Gebiedscoöperatie O-gen

wo 17 jan
Geschreven door: Wij Maken Nederland

Gerard van Santen: landmaker en directeur van O-gen


Gebiedcoöperatie O-gen is opgericht in januari 2014. De coöperatie komt voort uit de Stichting Vernieuwing Gelderse Vallei. Op dit moment omvat de coöperatie behalve de Gelderse Vallei ook het gebied van de Kromme Rijnstreek, Heuvelrug en Eemland. Er zijn inmiddels 275 leden: 30 publieke partners (gemeenten en waterschappen), 30 tot 40 organisaties uit het maatschappelijk middenveld en de rest (het merendeel!) is inwoner of ondernemer. Aanvankelijk vond men de naam O-gen een beetje raar, maar toch is die naam blijven hangen en uiteindelijk met veel enthousiasme gekozen. De O staat voor zuurstof of nieuw leven. Gen staat voor genetisch, met respect voor het gebiedsDNA en het verleden. De leden van de coöperatie zijn óók de ogen van het gebied. Toen de naam er eenmaal was, bleek de vorming van de coöperatie een fluitje van een cent. De naam werkte als katalysator. Gerard van Santen is landmaker en directeur van O-gen.

 

Gebiedcoöperatie O-gen is gevestigd in Huize Scherpenzeel in het centrum van de gemeente Scherpenzeel. Ooit zat in dit prachtige pand het gemeentehuis. Directeur Gerard van Santen ontvangt ons in de voormalige burgemeesterskamer. Naast Gerard en wijzelf neemt ook Hans Leeflang deel aan het gesprek, puur uit belangstelling. De liefde voor het vak heeft Gerard vanuit de Hoekse Waard hier gebracht. Zijn opdracht is om Gebiedscoöperatie O-gen, die pas drie jaar als vorm van publiek-private samenwerking bestaat, op te tillen van projectsuccessen naar werkelijke cocreatie op gebiedsniveau. Hij zou graag zien dat de vonken er van af spatten.

“Op de keper beschouwd”, zegt Gerard, “doet de gebiedscoöperatie beleidsinhoudelijk misschien niet zoveel anders dan wat er qua plattelandsontwikkeling in de rest van Nederland gebeurt. We doen wat voor elke deelnemer net nieuw genoeg is voor de ontwikkeling van het gebied. De innovatie zit ‘m vooral in de praktijk hoe de uitvoeringskracht wordt georganiseerd”. De leden zelf willen dingen voor elkaar krijgen vanuit de basisgedachte dat het gebied letterlijk van hen zelf is. Vroeger maakte de overheid plannen en ging daarvoor draagvlak zoeken. Die tijd is voorbij. Nu wordt vanuit het gebied de visie en uitvoeringskracht georganiseerd. Een mooi voorbeeld is het project Groene Daken, getrokken door drie enthousiaste ondernemers met goede ideeën. O-gen is voor hen de intermediair die publiek en privaat verbindt. De uitdaging aan publieke partijen is om mee te doen vanuit de dialoog en niet vanuit de machtspositie.

 

“De innovatie zit ‘m vooral in de praktijk hoe de uitvoeringskracht wordt georganiseerd”

 

Hoe werkt dat nu in de praktijk? O-gen voert projecten uit, dekt risico’s af en ontwikkelt gebiedsvisies die de gemeentes of provincies zelf niet meer kunnen waarmaken. Steeds vaker zijn dat grensoverschrijdende vraagstukken. Hij merkt dat publieke partijen maar moeilijk zaken kunnen loslaten en bevoegdheden niet overdragen. Zo is de Agenda Vitaal Platteland van de provincie Utrecht wel een heel stoer document, maar in de praktijk durft de provincie nauwelijks de verantwoordelijkheid en middelen aan O-gen te geven om de uitvoering ter hand te nemen. Zo mag O-gen wel grondtransacties voorbereiden, maar blijft de toestemming van de gedeputeerde nodig. Dat is een persoonlijke keuze van bestuurders, die liever boven de partijen blijven staan. Daar vraagt de huidige samenleving echter niet meer om. Die wil een overheid die als één der partijen actief deelneemt aan het proces en ook het eigen belang laat meewegen in het totaal in plaats van de machtspositie te koesteren.

 

O-gen voert projecten uit, dekt risico’s af en ontwikkelt gebiedsvisies die de gemeentes of provincies zelf niet meer kunnen waarmaken.

 

Zijn ervaring is dat overheden vaak nog ten onrechte denken dat hij met zijn eigen belang bezig is om O-gen groot te maken. Daar gaat het hem helemaal niet om en dat wordt in het gebied ook niet als ambitie gezien. Eigenaarschap en betrokkenheid zijn veel belangrijker. Zo worden er regelmatig projecten gestart, die vanuit de ondernemers en inwoners zelf komen, zoals het project Vallei Boert Bewust. Dat gaat over een eenvoudige bedrijfscertificering als hulpmiddel voor ondernemers om aan de burger te vertellen hoe zij op hun bedrijf werken aan duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat project illustreert dat de urgentie en ambitie gevoeld wordt bij de eigen partners en dat de maatschappelijke vragen (en niet de instituties) centraal staan.

