Blog: Jaar van de Ruimte 2015 Back to the future

Dit jaar zien we de definitieve doorbraak in design van duurzaamheid en circulariteit.
1 reactie
do 10 dec
Geschreven door: Wij Maken Nederland

In de beroemde cult-film “Back to the future” reizen de hoofdrolspelers van 26 oktober 1985 naar 21 oktober 2015. Inmiddels is het zover en weten we ook welke science-fiction voorspellingen zijn uitgekomen. Flatscreens, smart watches, 3D film en beeldtelefoons hebben we inmiddels. Maar tijdreizen, vliegende auto’s en zwevende skateboards nog niet. Heel knap natuurlijk, al die voorspellingen van toen, maar minstens zo interessant is het om na te gaan welke ontwikkelingen ze in 1985 nog niet hadden bedacht.

Men heeft mij gevraagd om de laatste column in het kader van het Jaar van de Ruimte te schrijven als resumé van wat vooraf ging, en vanuit het perspectief van de waterschappen en het openbaar bestuur. Dat had gekund, maar mijn inspiratie kwam dit jaar ergens anders vandaan.

Van vormgeving naar zingeving

Elk jaar ga ik in oktober naar de Dutch Design Week in Eindhoven. Het is een internationaal feest van creativiteit. Als je er een paar uur rondloopt, of zoals ik een paar dagen, dan krijg je een indringende sneak-preview van de dingen die er aan komen. Dit jaar zien we de definitieve doorbraak in design van duurzaamheid en circulariteit. En van het ‘smart’ en persoonlijk maken van gebruiksvoorwerpen. Liefst geprint in een 3D printer met bio-based grondstoffen. Op het Ketelhuisplein van Strijp-S (het vroegere Philips Natlab) is door de Provincie Noord-Brabant een Living Lab ingericht waar bezoekers, consumenten, designers, bestuurders en producenten elkaar ontmoeten, verwonderen en uitdagen. De waarde van design, en alles wat daarmee verbonden is, ontwikkelt zich van vormgeving naar zingeving.

Welke van deze ontwikkelingen zullen in het Jaar van de Ruimte 2045 een doorslaggevende betekenis hebben gehad op de ruimtelijke inrichting van ons land? Natuurlijk zullen de effecten van klimaatverandering doorgaan, en dáár hebben we ook over 30 jaar nog een Deltaprogramma voor nodig. Daarnaast voorzie ik dat de productiefunctie van voedsel, energie en water steeds meer binnen in het stedelijk gebied zal plaats vinden. Groenten kunnen efficiënt geproduceerd worden met groene energie in circulaire plant-labs op wijkniveau, geïntegreerd met de bebouwing voor wonen en werken. Dierlijk eiwit zullen we vooral krijgen uit insecten, die in 3D printers worden omgezet in smakelijke hapklare brokken. En willen we toch af en toe een lekker lapje vlees van koe, varken of kip, dan kweek je dat gewoon in je eigen keuken in een proteïne reactor uit geselecteerde dierlijke stamcellen. Of uit lichaamseigen stamcellen. Wie zal het zeggen?

Bedenk eens welke ethische vragen dit zou oproepen. Maar ook wat dit zou betekenen in de ruimtelijke ordening. Niet alleen in de stad, maar ook in het landelijk gebied daarbuiten. Als er geen grootschalige grondgebonden productie van veevoer meer zou zijn. En als er geen megastallen zouden zijn. Er was meer vrije ruimte, en minder eentonigheid. Een vitale nieuwe agro-industrie zou zich ontwikkelen. Met meer biodiversiteit en minder milieuvervuiling. Met meer landschappelijke variatie, en minder risico’s op dierziektes en overdracht van ziektes naar mensen. En alle kennis die we hiervoor nodig hebben, kan internationaal beschikbaar komen voor de  mega-steden waar de  groeiende wereldbevolking zal wonen.

