Kan ruimtelijke ordening ons gelukkig maken?

vr 27 jan
Geschreven door: Rozemarijn Oudejans

Kan ruimtelijke ordening ons gelukkig maken?

OVER EEN MINISTERIE VAN RUIMTELIJKE ZAKEN IN OPRICHTING

De inrichting van ons land gaat iedereen aan, dus dat kun je niet alleen overlaten aan marktpartijen en mondige burgers. Een nationaal beleid voor ruimtelijke ordening is noodzakelijk, zeker wanneer het gaat over grootschalige, ruimtelijke implicaties op lange termijn van urgente, maatschappelijke thema’s als de energietransitie, vergrijzing, voedselvoorziening en veranderende mobiliteit. Maar wat moet het doel zijn van een nationaal ruimtelijk beleid?

Het Nieuwe Instituut organiseert samen met Elma van Boxtel en Kristian Koreman (ZUS) en Stephan Petermann (OMA/AMO) een serie oprichtingsgesprekken van een nieuw Ministerie van Ruimtelijke Zaken. Deze oprichtingsgesprekken gaan over wat het nieuwe ministerie moet weten en wat haar te doen staat. Het eerste gesprek, op 19 januari 2017, gaat over menselijk geluk, omdat dit een centrale rol speelde in de eerste nota over ruimtelijke ordening (1960). Maar wat is geluk precies en hoe meet je het? Kun je met ruimtelijk beleid geluk bevorderen?

RiesvdWouden_citaatTijdensYttjeFeddes_citaat het eerste oprichtingsgesprek beschrijft Ries van der Wouden (Planbureau Leefomgeving) hoe het landelijke ruimtelijke ordeningsbeleid is verworden tot een ‘timmerman zonder gereedschap’. De decentralisatie naar aanleiding van de Nota Ruimte (2004) zorgde ervoor dat middelen en instrumentarium werden overgedragen aan lagere overheden en het zicht op lange termijn, een nationale visie op ruimtelijke ordening, verdween. Doordat ruimtelijke ordening zich nu vooral op gemeentelijk niveau afspeelt, worden volgens Yttje Feddes (landschapsarchitect) ‘hete aardappelen’ als CO2-opslag, windmolens, intensieve veehouderij etc, doorgeschoven naar een volgende ambtsperiode of afgeschoven naar een andere gemeente. Hier zou een nationaal beleid voor ruimtelijke ordening duidelijke regels moeten stellen. Een Ministerie voor Ruimtelijke Zaken moet een lange-termijn- visie naar voren brengen wat betreft grote, urgente maatschappelijke ontwikkelingen en de ruimtelijke component hiervan. Daarbij is het van groot belang om voeling te houden met de praktijk en ruimte te laten voor input van onderop.

JanFokkema_citaatVolgens Jan Fokkema (directeur NEPROM) vult NEPROM met haar nieuwe visie Ruimte maken voor het nationaal geluk het gat van ontbrekend rijksbeleid op ruimtelijke ordening. Een aantal grote maatschappelijke vraagstukken als de vergrijzing, de energietransitie, veranderende mobiliteit en snelle technologische ontwikkelingen vragen om een nationaal beleid dat de ruimtelijke implicaties van deze ontwikkelingen stuurt. De enorme investeringen en risico’s die een dergelijke sturing met zich meebrengt, zullen door de overheid gedragen moeten worden. Maar zo’n nationaal beleid moet wel breed gedragen worden, zodat een goed ingerichte leefomgeving gecreëerd kan worden die bijdraagt aan het levensgeluk van mensen.

TonnyWormer_citaatTonny Wormer (management consultant Bientôt) ziet geluk niet als doelstelling van ruimtelijk beleid, maar eerder als meet- of sturingsinstrument ervan. Zij noemt dit een BHAG, een Big Hairy Audacious Goal’; een schijnbaar onmogelijk doel, een ideaal, dat iedereen aanspreekt en waarvoor iedereen zich wil inzetten. Dit zorgt voor een ‘vibe’, voor energie en beweging en die kun je vervolgens sturen met beleid. Zo kun je met overheidsbeleid sturen op welzijn (en daarmee geluk) in plaats van op welvaart.

DamiaanDenys_citaatDamiaan Denys (hoogleraar UvA, psychiater en losoof) heeft een veel kritischer kijk
op de link tussen ruimtelijk beleid en
geluk. Hij vindt het merkwaardig om te veronderstellen dat ruimtelijke ordening geluk kan beïnvloeden. Ruimtelijke ordening is gebaseerd op maakbaarheid, maar geluk is niet maakbaar en je kunt het ook niet meten. Bovendien laat juist een minder sterke ruimtelijke ordening meer ruimte voor individuele vrijheid en een persoonlijke inrichting van de omgeving, wat leidt tot meer individueel geluk. We moeten de link tussen ruimtelijke ordening en geluk dus loslaten. De overheid kan geen invloed uitoefenen op ons geluk, want geluk is afhankelijk van een individuele levensloop.

Waar ruimtelijk beleid wel op zou kunnen sturen, is welzijn. Door condities te scheppen voor een gezonde leefomgeving kun je welzijn vergroten en daarmee geluk mogelijk maken, faciliteren. Maar als welzijn het doel wordt van een nationaal beleid op ruimtelijke ordening, welke urgente thema’s zijn hierbij dan van belang? Welke factoren bepalen ons welzijn? En hoe zorg je ervoor dat een dergelijk nationaal beleid breed gedragen wordt en voldoende ruimte laat voor input van onderop? Dit zijn vragen die bij een volgend oprichtingsgesprek van het Ministerie van Ruimtelijke Zaken aan de orde moeten komen.

Langetermijnvisie


Rozemarijn Oudejans

Rozemarijn Oudejans is ontwerper en sociaal geograaf en als correspondent verbonden aan Wij Maken Nederland.

“Ik ben afgestudeerd als sociaal geograaf (Universiteit Utrecht) en recent als grafisch ontwerper (kunstacademie). Als ontwerper begeef ik mij op het snijvlak tussen sociale innovatie en communicatie. Door participerend te onderzoeken, door ‘design thinking’ in te zetten tijdens het ontwikkelproces en gebruikers te laten meedenken (co-creatie), draag ik bij aan oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Mijn afstudeeronderzoek, over de rol van ontwerpers bij burgerinitiatief, is genomineerd voor de Jheronimus Award van de gemeente Den Bosch en de Avans Afstudeerprijs.

Meer info: www.rozemarijnoudejans.nl

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Rozemarijn Oudejans
vr 27 jan

Meer inspiratie