 

Breng de mensen in hun naaste zone van ontwikkeling     

        
“Landmaken”, zegt Gerard, ”is beleid maken dat aansluit op de volgende stap die mensen kunnen maken. Ik breng daartoe mensen in hun naaste zone van ontwikkeling. Dat is een organische werkwijze, stap voor stap”. Beleidskennis kan daarbij helpen. Niet om daarmee inwoners en ondernemers klein te houden en ze te vertellen wat goed voor hen is, maar om samen te kijken naar de stip op de horizon. “De mensen hier in het gebied denken ook heus wel verder dan hun neus lang is”, zegt Gerard, “ze denken zelf ook echt wel na over de toekomst en over het regionale belang”. Als voorbeeld noemt hij een actie rond breedbandinternet. Enkele bevlogen ondernemers zijn enthousiast om dat zelf uit te gaan rollen. De ondernemersvereniging staat achter hun plan, het benodigde geld denken zij wel voor elkaar te kunnen boksen en bovendien denken zij een gedifferentieerd aanbod te kunnen regelen (terwijl een marktpartij meestal maar een smaak aanbiedt). Zo’n actie vindt hij prachtig. Dat is de kracht van ondernemers die de wereld beter willen maken en tegelijkertijd snappen dat het ook een haalbare businesscase moet zijn. Naast business gaat dat overigens ook ‘gewoon’ over de blijheid van mensen, het wauw-gevoel dat een initiatief lukt en de volgende stap in de ontwikkeling van het gebied is gemaakt.

 

“Landmaken is beleid maken dat aansluit op de volgende stap die mensen kunnen maken.”

 

 

Een gebiedsraad als vorm van democratische legitimatie      

  
Regelmatig wordt Gerard geconfronteerd met de stelling dat O-gen de democratie zou ondergraven of opnieuw in een andere gedaante zou uitvinden. Ook zou de democratische legitimatie gering zijn. Hij ziet inderdaad overheden onzeker worden vanwege de gebiedscoöperatieve werkwijze. Maar tegenover het eigen belang van de wethouder of gedeputeerde (waarbij al te vaak onduidelijk is of de liefde voor de professie of het grote doel hen drijft, de eigen herkiesbaarheid of volgende carrierestap) plaatst hij de gebiedsraad van O-gen die – met o.a. binnenkort een nieuw huishoudelijk- en verkiezingsreglement – de democratische legitimatie zal vergroten. Alle geledingen en partijen zijn lid en/of in die raad vertegenwoordigd. Het politieke eigen belang van bestuurlijke partners kan daardoor enigszins geneutraliseerd worden. “Met de coöperatieve aanpak verbindt je je weer met de ondernemers en inwoners van het gebied en met hun eigenaarschap, verantwoordelijkheid en wijsheid”, zegt Gerard. En of dat ethisch en integer is? Dat is een kwestie van leren en ontdekken. Het gaat om het combineren van de ontwikkelkracht van bewoners en ondernemers met de wijsheid van bijvoorbeeld waterschappen en maatschappelijke organisaties. En om het combineren van individuele bevlogenheid met het volume van de grotere schaal van het gebied. Want als businesscases te klein zijn lukt het niet, dan heeft het gebied er meestal geen baat bij. Kennisontwikkeling is hierbij van groot belang. De Universiteit Wageningen (WUR) mist hij dan ook erg: zij zijn geen partner in de gebiedscoöperatie.

 

“Met de coöperatieve aanpak verbindt je je weer met de ondernemers en inwoners van het gebied en met hun eigenaarschap, verantwoordelijkheid en wijsheid”

 

Voor effectief innoveren is een steun in de rug van anderen onmisbaar

Qua persoonlijke drive werkt Gerard bij O-gen meer uit liefde voor het vak dan vanuit een persoonlijke binding met het gebied, alhoewel hij al twintig jaar in de Gelderse Vallei woont. Persoonlijk staat voor hem het dienend leiderschap centraal. Luisteren, verbinden en respectvol het gesprek aangaan. Hij wil nog leren beter en vaker los te laten. O-gen moet niet alleen zíjn kindje zijn. Ook teleurstellingen wil hij loslaten, maar dat is nog lastig. Zo zoekt de Heuvelrug bestuurlijk zijn eigen weg. Hij ziet hen zelf opnieuw het wiel uitvinden (en dicht tegen de provincie aanschurken) en vindt dat niet zo slim, maar beseft zich ook dat iedereen recht heeft op zijn eigen zoektocht.

Zijn ultieme leervraag is de vraag of hij het zelf wel goed doet. Hij wil graag vaker met anderen oprecht reflecteren, (intervisieachtig) roddelen over elkaar als werkvorm die veel kennis oplevert. Die voedselvisie is bijvoorbeeld gewoon mislukt en hij weet niet precies hoe hij dat weer aan de praat kan krijgen. Het netwerk van de landmakers kan in die reflectie een rol spelen. Hij vindt dat netwerk leuk, het stimuleert hem en hij verwacht er veel van. Voor de komende twee tot drie jaar koestert Gerard drie persoonlijke idealen. Hij wil graag het succes van O-gen van projectniveau optillen naar gebiedsniveau, hij wil resultaten van O-gen consolideren en hij wil de transitie in de voedselketen bevorderen door landbouw en voeding meer in te kleuren als kennis- en dienstverleningsconcept en dit gebied te positioneren als toonzaal voor de wereld.

 

Om die idealen te kunnen realiseren heeft hij drie wensen. Hij zit nu zelf in een dubbelrol als procesarchitect en regisseur en hij zou het fijn vinden als anderen een deel van die rollen zouden overnemen, bijvoorbeeld iemand als vaste coach voor individuele partners in het gebied om hen te blijven aanspreken op collectieve ontwikkeling. Een tweede wens is om te kunnen meesturen in de WUR (de kenniswereld) over besteding van tijd en geld. En last but not least zou hij het waarderen als ook op rijksniveau meer erkenning komt voor zijn zoektocht en het unieke karakter van O-gen.

 

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
wo 17 jan 2018

Meer inspiratie