Circulaire werkmilieu’s

wo 17 jan
Geschreven door: Wij Maken Nederland

Jeanet van Antwerpen: landmaker en directeur van Schiphol Area Development Group (SADC)


Dertig jaar geleden is Schiphol Group de Schiphol Area Development Company (SADC NV) opgericht. De gemeenten Haarlemmermeer en Amsterdam, de provincie Noord-Holland zijn de gelijkwaardige aandeelhouders. De Commissie Van der Zwan adviseerde toen dat het beter was om ter ondersteuning van Mainport Schiphol te gaan samenwerken in de aanbieding van bedrijventerreinen dan elkaar te beconcurreren. Sindsdien is het doel van SADC om in de regio hoogwaardige werkmilieus te realiseren (en dus ook meer arbeidsplaatsen). In de afgelopen jaren is de focus van SADC meer en meer komen te liggen op de transitie naar een circulaire a economie. Dat wil zeggen dat de werkmilieus ontwikkeld worden op basis van de gedachte dat producten en materialen worden hergebruikt, afval als grondstof dient en kringlopen van water en energie worden gesloten. Deze andere manier van produceren, vervoeren en consumeren is onvermijdelijk om de metropoolregio leefbaar, gezond en attractief te houden. Voor The Valley (onderdeel van Schiphol Trade Park) is het allereerste circulaire inrichtingsplan ter wereld gemaakt. De techniek is geen werkelijk beletsel, gedragsverandering is de sleutel. Jeanet van Antwerpen is sinds mei 2015 directeur van SADC en samen met haar team de landmaker van circulaire werkmilieus.

 

We spreken Jeanet van Antwerpen en collega Frans van der Beek (sinds juni 2016 bij SADC) in gebouw The Outlook op Schiphol. Een passende naam voor hun werkplek. Op tafel ligt de visie en strategie van SADC in de vorm van een groot formaat placemat. In taal en pictogrammen maakt deze placemat de vanzelfsprekendheid van de transitie naar een circulaire economie helder en wordt – wezenlijk in hun benadering – een tip van de sluier opgelicht als het gaat om het intern-organisatorische model, de competenties en de learning agility van de werknemers van het bedrijf. Zo’n transitie wordt namelijk in belangrijke mate gemaakt door de manier waarop mensen in hun werk staan, is hun overtuiging. Door te leren van elkaar en door ruimte en verantwoordelijkheid te leggen bij de medewerkers zelf. “Het team is de basis”, zegt Jeanet, “en wat mij (naast mijn vak) vooral drijft is om mensen te laten groeien in een organisatie”.

 

“Het team is de basis”, zegt Jeanet, “en wat mij (naast mijn vak) vooral drijft is om mensen te laten groeien in een organisatie”.

 

Circulaire economie is geen rocket science. “Het gaat er om dat je economische groei stimuleert op zo’n manier dat je tegelijkertijd de leefkwaliteit verhoogt en niks beschadigt”. Dat levert meervoudige waarde op. Jeanet is van huis uit economisch geograaf en zeer geïnteresseerd in menselijk gedrag, economie en hoe dat de ruimte beïnvloedt. Ze heeft ook vervoerseconomie, regionale economie en beleid&management gestudeerd. Als rode draad door haar leven loopt de combinatie van vakinhoud en organiseren. Na haar komst bij SADC is Jeanet al vrij snel samen met alle medewerkers begonnen met het precies benoemen van de visie van het bedrijf vanuit de overtuiging dat ze midden in een transitie naar een circulaire economie zitten. Dat was voor het eerst dat iedereen daarbij betrokken werd. Het was even wennen. De medewerkers vonden het belangrijk om meer houvast te krijgen in waarom ze dingen doen. Hoe bedrijven tegenwoordig (willen) functioneren en in een circulair ecosysteem samenwerken, heeft grote invloed op de werkmilieus die je aanbiedt. Dat wil SADC snappen, daar wil SADC op inspelen en het liefst wil SADC daarin voorop lopen, wetende dat in deze regio (die de hoogste grondprijzen van Nederland kent) topbedrijven zich alleen willen vestigen als er ook een topproduct qua vestigingsmilieu is.

