woningvraag.

 

Meekoppelen, met klimaat en economie, de stad als biotoop

Verdichting en verknoping daar gaat het primair om. Een adequaat antwoord op de woningvraag van alle inkomenscategorieën is een harde randvoorwaarde. “Meekoppelen” is het volgende trefwoord. Deze grote verbouwing maakt het mogelijk de grote steden ook aan te passen aan een paar andere grote maatschappelijk opgaven. Aan nieuwe woningbouw worden hoge eisen gesteld voor wat betreft energiezuinigheid. En de gasaansluitingen zijn natuurlijk verleden tijd. De nieuwe economie vraagt om top of the bill elektronische infrastructuur (glasvezel). Er ligt op dit vlak (de energetische prestatie) een immense opgave (achterstallig onderhoud) bij de bestaande woningvoorraad. Meekoppelen is ook hier het devies en trouwens ook afkoppelen (van het gas).

 

De klimaatopgave vraagt ook buiten de woning om grote en nieuwe ingrepen in de steden. De verhouding bebouwing en verharding aan de ene kant en groen vraagt om een nieuwe balans. Vergroenen is naast de andere v’s (verdichten, verknopen, verbinden) het trefwoord voor deze noodzakelijke ingrepen in het stedelijk systeem. Klimaat en energietransitie zijn ruimtevragers en moeten een plek krijgen in het stedelijke systeem. Die nieuwe ruimtevraag kan niet zonder gedegen ruimtelijke planning op regionale schaal. De huidige ruimtelijke planvorming in steden is te zeer gericht op het oplossen van acute problemen op korte en middellange termijn (gaat meestal alleen over woningbouwlocaties).

 

De verandering van onze economie naar dienstverlening, kleinschalige “high tech”, startups, research c.a. is al jaren aan de gang maar de macro productiviteit is als gevolg van deze veranderingen niet toegenomen en dat blijft nog even zo. Daarom is er een extra inspanning nodig om deze op termijn weer te laten stijgen. De biotoop stad blijkt meer geschikt voor de nieuwe economie en dat vraagt om een verbetering van de vestigingsvoorwaarden. Meer ruimte voor de nieuwe economie vraagt om veel meer kleinere en betaalbare bedrijfsruimte in de stad, om nieuwe “marktplaatsen” voor ontmoeting en transactie, en om ruimte voor de bijbehorende service-industrie.

 

Maatschappelijke schaalvergroting vraagt om politieke antwoorden

De schaal waarop de maatschappelijke dynamiek zich voordoet is niet meer in lijn met de schaal waarop wij besturen, data registreren, investeringen doen. Mensen en bedrijven functioneren op een grotere schaal dan enkele decennia geleden maar dat leidt tot dusverre tot weinig aanpassingen in de structuur en het functioneren van ons politiek-bestuurlijk systeem. De overheid reageert traag op veranderingen in de samenleving, te traag.

 

Er komen nieuwe schaalniveaus in beeld en die alleen op dat niveau beantwoord en behandeld kunnen worden, schalen waarop ook gehandeld moet worden. Neem de schaal van de NW Europese “deltametropool” (hoekpunten Amsterdam, Keulen, Brussel). Onze “beste” bedrijven handelen al lang op die schaal (neem ASML). Of neem de huidige metropoolregio’s rond de vijf grote steden, een betrekkelijk nieuw maatschappelijk speelveld. Burgers en bedrijven beschouwen dat al heel lang als hun “daily urban system” maar de bestuurlijke begeleiding daarvan schiet ernstig tekort. Er is nauwelijks sprake van bestuurlijke coördinatie. En ook op het schaalniveau van buurten en wijken zijn nieuwe fenomenen zichtbaar die vragen om een “systeemverandering’. Mensen in steden kunnen individueel en als deelnemer in allerlei wijkverbanden veel meer dan vroeger (internet, buurtzorg, zelfbouw etc.). Daar wordt te weinig mee gedaan, met de energieke samenleving. Nieuwe schalen van maatschappelijke dynamiek vragen om systeemverandering, van buurt tot en met Europese deltametropool.

 

Systeem- en schaalvernieuwing

Het nieuwe grotestedenbeleid gaat op zoek naar nieuwe vormen van interactie tussen overheid en burgers en neemt daarbij nieuwe schalen van maatschappelijke dynamiek serieus. Burgers en bedrijven zijn meer competent dan ooit en in staat zelf richting te geven aan hun leven in de stad en in stedelijke regio’s. Dat vraagt om een politiek antwoord. De grote grensoverschrijdende schaal vraagt eveneens om actieve interventies. Nederland neemt initiatieven om voor de NW Europese deltametropool tot een samenhangend economisch en infrastructuurbeleid te komen. Betere en snellere spoorverbindingen staan daarbij boven aan de lijst.

