De ruimtelijke ordening mocht wel weer eens in het zonnetje gezet worden.

De reden dat Dirk Sijmons het Manifest Nederland 2040 ondertekende
vr 22 jan
Geschreven door: Jaap Huisman

De ruimtelijke ordening mocht wel weer eens in het zonnetje gezet worden. Dat was de reden dat ex-rijksadviseur voor het landschap en landschapsarchitect Dirk Sijmons het Manifest Nederland-2040 ondertekende. Sinds secretaris-generaal van Economische Zaken Ad Geelhoed in de jaren negentig vaststelde dat ruimtelijke ordening ‘een stagnerend element in onze samenleving voor de economie’ was geworden, is het onderwerp van de rijksagenda gegleden en naar de provincie overgeheveld. ‘Op zich is dat prima omdat het bestuur dichter bij de mensen staat, maar tegelijk ook dicht bij projectontwikkelaars gekomen, die ermee aan de haal zijn gegaan. Daardoor is het vertrouwen in het provinciaal beleid weer afgenomen.’ En de minister zelf is vleugellam geraakt. Ze moet voor elk wissewasje naar de Kamer, zonder zij iets over de ruimtelijke ordening te vertellen heeft. Sijmons noemt dat het ‘Nederlandse-Spoorwegen-syndroom.’ Wel verantwoordelijkheid maar geen invloed. ‘Dat kan met de omgevingsvisie veranderen, denk ik, maar dat verhaal is nog niet klaar.’

Uit het Manifest komt wat hem betreft als belangrijkste onderwerp de energietransitie naar voren, een onderwerp dat hij al in zijn boek als speerpunt heeft genoemd. ‘Het is een kanjer van een opgave die op alle niveaus speelt, in de buurt maar ook heel groot en internationaal. Maar wat is nou het gekke? In het energieakkoord komt het begrip landschap niet voor, terwijl de plaatsing van windmolens enorme consequenties heeft. De ruimte en het landschap, dat is het toernooiveld waarop het gevecht om de windmolens zich afspeelt.’

Landschap ontbreekt in meer documenten, in het manifest maar bijvoorbeeld ook in het Deltaprogramma. ‘Het is een langzaam wegglijdend begrip. Je kunt dan wel zeggen dat de omgeving ervoor in de plaats is gekomen, zodat het ook ruimte en milieu omvat, maar ik beschouw dat toch vooral als een omlabelen van dingen die er toch al waren.’ Het Jaar van de Ruimte had dus het Jaar van de Omgeving kunnen heten, maar dan hadden infrastructuur en volkshuisvesting er ook onder gevallen.

Toch is landschap wel het thema dat mensen in beweging brengt, vindt Sijmons, ‘Kijk maar naar de commotie is ontstaan toen de minister meer bebouwing aan de kust voorstelde. Als ik zoiets zie, denk ik: de zorg voor het landschap is terug. Daarom ben ik zo blij met het manifest. Het was heel erg nodig. Al is het maar om de Ruimtelijke Ordening opnieuw uit te vinden.’

Want er is te veel sectoraal gedacht de laatste jaren, waardoor de minister niet de mogelijkheid heeft integraal beleid te voeren. Bovendien zijn de woordvoerders ruimtelijke ordening in de Kamer, ooit frontrunners, nu backbenchers geworden. ‘Maar het is ook een heel andere tijd. Ik ben blij dat het Manifest onderwerpen liefderijk heeft opgenomen die tot dusver onderbelicht waren.’

Het Jaar van de Ruimte is daarom niet opgehouden. Nu Nederland een half jaar voorzitter van de EU is, gaat Sijmons de potentie van de Noordzee aan de orde stellen. Dit is een prelude op de Internationale Architectuur Biennale, die dit voorjaar in Rotterdam wordt gehouden. ‘Het is niet leeg op zee. Sterker zelfs, de Noordzee kan het centrum van windenergie worden. Het is een ingewikkeld planningsvraagstuk, dat we niet kunnen laten liggen.‘ Want als het Manifest iets heeft duidelijk gemaakt is dat een alternatief voor fossiele energie gevonden moet worden.

Bij alle vreugde over een nieuwe impuls voor de Ruimtelijke Ordening past wat Sijmons betreft een kanttekening: de aandacht ervoor leeft in een klein kringetje dat zijn wortels heeft bij het ministerie van I en M. Dat het manifest dan ook nog aan de minister wordt overhandigd, is veelbetekenend volgens Sijmons. ‘Het is vestzak-broekzak. Er is in dat opzicht een wereld te winnen. Opnieuw.‘

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Jaap Huisman
vr 22 jan

Meer inspiratie