2 reacties
Geplaatst door: Adriaan de Jonge Filosoof in opleiding do 4 mei

Wij maken Utopia

Wat is de rol van filosofie in maatschappelijke vraagstukken?

Door Adriaan de Jonge, filosoof in opleiding

 

In maart vond in Amsterdam de jaarlijkse ‘G10 van de Economie en de Filosofie’ plaats. Hoe gaan we om met de economie van de natuur? Stof tot nadenken voor Next Energy en Next Farming. En een aansporing voor het (schaduw)kabinet om naast praktische argumentaties ook een verdiepend verhaal voor de toekomst te vertellen.

 

Waar ligt Utopia?

Philosophy has no place among princes” zegt reiziger Raphael Hythloday in Thomas More’s beroemde werk Utopia (1516). Prinsen, koningen en bestuurders begrijpen de waardevolle lessen van de filosofie niet volgens hem. Ze zijn onverbeterlijk overtuigd van hun eigen gelijk en meer geïnteresseerd in hun eigen belang dan in het belang van het land. Een filosoof in dienst van de politiek kan niets meer bereiken dan “preaching to the deaf“, met als gevolg dat politici hetzelfde doen als wat ze anders zouden doen, alleen met een lichter geweten.

Zijn gesprekspartner, verteller Thomas More, vindt dat te pessimistisch. Want zelfs als je als filosoof het kwaad niet volledig kan uitroeien, betekent dat niet dat je de politiek de rug moet toekeren. Als je tactisch te werk gaat, kun je de situatie in ieder geval “minder slecht” maken. Maar daarvoor zul je je boodschap wel moeten aanpassen aan je publiek.

Wat is de rol van de filosoof in het maatschappelijk debat? Thomas More beschrijft het als een keuze tussen ofwel een stem hebben in het dominante discours maar weinig verandering teweeg brengen, ofwel trouw blijven aan je overtuigingen maar aan de zijlijn blijven staan. Aangezien beide extremen grote nadelen hebben, moeten we een combinatie zien te vinden waarbij we de voordelen van beide behouden maar de nadelen uitschakelen. We moeten blijven dromen van een ideale wereld en toch praktische stappen zetten. We moeten leren van de filosofie zonder ons te verliezen in imaginaire reizen naar verre, onbereikbare oorden.

Want Utopia betekent letterlijk “non-plaats”. En in Moore’s Utopia vinden we verder de rivier Anyder (“zonder water”), de stad Amaurot (“schim”) en gouverneur Ademus (“zonder volk”). More was zich ervan bewust dat een ideale wereld alleen in ons hoofd kan bestaan, maar was er desondanks van overtuigd dat deze mentale oefening ons kan helpen om de echte wereld om ons heen iets beter, of in ieder geval minder slecht te maken.

 

De utopisten van nu

Bij de jaarlijkse “G10 van de Economie en de Filosofie” waren o.a. Rupert Sheldrake en Peter Wohlleben te gast. Beide denkers zijn levend bewijs dat je niet met je hoofd in de wolken hoeft te zitten om vrij te denken. En beiden leveren waardevolle bijdragen aan het publieke debat, met name als het gaat om de vraag hoe wij, mensen, omgaan met onze omgeving, flora en fauna, landbouw en veeteelt – in andere woorden: wat is de rol van mens en samenleving in de “natuur”?

 

Slimme en sociale wezens

Wohlleben vertelt op opgewekte toon over het verborgen leven van bomen (tevens de titel van zijn boek). Les één: bomen lijken veel meer op ons dan we denken. Les twee: bomen zijn “wonderful beings” .