 

Hoe bedrijven tegenwoordig (willen) functioneren en in een circulair ecosysteem samenwerken, heeft grote invloed op de werkmilieus die je aanbiedt.

 

Intern vereist dat van SADC een open cultuur, een platte structuur en een professionele houding en gedrag van mensen binnen de organisatie: zelfstandig, leergierig, gericht op kennisdelen (er is gestart met een SADC Academie!), goed kunnen samenwerken en durven te veranderen, omdat de weg naar een circulaire economie niet kant en klaar uitgestippeld is. Voor Frans was dat de aanleiding om vorig jaar te solliciteren bij SADC. Hij heeft wel veel ervaring met gebiedsontwikkeling, maar zag zelden bedrijven die daadwerkelijk de stap durven te zetten om de transitie naar een circulaire economie te verbinden met het eigen organisatiemodel, zoals SADC doet.

 

Start de transitie daar waar je de grootste invloed hebt en sorteer voor op opschaling

Hoe staat het inmiddels met het toepassen van de circulaire principes bij SADC? Op de placemat worden vijf cirkels van invloed beschreven: de eigen praktijk, het gebied, het gebouw, de bedrijven en de hogere schaalniveaus van nationale en regionale condities. Omdat Jeanet een pragmatische dromer is, is begonnen met de cirkels waar SADC de grootste invloed heeft, i.c. dat van de eigen bedrijfsvoering en de gebiedsontwikkeling.

Inmiddels gaat het in de eigen bedrijfsvoering best wel goed. Voor de bedrijfsvoering is het principe van ‘practice what you preach’ omarmd. Voorbeelden zijn de boeren die op SADC-gronden, die nog niet als werkmilieu ontwikkeld worden, bamboe telen voor biobased plastics en olifantsgras, waar papier en biobased bankjes van worden gemaakt, die SADC gebruikt.

Ook op gebiedsniveau lukt het steeds beter om kringlopen te sluiten en hernieuwbare energie te gebruiken. Er zijn nu al vier circulaire inrichtingsplannen gemaakt. Dat kost iets meer tijd en je moet op een andere manier het ontwerpteam aansturen. Groen is bijvoorbeeld niet alleen leuk om te zien, maar het zuivert ook de lucht en de bodem en het terrein moet zodanig zijn ingericht dat het ook eenvoudig als biomassa is te oogsten. Dat betekent dat ook opdrachtnemers die andere bril op moeten zetten.

 

Ook op gebiedsniveau lukt het steeds beter om kringlopen te sluiten en hernieuwbare energie te gebruiken.

 

Minder invloed heeft SADC op de circulariteit van gebouwen, bedrijven en met name wet- en regelgeving. “Wil je in deze regio écht de transitie maken naar een circulaire economie, dan is er meer nodig dan dat SADC circulaire inrichtingsplannen maakt en circulair aanbesteedt”, zegt Jeanet, “het vereist een doorbraak in houding en gedrag bij bedrijven en in systemen en processen van de overheid, zoals de aanpassing van goedkeuringstrajecten en -criteria voor circulaire bestemmingsplannen”. Maar voor een dergelijke opschaling heeft ze zelf onvoldoende mensen en middelen. “Eigenlijk is incrementele innovatie daarvoor onvoldoende, je hebt dan disruptieve innovatie nodig. Dat vereist een vehikel met cofinanciering door Rijk en provincie, waardoor versnelling en facilitering gerealiseerd kunnen worden”.

 

“Wil je in deze regio écht de transitie maken naar een circulaire economie, dan is er meer nodig dan dat SADC circulaire inrichtingsplannen maakt en circulair aanbesteedt”.

