Lerend netwerk Circulaire Delta Regio’s

wo 17 jan
Geschreven door: Wij Maken Nederland

Toine Smits: landmaker en hoogleraar Sustainable Water Management


Het netwerk houdt zich bezig met vraagstukken die te maken hebben met het duurzaam benutten van de delta en de daarbij horende ecosysteemdiensten. Delta’s behoren tot de meest vruchtbare en productieve landschapstypen op aarde. Eén op de 15 mensen woont en werkt in een door rivieren dooraderd, vlak land. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist in deze dichtbevolkte delta’s er grote spanningen bestaan tussen geld verdienen, de kwaliteit van de leefomgeving en de ecologische veerkracht. De effecten van klimaatverandering en de alsmaar groeiende wereldbevolking, vragen om een fundamenteel andere aanpak in hoe wij gebruik maken van ecosysteemdiensten. We moeten weg van de lineaire economie die voornamelijk is ingericht om zoveel mogelijk, zo goedkoop mogelijk te produceren en te consumeren en op weg naar een circulaire economie waar afval vrijwel niet meer bestaat en meer aandacht geschonken wordt aan welzijn en welbevinden. Momenteel is landmaker Toine Smits werkzaam als hoogleraar Sustainable Water Management bij de Radboud Universiteit en als leading lector Delta Areas and Resources bij Van Hall Larenstein.

 

Voordat hij werd gevraagd voor de bijzondere leerstoel natuurbeheer stroomgebieden en duurzaam waterbeheer aan resp. de Radboud Universiteit Nijmegen en de Erasmus Universiteit Rotterdam, was Toine onder andere hoofd van de afdeling Strategie, Milieu & Planologie (1994-2000) en daarna hoofd van de afdeling Integraal Waterbeleid (2000-2004) bij Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Die nieuwe functie was aanvullend en spannend. In de jaren daarna groeiden zijn activiteiten en op een gegeven moment werkte hij vier van de vijf dagen in het onderzoek. Toen Van Hall Larenstein hem vroeg voor de positie van leading lector Delta Areas & Resources zag hij zijn kans om met 6 lectoren bij te dragen aan de herontwikkeling van het toegepaste onderzoek binnen de opleiding en tevens een nieuwe brug te slaan tussen het WO en de HBO. In de expansiekracht die vrijkwam bij het ontvlechten van de twee opleidingen, zette hij in op praktijkgericht onderzoek met alle betrokken partijen inclusief de bewoners aan tafel. Dat moment was ook min of meer voor hem de geboorte van het living lab als open innovatiesysteem met publieke en private partijen. Op termijn wil het lectorenteam een boek schrijven over learning environments aan de hand van hun ervaringen in verschillende living labs. Verschillende oud-collega’s van Rijkswaterstaat zijn direct of indirect  betrokken in de living labs van Delta Areas & Resources om de transitie naar de circulaire delta samen te verwezenlijken. Wat is de reden voor die focus op de delta en hoe werkt dat met die living labs?

 

“Heel Nederland is de delta”, zegt Toine

 

“Heel Nederland is de delta”, zegt Toine, “als onderdeel van het uitstroomgebied van de grote rivieren. De deltagebieden over de gehele wereld staan op allerlei manieren onder druk. We staan nu aan de vooravond van een grote mondiale kentering als het gaat om het inrichten, benutten en beheren van de delta’s. In toenemende mate krijgen we te maken met technologische innovaties, nieuwe samenwerkingsmodellen en businessmodellen die laten zien dat de circulaire economie niet langer fictie is. Dit is dé plek waar de fundamentele shift gemaakt moet worden, maar ook de plek waar het meeste geld op de ‘oude’ manier wordt verdiend. De machtsposities zijn sterk. En de oude manier van werken botst met het kunnen vrijmaken van middelen om de nieuwe circulaire economie gestalte te geven”. Voor het van de grond komen van de circulaire economie is gelijktijdig innovatie nodig op het front van de techniek, de governance en de financiering. “Maar wat deze innovatie bemoeilijkt, zijn de vele duurzaamheidsconcepten die in de loop van de jaren ontwikkeld zijn, waardoor de mensen door de bomen het bos niet meer kunnen zien. En daarbij komt dat het ook nooit echt duidelijk is geworden hoe we ons geld er echt mee kunnen verdienen. Wanneer bovendien de aanpassing van regels en wetgeving achter blijft of de financieringsstructuur niet gelijktijdig ontwikkeld wordt, lopen innovaties vast of komen ze in de zogenaamde Valley of death.

 

In toenemende mate krijgen we te maken met technologische innovaties, nieuwe samenwerkingsmodellen en businessmodellen die laten zien dat de circulaire economie niet langer fictie is.

 

Met name de Amerikaanse Ellen MacArthur bracht hier verandering in. Zij kwam met een unifying concept voor het paradigma van de circulaire economie mét een businessmodel. Sindsdien is circulaire economie een serieuze zaak geworden en wordt de werkwijze van de living labs bij talrijke innovaties toegepast. Nederland heeft veel ervaring om samen met publieke en private partijen in deze living labs of proeftuinen tot creatieve oplossingen te komen, waarbij het evenwicht tussen deze verschillende belangen zo goed mogelijk kan worden ontwikkeld en gehandhaafd. Een interessante methodiek, die binnen de labs is doorontwikkeld, is die van de Natural Step. Met die methodiek is veel (internationale) ervaring opgedaan in trajecten naar duurzame ontwikkeling en integratie van verduurzaming bij bedrijven en specifieke organisaties (zoals coöperaties). De methodiek is echter nog niet gebruikt in een open innovatiesysteem voor regionale ontwikkeling. En daarin is Toine geïnteresseerd.