Sinds mensheugenis hebben mensen zichzelf altijd een verheven, superieure plek in de natuur toegewezen. We doen constant pogingen om die plek te rechtvaardigen door op zoek te gaan naar een fundamenteel verschil tussen mensen en andere organismen. Maar hoe beter we onszelf begrijpen en hoe meer we dieren observeren, hoe ingewikkelder het wordt om die ene bepalende uniek menselijke eigenschap te identificeren. Een gebruikelijk argument is bijvoorbeeld dat mensen spraak en schrift hebben ontwikkeld, de taal van de ratio, terwijl dieren alleen emoties hebben, de taal van het instinct. Maar, vraagt Wohlleben zich hardop af, wat is nou eigenlijk het belangrijkste in ons leven? Uit de zaal klinken twee antwoorden: “geluk” en “liefde”. Hoe graag we het ook willen ontkennen, emoties staan nog steeds centraal in ons leven.

Het doet denken aan de methode van auteur en primatoloog Frans de Waal, die ook laat zien hoe dicht mensen en dieren bij elkaar staan. De Waal ontkracht ideeën dat moraal of intelligentie uniek menselijk zijn. Aan de hand van veel bijzondere voorbeelden uit zijn eigen veldwerk laat hij zien dat de moraliteit die wij als typisch menselijk zien, bij primaten en andere apen ook heel duidelijk te zien zijn. Wij mogen onze moraal wel ontwikkeld en gerationaliseerd hebben, uiteindelijk is het gebaseerd op morele intuïties die we met andere dieren delen.

Waar deze ideeën over de “dierlijke” aard van mensen al langer bekend zijn en steeds minder controversieel worden (onder meer te danken aan Darwin en Freud), gaat Wohlleben dus nog een stuk verder en laat zien dat er ook tussen mensen en bomen veel meer overeenkomsten zijn dan we vaak denken. Een aantal voorbeelden: bomen hebben geheugen (ze moeten de dagen tellen, hoe kunnen ze anders weten wanneer de lente begint?), ze kunnen met elkaar communiceren via gassen (om bijvoorbeeld te waarschuwen voor blad-etende dieren) en “moederbomen” hebben methodes om kleinere boompjes te beschermen en te voeden. Sterker nog: in bossen staan bomen met elkaar in contact via een netwerk van wortels, of, in Wohlleben ‘s woorden, een “wood wide web”.

Waarom weten we hier zo weinig van? Waarom weten we meer over de olifant die in verre continenten leeft dan over de bomen op de hoek van de straat? Volgens Wohlleben komt het met name omdat bomen veel langzamer zijn dan mensen. Om bomen beter te begrijpen, moeten we als eerste ons tempo verlagen naar boom-snelheid.

 

Collectief geheugen

Voor Rupert Sheldrake is Wohlleben’s verhaal common sense. Iedereen die ooit een huisdier heeft gehad, zal beamen dat dieren veel meer zijn dan raw material, zegt hij. Sheldrake is al sinds de jaren tachtig één van de meest dwarse en authentieke denkers in de natuurwetenschappen én wetenschapsfilosofie. Zijn ideeën worden nog niet geaccepteerd in de mainstream wetenschap, maar hij is ervan overtuigd dat het huidige paradigma nu sneller aan het afbrokkelen is dan hij in al die jaren heeft gezien. Een paradigm shift zou dus nabij kunnen zijn.

Sheldrake vertelt geroutineert en nauwkeurig over morphic resonance. Dat is, nogal kort door de bocht, een theorie over een collectief geheugen in de natuur. Volgens Sheldrake kan het niet zo zijn dat organismen en ecosystemen elkaar alleen beïnvloeden door middel van genetisch materiaal. Dat kan niet volledig verklaren waarom cellen op verschillende plekken in verschillende organismen zich op dezelfde manier gedragen. Sheldrake suggereert dat materie resoneert met gelijksoortige materie, waardoor bepaalde gewoontes ontstaan. In zekere zin zouden we de natuur meer moeten bekijken zoals we onze eigen samenlevingen en culturen ook vaak analyseren: gebaseerd op gewoontes en rituelen.