 

Als voorbeeld noemt ze de organisatie Brightlands in Limburg, waar drie zelfstandige campussen onder vallen (Campus Chemelot, Health Campus Maastricht en Venlo biobased campus). In die organisatie zitten experts, geld van de provincie en venture capital (“geduldig kapitaal”). Dat heeft haar geïnspireerd tot het nadenken over een nieuwe publiek-private samenwerking, die dit zou kunnen oppakken. Daarvoor is financiële support van de ministeries van IenM en EZ nodig, passend binnen een nieuw, circulair-economisch mainportbeleid voor de Metropoolregio Amsterdam en een perspectief voor Schiphol als Airportcity. Wat betreft de herstructurering van verouderde bedrijventerreinen in de regio, dat gaat SADC nu doen op een vraaggerichte CE-manier in pilots met gemeenten.

 

 

 

Een circulaire economie past goed bij onze cultuur

De grootste uitdaging voor de transitie naar een circulaire economie is de verandering van taal en cultuur. Op de eerste plaats moeten we niet meer in oud-jargon praten. Termen zoals ‘sluitende businesscase’ en ‘go/no go beslissing’ zouden verboden moeten zijn. Innovatie is per definitie een sprong in het onbekende (dus ‘sluitend’ is onmogelijk) en go/nogo is onzin, want de transitie is al aan de gang en is nooit af. “Als overheid moet je juist kijken waar het versneld kan worden, waar je kunt faciliteren en waar je het ook zelf kan toepassen, zoals bij inkoop, gebouwen, processen en regelsystemen”, zegt Jeanet. “Bovendien moet je als overheid niet vastleggen wat je wilt dat gebeurt, maar wat je wilt dat niet gebeurt”. Het verlaten van de hokjesgeest is hierbij misschien wel een van de grootste uitdagingen. Gek genoeg lijken de principes van circulaire economie wel goed aan te sluiten bij onze spreekwoordelijke calvinistische zuinigheid. Zijn we allemaal niet opgevoed met het gebod om niets te verspillen? Het is immers ook pas van zeer recente datum dat we naar verhouding zo rijk zijn, veel spullen kopen en gemakkelijk dingen weer weggooien. En misschien passen de principes van circulaire economie ook wel heel goed bij de relatief kleinschalige steden in ons land, waar de wil tot samenwerken en samen dingen willen doen (“naoberschap”) relatief groter is dan in wereldsteden.

 

“Als overheid moet je juist kijken waar het versneld kan worden, waar je kunt faciliteren en waar je het ook zelf kan toepassen, zoals bij inkoop, gebouwen, processen en regelsystemen”.

 

Neem tijd voor (zelf)reflectie

Het grote verschil met de rol bij haar vorige bedrijf Inbo, is dat ze nu geen adviseur maar speler op het speelveld is geworden. Nu kan ze zelf beslissingen nemen. Ze weet dat ze  moet loslaten om dingen in haar eentje te doen en ze weet ook dat ze het meest voor de organisatie kan betekenen als ze de rust heeft. Het hoofd leeg, een post-vakantiegevoel, niet meegaan in de waan van de dag, blijven nadenken en bijsturen. Op maandag heeft ze nooit afspraken. Dan heeft ze ruimte om creatief te zijn en te focussen. Ze ziet de placemat als haar belangrijkste erfstuk. Dat is iets dat er dagelijks ligt, dat iedereen kent, dat leuk is, dat je onthoudt en dat in elke vergaderzaal in dit kantoorgebouw een vaste plek op tafel heeft.  Het biedt letterlijk houvast: waarom doen we dit, waar dragen we aan bij? Toen Jeanet voor aanvang van het gesprek dit zaaltje, waar wij al zaten, binnen kwam en ons een hand gaf, zei ze meteen dat ze iets miste. Wij hadden de tafel opgeruimd en per ongeluk de placemat met de visie en strategie van SADC op de grond tegen de muur gezet!

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
wo 17 jan 2018

Meer inspiratie