Energietransitie nog blinde vlek in de ruimtelijke ordening

vr 10 apr
Geschreven door: Daphne Koenders
redacteur, onderzoeker en programmamaker bij RUIMTEVOLK.

De energietransitie blijft in de ruimtelijke ordening vaak onderbelicht en de ruimtelijke sector moet dit doorbreken. Ook moet de ruimtelijke ordening meer rekening houden met de energievraag in ruimtelijke projecten en de kansen grijpen die er in Nederland liggen. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van de energietafel tijdens het de eerste bijeenkomst van het Jaar van de Ruimte on Tour, die woensdag 8 april in Loppersum werd gehouden.

Tijdens de bijeenkomst spraken elf professionals vanuit onder andere het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat, Rijksuniversiteit Groningen, de Provincie Noord-Brabant, RUIMTEVOLK en verschillende adviesbureaus met elkaar over de blinde vlekken van de ruimtelijke ordening ten opzichte van de energietransitie.

Uit het tafelgesprek werd duidelijk dat energie van oudsher (denk aan de veenwinning) een vraagstuk was in de ruimtelijke ordening, maar dat dit verloren is gegaan sinds de samenleving op fossiele energie draait. De ruimtelijke ordening was als discipline altijd leidend, maar is nu meer volgend geworden. Op onderdelen zoals de energietransitie moet de ruimtelijke ordening weer leidend worden door deze te regisseren, in plaats van slechts te reageren op de veranderingen.

Een van de deelnemers stelde dat de Slochterenbel de overheid en ruimtelijke sector lui heeft gemaakt. In die zin vond de bijeenkomst woensdag plaats op de juiste plek. In Loppersum was veel aandacht voor de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning in Groningen. De urgentie om minder afhankelijk te zijn van fossiele energie werd dan ook eens te meer duidelijk en daarmee de opdracht aan de sector ruimtelijke ordening om de energievraag in elk nieuw bouw-, plannings- en infrastructuurproject mee te nemen.

Samenspel energiebehoefte en ruimtelijke plannen

Op dit moment komt de ruimtelijke uitwerking in energieplannen vaak niet aan bod en ook andersom blijft de energiebehoefte in ruimtelijke plannen onderbelicht. Bij woningbouw wordt er bijvoorbeeld vaak niet eens nagedacht hoe de woningen gepositioneerd zijn ten opzichte van bijvoorbeeld de zon. Ook ontstaat er bij de aanleg van nieuwe infrastructuur, zoals een viaduct, een leeg stuk grond achter een geluidswal, dat gebruikt kan worden als energielandschap. Bij nieuwe projecten moet deze koppeling beter worden gelegd.

Bestaande bouw energieneutraal maken is hierin een grotere opgave, zeker om gebouwen het hele jaar door energieneutraal te krijgen. Er moet nagedacht worden over hoe we in de gebouwde omgeving pieken en dalen in de toevoer van groene energie op kunnen vangen.

Nieuwe rol voor de overheid

Een andere vraag die gesteld werd is: wat is wat de rol van de overheid is in het ruimtelijk uitvoeren van de energietransitie? Voor overheden is het vaak onduidelijk wat er van hen gevraagd wordt als het gaat om ruimtebeslag van nieuwe energievormen. Niet in alle provincies is duidelijk waar de nieuwe energievormen fysiek hun weerslag moeten krijgen. Ook in gemeente lopen nieuwe energievormen en –initiatieven vaak tegen grenzen in de wet- en regelgeving aan, bijvoorbeeld van bestemmingsplannen.

Het feit dat energie in Nederland volledig is overgelaten aan de markt speelt hier ook mee. Ook zijn er veel solitaire bottom-up energie-initiatieven die meerwaarde krijgen door ze aan elkaar te koppelen en er mechanismen voor te creëren. Er is samenwerking tussen bottom-up en top-down nodig. De overheid moet weer meer een rol nemen. Nu is de overheid vaak vooral een hinderfactor. Dit moet veranderen. De overheid moet nieuwe energie juist actief stimuleren en faciliteren.

Kansen grijpen

Op dit moment blijven er in Nederland nog veel kansen liggen op het gebied van duurzame energie. Er gaat bijvoorbeeld veel restwarmte van industrie verloren. Het is aan de ruimtelijke ordening en energie-experts om met ideeën te komen hoe we deze warmte beter kunnen benutten door middel van mogelijkheden voor opslag en transport. Ook biedt het Nederlandse (zoete en zoute) water nieuwe kansen voor energieopwekking die nog veel te weinig benut worden.

De komende maanden worden de opgaven rondom de energietransitie verder uitgediept binnen het perspectief Nederland Kringloopland van het Jaar van de Ruimte. Ook worden de opgaven opgenomen in het manifest over de toekomst van Nederland dat naar aanleiding van de verschillende bijeenkomsten wordt geschreven.

 

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Daphne Koenders
redacteur, onderzoeker en programmamaker bij RUIMTEVOLK.
vr 10 apr 2015

Meer inspiratie