GROTE VERSCHILLEN IN NATUURUITGAVEN PROVINCIES

ma 25 jan
Geschreven door: Wij Maken Nederland

Dit artikel is geschreven door Binnenlandsbestuur.nl. Het originele bericht is hier terug te lezen 

Tussen provincies bestaan grote verschillen in de eigen extra uitgaven voor natuur. Zo stelt Overijssel jaarlijks bijna 43 miljoen eigen geld beschikbaar, terwijl dat in Friesland en Noord-Holland minder dan 1 miljoen is. De nieuwe Noord-Hollandse coalitie schrapte de extra uitgaven voor natuur die eerder waren vastgesteld.

Lagere ambities

Dat blijkt uit een analyse door Alterra Wageningen in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL presenteert eind dit jaar een evaluatie van het Natuurpact, de afspraken die de provincies en het rijk in 2013 maakten bij de decentralisatie van het natuurbeleid. Provincies gaan zeer verschillend om met deze uitbreiding van hun takenpakket, die samenviel met lagere nationale natuurambities. Zo verdween de Ecologsiche Hoofdstructuur (EHS) na 25 jaar van het toneel en zijn provincies alleen nog verplicht om de internationale afspraken na te komen uit de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn.

Toch doorgaan met EHS

Sommige provincies beperken zich sindsdien tot de verplichte afspraken, waarvoor zij via het Provinciefonds geld ontvangen. Andere provincies besloten om extra eigen middelen bij te leggen en toch door te gaan met het realiseren van de oorspronkelijke EHS-opgave. Dit geldt voor Noord-Brabant en Noord-Holland, hoewel die laatste provincie in 2015 de extra provinciale investeringen alsnog schrapte. Andere provincies hebben gekozen voor een minder omvangrijk Natuurnetwerk.

Grote verschillen

Al met al leidt constateert onderzoeker Wiebren Kuindersma van Alterra dat de verschillen in eigen natuurinvesteringen groot zijn. Alterra onderscheidt drie groepen: provincies die jaarlijks meer dan 25 miljoen euro willen investeren in natuur (Overijssel en Noord-Brabant), provincies die tussen de 5 en 12 miljoen euro uitgeven (Groningen, Gelderland en Limburg) en de overige provincies die minder dan 3 miljoen euro per jaar extra geld investeren in natuur (Friesland, Drenthe, Flevoland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland). De verschillen zijn vooral te verklaren uit het eigen vermogen van de provincies, zegt Kuindersma. ‘Maar ook uit het eigen provinciaal ambitieniveau voor natuur en de aard van de provinciale opgave. Zo heeft Overijssel erg veel Natura2000-gebieden waar milieumaatregelen moeten worden genomen. Daarbij willen ze ook de landbouw compenseren.’

Weinig speelruimte voor eigen wensen

Omdat het geld uit het Provinciefonds bedoeld is om de internationale verplichtingen te realiseren, hebben provincies die niet in staat of niet bereid zijn om extra eigen middelen te investeren in het natuurbeleid, weinig speelruimte hebben om eigen prioriteiten en lokale wensen voor natuur te realiseren. Daarmee stuit de aanvankelijke ambitie om met de decentralisatie beter in te kunnen spelen op regionale natuurwensen en –behoeftes op grenzen, stelt Alterra. Kuindersma: ‘Wat de consequenties daarvan zijn voor de natuur, moet blijken uit de evaluatie van het Natuurpact. Maar je krijgt dus verschillen in kwaliteit van natuur per provincie. Dat is inherent aan de decentralisatie. De ene provincie maakt andere keuzes dan de andere.’

Aandacht voor nationale parken

Uit de analyse van de coalitieakkoorden ziet Alterra nog vijf andere trends die in de meeste provincies in een of andere vorm een rol spelen. Deze zijn: 1 Natuurnetwerk Nederland blijft centraal staan. 2 Internationale en nationale verplichtingen spelen een belangrijke rol. 3 Initiatieven uit samenleving worden steeds belangrijker. 4 Integratie van het natuurbeleid met andere beleidssectoren. 5 Hernieuwde aandacht voor nationale parken.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
ma 25 jan

Meer inspiratie