Adri Duivesteijn over het Manifest 2040: ‘Het had radicaler gemogen’

Ik vond het daarom goed dat in een vroegtijdig stadium te supporten
1 reactie
wo 27 jan
Geschreven door: Jaap Huisman

‘Het werd tijd dat de Ruimtelijke Ordening weer eens in beeld kwam. En daarvoor was het Jaar van de Ruimte de ideale gelegenheid. Ik vond het daarom goed dat in een vroegtijdig stadium te supporten.’ Dat was de overweging voor Adri Duivesteijn, oud-wethouder van Almere en Den Haag, oud-senator, om het manifest Nederland 2040 te ondertekenen. Maar hij deinst er niet voor terug om ook kritiek te leveren. Dat hij niet bepaald onder de indruk is van de inhoud. ‘Daar val ik niet van om. Het manifest is naar mijn smaak te veelomvattend en snijdt te veel onderwerpen tegelijkertijd aan, waardoor ze elk afzonderlijk onvoldoende op de agenda kunnen komen.’ Er is daardoor voor Duivesteijn geen onderwerp bij dat er uitspringt.

‘Mijn bezwaar is dat het misschien geen manifest is omdat het te veel voorspelbare keuzes omvat. Keuzes die ook al uitgekristalliseerd zijn. Eigenlijk is dit het soort ruimtelijke ordening dat we gewend zijn, dat consensus geniet onder vakmensen.’ Wat Duivesteijn betreft had het daarom best radicaler, provocerender en conflictueuzer gemogen. Met het laatste bedoelt hij dat er best harder aangetrapt had mogen worden tegen de liberale opvattingen en de oriëntatie op de markt die de laatste jaren de dienst uitmaken. Het had meer mogen schuren, en had meer de belangenstrijd naar boven moeten brengen. ‘Neem de passage over eigenaarschap en wie de productie in handen heeft. In Almere hebben we ervaring opgedaan bij de inbreng van de burgers als het gaat om de zeggenschap over hun omgeving. Maar als ik dit deel van het manifest lees dan denk ik dat projectontwikkelaars en bestuurders er ook mee wegkomen, terwijl we nu juist de burgers meer invloed willen geven.’

Over de liberale hegemonie merkt Duivesteijn op dat ‘het manifest ironisch genoeg is overhandigd aan minister Schultz die een paar weken later zou voorstellen de bebouwing aan de kust vrij te laten. Vrijheid bij de ruimtelijke ordening versus sturing. Dat is de werkelijkheid van nu, die kun je niet ontkennen. Desondanks schaamde ze zich niet zo te presenteren.’

Dat alles neemt niet weg, zegt Duivesteijn dat het goed is dat de ruimtelijke ordening weer aandacht heeft gekregen, ook al is dat uitgemond in een beleidsstuk met veel consensus. Veel goede bedoelingen waar op niets mis mee is, maar die geen discussie losmaken. ‘Maar ja ik ben nu eenmaal radicaler. Ik vind dat de praktijk al verder gaat. Neem de wijk Oosterwold in Almere waar geen plaats is voor klassieke projectontwikkeling. Daar is een directe verbinding gemaakt tussen de agrarische productie en het landschap, dat een prominente plek inneemt in het Manifest.’ In Oosterwold ligt de verantwoordelijkheid voor de inrichting, de grondstoffen, het beheer en de energie hoofdzakelijk bij de inwoners. Het is daarmee de ultieme uitvoering van de Almere Principles die tien jaar geleden door Duivesteijn zijn gepropageerd, principes die gestoeld waren op duurzaamheid en de circulaire economie. Hij kan met tevredenheid vaststellen dat ze nu breed gedragen worden en dat de positie van de stad als issue een plaats heeft gekregen in het manifest. En hoe nu verder? ‘Er is nu behoefte om een en ander te concretiseren.’ Nederland wordt nu gemaakt, maar dat was al aangekondigd bij de aanvang van het Jaar van de Ruimte.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

1 Reacties

  • 2016-02-11 09:50:41
    reinier romijn

    Ik ben blij met het Manifest2040. En snap ook de punten in bovengenoemd artikel. Al met al zie ik mijn eigen achterban, de waterschappen, zich echt opmaken voor een nieuwe tijd; en het JvdR heeft daar flink aan meegeholpen. Discussies zijn gevoerd en de verbindingen versterkt. De oogst van het JvdR is daarom naast het Manifest vooral ook het gesprek geweest en dat laat zich wat minder goed vangen in woorden. Nu is het zaak om die verbindingen te blijven leggen en versterken. En dat mag en zal inderdaad best schuren. Laten we daar vooral niet voor weglopen of elkaar dan de maat gaan nemen. Dat hebben we al genoeg gedaan en dat helpt ons niet vooruit in de verbinding. Wat wel belangrijk is: blijf authentiek als organisatie en zoek vanuit de eigen kracht de kracht van de ander op.

    Ik denk dat er kracht schuilt in radicale opvattingen. Het is belangrijk dat er ruimte is voor die radicale opvattingen in een spel met de meer ingetogen opvattingen.

Geschreven door: Jaap Huisman
wo 27 jan

Meer inspiratie