Gewoontes, of habits, staan voor Sheldrake centraal in de natuur. Eén van zijn belangrijkste lessen is dat we het niet over natuurwetten zouden moeten hebben, maar liever over habits. De aanname dat de natuur volgens een bepaalde wetmatigheid werkt, vindt hij “embarrassingly anthropomorphic“: veel organismen hebben gewoontes, alleen mensen hebben wetten. En zoals alle gewoontes, zijn ook de gewoontes van organismen onderhevig aan evolutie. Waarom geloven we wel in evolutie van afzonderlijke diersoorten maar niet in evolutie van de natuur of het universum als geheel?

Daarnaast betekent deze theorie dat we van het idee af moeten dat materie alleen met elkaar in contact kan staan door middel van fysiek contact. Morphic resonance is een non-locale resonantie die bestaat op een non-materieel of spiritueel niveau. Deze denkwijze heeft verstrekkende implicaties voor ons totale wereldbeeld (die Sheldrake overigens veel beter zelf uit kan leggen).

Dit soort ideeën lijken rechtstreeks uit de mond van zweverige hippies of boomknuffelaars te komen, maar daar lijken Sheldrake en Wohlleben allerminst op. Beide denkers, een goedgeluimde boswachter met zestien boeken op zijn naam en een professor met een PhD in bio-chemie, plukken hun ideeën niet uit de lucht maar leiden ze af uit empirische observaties. Sheldrake is bij uitstek een man van de wetenschappelijke methode, die niets aanneemt zonder hard bewijs. Zijn argumenten tégen de gevestigde consensus in de wetenschap zijn juist door en door wetenschappelijk. En Wohlleben vertelt zelfs expliciet dat hij geen bomen knuffelt (maar heeft wel praktisch advies voor mensen die dat wel doen, namelijk: zorg dat je vooral lang genoeg knuffelt want bomen leven op een veel trager tempo).

 

Terug naar de echte wereld

Fascinerend, die hersenspinsels van Sheldrake en Wohlleben – maar kunnen we er ook wat mee? Is deze denkwijze meer dan alleen een vermakelijke mentale oefening? Wat betekent het voor onze relatie met de natuurlijke omgeving? Wat betekent het voor burgers, ondernemers en bestuurders die dagelijks keuzes maken over de natuur om ons heen?

Als we de ideeën van Wohlleben en Sheldrake serieus nemen, heeft dat grote gevolgen voor de manier waarop we onze wereld organiseren. We zien flora en fauna dan niet meer slechts als productiecapaciteit die we kunnen beheersen en exploiteren, maar als organismen met wie we verbonden zijn, met wie we een collectief verleden delen.

Op dit platform gaat het over Next Farming: ideeën voor de toekomst van de landbouw. Het gaat over de relatie tussen landbouw en de samenleving, over “natuurinclusieve” landbouw, over het in acht houden van ruimte en omgeving bij beleidskeuzes. In dat debat zijn praktische argumenten nodig, maar ook een groter verhaal. Wat is de meest fundamentele reden dat het belangrijk is dat landbouw natuurinclusief wordt? Wat is de rol en de verantwoordelijkheid van de mens als diersoort tussen talloze andere organismen?

Voor deze grote vragen is beleidstaal ontoereikend. Daar hebben we de taal van de filosofie en de kunst nodig. En daarbij kunnen authentieke denkers als Sheldrake en Wohlleben, die ons dwingen om onze aannames over de wereld om ons heen te heroverwegen, ons helpen.

Hoeveel politici en beleidsmakers nemen in de snelle 21e eeuw de tijd om zich te verdiepen in filosofische vraagstukken? Thomas More schreef ook al dat in zijn drukke leven als advocaat nauwelijks tijd overbleef om te schrijven. Hij had slechts de tijd die hij kon afschrapen van slapen en eten. Sterker nog, hij had de tijd om Utopia te schrijven alleen vanwege een onverwachte hoeveelheid vrije tijd tijdens een opdracht in het buitenland.