 

Voor de grote steden komen maatregelen om ze in staat te stellen hun verdichtingsprogramma’s te realiseren. Decentralisatie van taken ging tot dusverre zonder decentralisatie van financiële middelen, heeft daarmee onvoldoende effect gehad en bood de stads- en regionale besturen te weinig mogelijkheden. Steden moeten zelf veel meer over grote investeringsprojecten kunnen beslissen en ook zelf die investeringen ook kunnen doen. Dat vraagt een ingrijpende verandering van ons belastingstelsel. Dat moet bij wet geregeld worden. Intussen wordt hiermee ervaring opgedaan in Eindhoven of de regio Eindhoven (keuze dient nog gemaakt) . Daar wordt een proef genomen met lokale heffing van de vennootschapsbelasting (dan wel de btw).

 

Steden zijn te klein geworden in verhouding tot de vraag naar wonen en werken in de stad. Verdichting vraagt om nieuwe arrangementen. Maar de grote steden zijn ook uit hun jasje gegroeid als we kijken naar de schaal waarop maatschappelijke processen zich afspelen in stedelijke gebieden. Daarom wordt de uitrusting van de stedelijke regio’s om hierop een adequaat antwoord te geven sterk verbeterd. Meer beleidsinzet, meer financiële middelen en nieuwe vormen van regionale democratie. Begonnen wordt met de drie metropoolregio’s en de regio rond Utrecht. Intussen wordt een zogenaamde Amsterdam-wet in voorbereiding genomen die de stad opschaalt naar het regionale schaalniveau, vergelijkbaar met de bestuurlijke vernieuwingen die in Parijs en Londen zijn doorgevoerd en met een status die vergelijkbaar is met de grote steden (Hamburg) in Duitsland.

 

Het nieuwe groot stedenbeleid vraagt om enorme investeringen

Voor de grote verbouwing van Nederland, om te beginnen de verbouwing van de grote steden en hun onmiddellijke omgeving is meer geld nodig dan in de rijksbegroting te vinden is. Daarom wordt het instrument Nederlandse investeringsbank weer nieuw leven ingeblazen. Om de vernieuwingen die nodig zijn te financieren worden publieke en private middelen gecombineerd ingezet.

 

De “grote verbouwing” van Nederland vraagt ook om investeringen in mensen en in instituties en bedrijven om die vernieuwingen succesvol te realiseren. Professionalisering van het openbaar bestuur (bestuurlijk en ambtelijk) is evenals het optimaal benutten van de energie en competenties van de samenleving een eerste voorwaarde. “De grote verbouwing van Nederland” vraagt acties op korte termijn, morgen, maar is nog veel meer een zaak van lange termijn (10-20 jaar) die vandaag al in gang moeten worden gezet.

 

Het voorgaande betekent een breuk met het beleid op het gebied van ruimte, economie en infrastructuur. Dat is te veel terughoudend geweest in relatie tot de grote opgaven waarvoor Nederland staat. Het is tijd voor een grensverleggende en radicale ruimtelijke ontwikkelingspolitiek die meer in lijn is met de dynamiek van onze samenleving. De politiek moet weer een beentje bijtrekken en sneller reageren op wat buiten gebeurt.

 

In korte lijnen zou het moeten gaan om de volgende acties:

  • Nationaal en op uitvoering gericht ruimtelijk- economisch beleid (inclusief een investeringsagenda en een nationale en regionale projectenportfolio) komt weer terug en is gebaseerd op de hiervoor genoemde urgenties.
  • Een ontwikkelingsagenda en investeringsprogramma voor de Nederlandse steden en metropoolregio’s (verdichting en schaalvergroting 5 grote steden)
  • Een “Amsterdam wet” onder andere op basis van de Greater London constructie (o.a. OV aansturing op regionaal/metropool schaal)
  • Een experiment met regionale belastingheffing in de Brainport regio (btw of   vennootschapsbelasting)
  • Substantiële decentralisatie van geld en bevoegdheden naar stedelijke regio’s (rijksoverheid en provincies leveren in).
  • Aanleg van een tweede HSL lijn van Rotterdam via Eindhoven naar Düsseldorf
  • Schiphol wordt een “airport city” met o.a. een global university, short stay faciliteiten.
  • Natuurbeleid wordt rijksbeleid met een sterk accent op maatschappelijke participatie en het wordt actief ingebracht in de NW Europese samenwerking
  • Nederland neemt het voortouw met een initiatief voor versterking van de samenwerking op NW Europese schaal (Benelux en NR Westfalen), dit alles in nauwe samenwerking met de Rotterdamse en Brainport regio
  • De burger krijgt meer te zeggen over de eigen leefomgeving (wettelijke status)

0 Reacties