Leerateliers BNSP

wo 17 jan
Geschreven door: Wij Maken Nederland

Rob van der Velden: landmaker en voorzitter van de BNSP


De Beroepsvereniging van Nederlandse Stedebouwkundigen en Planologen (BNSP) heeft de nieuwe Omgevingswet aangegrepen om de vakbeoefening van stedebouwkundigen en planologen opnieuw uit te vinden, samen met andere vakorganisaties NVTL en NL Ingenieurs. Het vak is in transitie, de tijd van blauwdrukken lijkt definitief voorbij. Nieuwe opgaven moeten onder meer verbonden worden met kleinschalige (burger-)initiatieven en met belangen van verschillende partijen. Dit vraagt om een onderzoekende, vragende en luisterende houding van de professional met inbreng van eigen kennis en creativiteit. In de leerateliers in 2016 zijn deze nieuwe verhoudingen onderzocht met behulp van de principes uit het Manifest2040 van het Jaar van de Ruimte. Rob van der Velden is landmaker voor de Leerateliers en voorzitter van de BNSP. In het interview spreekt hij meer als voorzitter van de BNSP dan als landmaker voor de Leerateliers, hoewel het een wel veel met het ander te maken heeft.

 

We spreken Rob van der Velden in een vergaderzaaltje op het ministerie van IenM. Rob is directeur-voorzitter van de Beroepsvereniging van Nederlandse Stedebouwkundigen en Planologen (BNSP). De BNSP is een platform voor ontmoeting, ontwikkeling en ondersteuning van ruimtelijke professionals. Rob is ook landmaker van het lerend netwerk van stedebouwkundigen en planologen. Vanuit die functie heeft hij in april 2016 het Manifest van de Proeftuin Nederland van Morgen ondertekend. Zijn missie is om het vakgebied de 21e eeuw in te loodsen met nieuwe tools en communities.

 

Zijn missie is om het vakgebied de 21e eeuw in te loodsen met nieuwe tools en communities.

 

“Ik gaf het manifest dat ik opstelde voordat ik voorzitter van de BNSP werd, de titel “Shift” mee. Daarmee wilde ik uitdrukken dat in ons vak een paradigmaverschuiving nodig is én dat we ons vak samen weer omhoog moeten stuwen (zoals de druktoets ‘shift’ op de ouderwetse typemachine, die alle schrifttekens omhoog bracht tot kapitalen)”. Rob is gedreven door de veranderingen in de samenleving die hij waarneemt en zijn grote zorgen over de stilstand, die hij zag bij een vergrijzende BNSP, voordat hij aantrad. Het was overigens de eerste keer in zijn leven dat hij deelnam aan zo’n open procedure voor de zoektocht naar een nieuwe voorzitter. Liefde voor het vak en plichtsbesef dreven hem. Dat heeft hij van zijn vader meegekregen, die zat ook in allerlei besturen van Industriebond tot ondernemingsraad. Zijn broer heeft hetzelfde, dus dat zal wel erfelijk zijn, je inzetten voor elkaar. Nu kan hij met het Bestuur, de Raad van Advies, de leden en de werkgroepen richting geven aan de broodnodige vernieuwing van de BNSP. “Daar ben ik niet alleen in, maar ik kan wel iets doen voor het vak”, zegt hij. En dat is volgens hem hard nodig. Het vak verandert in hoog tempo en tegelijkertijd ziet hij een paradox tussen collectiviteit en individualiteit. “De nieuwe, grote opgaven maken het nodig dat wij elkaar opzoeken en van elkaar leren, terwijl er nu ook sprake is van versplintering in het vakgebied en solistischer opereren van vakgenoten, die in veel gevallen zzp’er zijn geworden en geen tijd hebben voor verenigingen of wat dan ook”.

 

Het vak verandert in hoog tempo en tegelijkertijd ziet hij een paradox tussen collectiviteit en individualiteit.

 

“Feitelijk”, zegt Rob,” zijn de verschillen tussen de BNSP als lerend netwerk en het landmakerschap, de leerateliers van het Jaar van de Ruimte en de Proeftuin Nederland van Morgen niet zo heel groot. De basis is om als community samen meer te zijn dan ieder voor zich”. Uiteraard heeft de BNSP ook andere taken, zoals het behartigen van de belangen van haar leden, maar vakinhoudelijk is de kern het richting geven aan een vakgebied in transitie in een samenleving die snel verandert, dat nieuwe opgaven moet oppakken en nieuwe tools moet leren gebruiken om het vak goed uit te oefenen. Denk aan de ruimtelijke impact van de energietransitie of de breed gevoelde noodzaak om integraal, discipline overschrijdend te werken. Voor hem persoonlijk lopen acties die verband houden met de BNSP of het landmakerschap vaak in elkaar over.