Ik hoop dat de opbrengst van het Jaar van de Ruimte 2015 en de spannende nieuwe mogelijkheden die er aan komen ook de komende decennia – back to the future – inspiratie zullen geven om ons land beter leefbaar en beleefbaar te maken. Er is veel te winnen, ik zie het voor me, en ik ben vast van plan om het mee te maken en er in 2045 bij te zijn.

 

Deze tekst is geschreven door:
Peter Glas, Voorzitter van de Unie van Waterschappen.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

1 Reacties

  • 2015-12-11 15:02:35
    Berry den Brinker
    Onderzoeker Vrije Universiteit Amsterdam/directeur SILVIR

    In 1985 was je een “looser” als je geen auto had. Geen wonder dat de film “Back to the Future” geen fietsers in beeld bracht. Zouden er weer geen fietsers zijn in 2045 in versie 2.0? Peter Glas laat er zich niet over uit hoe mensen zich dan verplaatsen. Ik vind dat we nu al over fietsen in 2040 moeten filosoferen omdat nu 80 procent van de ruimte tussen de gevels in steden op een niet duurzame wijze besteed wordt aan wegen en parkeerruimte voor auto’s.

    In 2040 bepaalt fietsen het straatbeeld: overal ligt een veilige fietsinfrastructuur. Dat gaat niet vanzelf, want Nederlanders zijn heel trots op hun fietsinfrastructuur die, helaas moet ik dat zeggen, structureel onveilig is. Immers, de huidige fietsinfrastructuur is verantwoordelijk voor een schrikbarend groot en almaar groeiend aantal ernstige verkeersgewonden. De meeste ernstig verkeersgewonden zijn enkelvoudige fietsongevallen: fietsers die botsen tegen een obstakel of een stoeprand, of vallen in de berm. Het beter zichtbaar maken van de randen, destijds de sleutel tot de grote verbetering van verkeersveiligheid op autowegen, stuit nogal eens op bezwaren van stedenbouwkundigen. Zo las ik in het laatste concept van het Manifest 2040 de volgende zin over fietspaden:

    ‘We moeten toe naar een praktijk van creatieve oplossingen die goed passen bij het gebied en met andere middelen dan vaste ruimtelijke normen en zoneringen hetzelfde doel bereiken.’

    Met het doel wordt in deze zin afdoende bescherming tegen risico’s van buitenaf’ bedoeld.

    Het grote risico komt echter niet van buitenaf maar van binnenuit: het ontwerp van de infrastructuur zelf. Het ‘creatieve maatwerk’ vergroot het ongevalsrisico als maatregelen gericht op de herkenbaarheid en begrijpelijkheid van ruimtelijke situaties genegeerd worden.

    Als reactie op mijn bezorgdheid betoogde de redactie van het manifest dat in het verleden normen teveel doel op zichzelf waren geworden. Ik vrees echter dat door nadrukkelijk in te zetten op ‘creatief maatwerk’ dat ‘originaliteit’ een doel op zichzelf wordt ten koste van de herkenbaarheid van de fietsinfrastructuur. Daarmee gaat het maatwerk een daling van het aantal enkelvoudige fietsongevallen in de weg zitten.

    Op het ministerie van Infrastructuur en Milieu, maar ook bij provinciale en gemeentelijke overheden, werken zowel stedenbouwkundigen die gaan voor het creatieve maatwerk voor verblijfsruimten, als verkeerskundigen die zweren bij herkenbaarheid van wegsituaties. Discussies over ‘het stromen en verblijven’ lijken soms meer op een stammenstrijd dan op vredige co-existentie. Het komt me voor dat de minister de regie moet voeren over deze kibbelende partijen. Dat hebben we haar onlangs gevraagd toen de Tweede Kamer debatteerde over haar brief met maatregelen om het aantal ernstige verkeersgewonden in 2014 terug te dringen. In 2014 waren dat er liefst 20.700, 10 procent meer dan in het voorafgaande jaar en twee keer zoveel als de doelstelling voor 2020! http://silvur.nl/ref/20151203.

Geschreven door: Wij Maken Nederland
do 10 dec

Meer inspiratie