Als we van de huidige ministers en Kamerleden niet kunnen verwachten dat ze zich naast hun dagelijkse verplichtingen ook nog verdiepen in filosofie, wetenschap, kunst en literatuur, wie kunnen die taak dan beter op zich nemen dan de schaduwministers en Landmakers van Wij Maken Nederland?

 

2 Reacties

  • 2017-05-31 15:21:27
    Adriaan de Jonge
    Filosoof in opleiding

    Jos, bedankt voor je bijdrage!

    De "next farming" waar we het over hebben, is in het huidige systeem inderdaad niet mogelijk. Juist daarom is het zo belangrijk om buiten de bestaande kaders te denken. De fundamentele vragen van de filosofie helpen daar enorm bij. 

    Je draagt ook interessante nieuwe denkrichtingen aan: hernieuwde aandacht voor religie en het idee van de natuur als commons. Rupert Sheldrake vertelde dat veel van zijn werk gedwarsboomd wordt door radicale atheisten die niks willen hebben van enige vorm van spiritualiteit in wetenschap... De rol van religie in ons denken is inderdaad erg invloedrijk. 

    Wat we precies kunnen verwachten van onze ministers en kamerleden is de grote vraag. Ik ben het met je eens dat ze zich meer zouden kunnen verdiepen in kunst, filosofie en literatuur. Maar tegelijkertijd willen we ze met beide benen op de grond houden, anders komen we nooit tot daadwerkelijke verandering. Het blijft zoeken naar de balans. 

  • 2017-05-15 11:26:05
    Jos Verheul

    Ik verwacht júist van ministers en kamerleden dat zij zich verdiepen in Kunst, Filosofie, Literatuur en Wetenschap waaraan ik Religie toe zou willen toevoegen. De betekenis van Religie is 'zich (opnieuw) verbinden'. Verbinden gaat hier over verbinden met het Universele, de Natuur, God, ofwel misschien wel de non-place van Utopia (daarvoor ken ik het verhaal onvoldoende maar de metafoor drong zich onmiddelijk aan mij op); dat wat de Zen meesters de 'grote lege cirkel' noemen. In die betekenis wordt zelden of nooit aan religie gerefeerd in het maatschappelijk debat. Toch ligt daar de essentie en dat sluit deels aan bij Sheldrake en Wholleben. Dat is op de eerste plaats een persoonlijke opgave. Pas als dát betekenis krijgt in je persoonlijke leven kan er sprake zijn van (enige) verandering. Ministers en kamerleden die leidng en stuur willen geven aan ons land hebben naast de publieke opdracht dus allereerst een persoonlijke opdracht om zich opnieuw te leren verbinden. Daaruit kan een nieuw ethisch-moreel kader ontstaan waaruit bijvoorbeeld 'next farming' kan worden ontworpen en aan kan worden getoetst. Overigens is er op dat vlak al veel werk verzet in bijvoorbeeld de Permacultuur. Feitelijk ligt de kennis voor 'next farming' voor het oprapen. Er is één belangrijke voorwaarde om dat te kunnen laten wortelen en dat is een fundamentele wijziging van ons financieel economisch systeem. Next farming binnen de huidige kaders is onmogelijk. Een twee-dimensionale wereld ziet eenvoudigweg geen derde dimensie. We zijn dan weer terug bij het begin: religare. 

    In de huidige landbouw is sprake van een enorme concentratie van grond en geld. De wetten die dat veroorzaken doen medogenloos (zonder mededogen dus; als mededogen nodig is wordt de belastingbetaler opgetrommeld) hun werk en zijn volledig gelegitimeerd door het huidige moreel-ethische kader. Next farming zal uit moeten gaan van grond als een common (dat grond dus géén handelswaar kan zijn) en geld weer in de rol van middel in plaats van doel. En die laatste twee horen juist bij een nieuw moreel kader. Vanuit verbinding is er namelijk géén andere conclusie mogelijk dat natuur (grond) een common is en dat je die niet kunt bezitten noch verhandelen.