 

Kennisdelen maakt ons slimmer

Participeren in een interactief netwerk, creëren van synergie en leren van elkaar kan op verschillende manieren gestalte krijgen: op ieders eigen werkplek, binnen een community of in een proeftuin. “Waar het om gaat”, zegt hij, ”is dat je niet je kennis en kunde voor jezelf houdt. Kennisdelen maakt je slimmer. Door niet met anderen te delen houdt je jezelf eigenlijk dom”. De BNSP faciliteert dat delen van kennis. De praktijk in het kader van het Jaar van de Ruimte, waar hij zijn handtekening onder heeft gezet, is het dagelijks werk van de BNSP. In dat opzicht is zijn lerend netwerk anders dan wat de andere landmakers doen, denkt hij. Geen project met kop en staart, maar continue actie. Zo heeft de BNSP uitgevonden hoe je een goede omgevingsvisie kunt maken. Dat wordt als een soort ‘Handboek Soldaat’ toegezonden aan alle gemeentes, maar wordt ook tegelijkertijd voortdurend geactualiseerd. “Wij zijn nooit uitgeleerd”, zei de vader van Rob ooit al eens tegen hem. En dat is tevens de kern van de leerateliers.

 

De praktijk in het kader van het Jaar van de Ruimte, waar hij zijn handtekening onder heeft gezet, is het dagelijks werk van de BNSP.

 

Een van de kenmerken van het vakgebied van de stedebouwer en de planoloog (en eigenlijk van alle ruimtelijke professionals) is dat de grenzen van de discipline fluïde zijn geworden. Hij maakt de vergelijking met de ANWB. Ooit begonnen als algemene Nederlandse wielrijdersbond, is de ANWB gaandeweg ook andere verkeersdeelnemers, toeristen en reizigers gaan omarmen. Met de BNSP is het precies zo. Begonnen met en voor stedebouwers en planologen omvat het ledenbestand inmiddels de volle breedte van het vakgebied, dus ook de journalist die regelmatig over het vak schrijft of de manager van een woningcorporatie die met nieuwe woonwijken bezig is. Zijn drive is om de ruimtelijke invalshoek weer op de agenda te krijgen na jaren van kommer en kwel vanwege de economische crisis, die ook de bouwsector niet ongemoeid heeft gelaten.

 

Zijn drive is om de ruimtelijke invalshoek weer op de agenda te krijgen na jaren van kommer en kwel vanwege de economische crisis, die ook de bouwsector niet ongemoeid heeft gelaten.

 

In dit verband wil hij graag twee veel voorkomende misverstanden uit de weg ruimen. Op de eerste plaats de naam van de discipline. Er is wat raars gebeurd na de taalkundige aanpassing van het woord stedebouw in stedenbouw. “Wij bouwen geen nieuwe steden”, zegt Rob, “maar houden ons bezig met de ‘stede’ en dat betekent plek. Stedebouwers zijn opgeleid om de stad te kennen en te analyseren en om daarin vervolgens acupuncturistisch klein of meeslepend groots sociaal-fysiek te interveniëren”. Het tweede misverstand gaat over het verschil tussen ontwerp en vormgeving. “Ontwerp is een proces waarin een probleem wordt geanalyseerd, een aantal scenario’s of mogelijke oplossingsrichtingen wordt ontwikkeld en afwegingen en keuzes worden gemaakt die uitmonden in vormgeving, uitvoering en beheer”, zegt Rob. “Vormgeving gaat over styling, uitvoering, grafische dimensies”. Met lede ogen zag hij aan hoe op een gegeven moment – vanwege deze misverstanden – het vakgebied leek te worden overgenomen door managers, juristen of boekhouders, terwijl die volgens Rob niet zijn opgeleid om de stad te begrijpen.

 

“Wij bouwen geen nieuwe steden”

 

 

Van hermetisch document naar permanente bètaversie

Tegenwoordig zal het schetspotlood van de ontwerper steeds vaker gecombineerd gaan worden met nieuwe vaardigheden en (proces)technieken van de 21e eeuw. Zo verwacht hij dat de ontwerper zich niet langer kan beperken tot het maken van een hermetisch document, maar steeds vaker zal opereren met een soort permanente bètaversie van een plan, waarin nog veel onzeker is maar op bepaalde hoofdlijnen wel keuzes kunnen worden gemaakt. Hij vindt het leerzaam om die innovatieve beroepspraktijk te laten zien tijdens Leeuwarden2018. Ook denkt hij aan acties, zoals die van Gijs van der Bomen van Kuiper Compagnons, die in 100 minuten tijd met 530 mensen een nieuwe kaart van Nederland tekende met een formaat van zo’n 3 bij 6 meter.

Een innovatie waar het vakgebied in zijn ogen echt niet omheen kan is wat er gebeurt rond big data. Er moeten tools komen die helpen bij de analyse van de stad op basis van big data of open source data. “Daarmee kunnen we informatie visueel maken en aan elkaar koppelen om de stad beter te begrijpen, bijvoorbeeld over verkeersstromen, koopgedrag, vastgoedwaarden. Dat helpt niet alleen om beter door te hebben waar je moet ingrijpen, maar ook om beter te voorspellen wat het effect van zo’n ingreep is. Het zijn de feiten waar je niet van mening over kunt verschillen”, denkt Rob. Het vakgebied wordt daardoor minder subjectief. Die verbinding tussen thema’s maakt immers, aldus Rob, een natuurlijk bestanddeel uit van de stedebouwkundige vakbeoefening. “En als de tijden veranderen en de samenleving slaat andere koersen in, dan moet je daarin mee”, zegt Rob.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
wo 17 jan 2018

Meer inspiratie