 

Het pad naar circulaire innovatie gaat nog niet over rozen

“Met het ontwikkelen van inzichten en kennis over de circulaire economie gaan ook vele heilige huisjes omvallen”, zegt Toine. Veel mensen zijn zich niet bewust van de schade die veroorzaakt wordt de hedendaagse manier van werken ten opzichte van wat het de samenleving oplevert. “Ook ontbreken bij de meeste organisaties en opleidingen de echte incentives om samen te werken, je wordt er eerder op afgestraft. De nieuwe manier van je brood verdienen gaat er over dat je andermans probleem op je neemt, omdat er begrip is dat we anders allebei op de lange termijn ons brood niet meer kunnen verdienen”. Daarnaast is het eigen verdienmodel niet direct duidelijk, wat weer schuurt met de veelal op financiële cijfers georiënteerde ontwikkeling van bedrijven, opleidingen en zelfs ambtelijke organisaties. Het eigen belang wordt nu vaak gecamoufleerd, terwijl dit op allerlei manieren de innovatie tegenhoudt.

“We zullen weer veel meer op het gebied van ketenontwikkeling moeten gaan doen, op het generieke belang moeten gaan interacteren. Er kunnen vele nieuwe green jobs ontstaan wanneer je een waardeketen gaat uitwerken”. De living labs vormen voor deze omschakeling een learning environment voor alle betrokkenen. Dat kan heel bedreigend zijn voor die partijen die nu veel geld verdienen met de lineaire economie ofwel die veel macht en geld hebben verkregen door op een verkeerde manier om te gaan met de deltagebieden. Wanneer er kansen ontstaan in de circulaire economie, zullen deze partijen langzaam gaan meebewegen. Hoe groter het bedrijf is dat in de lineaire economie floreerde, hoe lastiger ze kunnen veranderen. De tentakels van deze bedrijven gaan zover dat er zelfs allerlei politici verbonden zijn aan de oude economie. Toine ziet in dat dit de belemmeringen zijn, die horen bij de samenleving zoals hij nu is, “en die zullen we voorlopig wel blijven houden”.

 

Hoe groter het bedrijf is dat in de lineaire economie floreerde, hoe lastiger ze kunnen veranderen.

 

 

De wolhandkrab als entkristal van een living lab

Het begrip ‘entkristal’ komt uit de scheikunde, maar wordt in figuurlijke zin gebruikt om een gebeurtenis of denkbeeld aan te duiden waaruit vervolgens iets groters ontstaat, zoals bijvoorbeeld een boek of film ontstaat. Zo vormde een bromfietsongeluk het entkristal voor het scenario van de Nederlandse film Spetters. Ook in de living labs wordt gewerkt met een entkristal. “We beginnen met iets kleins, dan gaat het groeien en we blijven telkens op zoek naar de volgende stappen richting de stip op de horizon.” Zo ook in het living lab voor het IJsselmeer (waar Rijkswaterstaat net de Wieringerwerf heeft aangekocht), dat zich onder andere richt op de problematiek van zoutwaterinlaat van onze polders. Het continue spoelen van de polders is nodig om de bollenteelt daar in stand te houden. Zouden we niet andere businessmodellen voor de agrariërs kunnen ontwikkelen?

 

“We beginnen met iets kleins, dan gaat het groeien en we blijven telkens op zoek naar de volgende stappen richting de stip op de horizon.”

 

“Zo kwamen we uit bij een boerderij met bassins waar de wolhandkrab wordt gekweekt”. Deze wolhandkrab is een delicatesse in China. De krab gedijt goed op maden van de black soldier fly (een tropische vlieg: de Hermetia Illucens). Die maden kunnen goed groenafval omzetten tot hoogwaardige eiwitten. Theoretisch zouden ze ook bijvoorbeeld ziekenhuisafval (van het eten dat patiënten laten staan) kunnen verwerken tot ingrediënten, die voor zalfjes in het ziekenhuis kunnen worden gebruikt. Zij willen daar nu een experiment voor opzetten. Maar ook de Nederlandse Sportvisserij  is een van de grote sponsoren van de boerderij op de Wieringerwerf, omdat de karpers deze maden eten. “Zo zie je dat via een andere geïnteresseerde, iedere partij zijn vraagstuk oplost, wat ook weer een ander financieel model oplevert. Het is telkens een hink-stap-sprong binnen een bandbreedte van duurzame ontwikkeling die je samen met elkaar afspreekt. Krabben exporteren naar China is nu bijvoorbeeld nog acceptabel, maar het is de bedoeling om straks zoveel mogelijk regionaal de kringlopen te sluiten. De afgesproken bandbreedte is afhankelijk van het doel dat we samen willen bereiken en van het momentum. We beslissen samen of we bij deze bandbreedte blijven of een stap terug of vooruit kunnen maken”.

 

Ook sturen de living labs het onderwijs en onderzoek van de kennisinstellingen

Terug naar het onderwijs. Toine gelooft ten diepste dat Van Hall Larenstein de meest duurzame school van Nederland kan worden. Zijn aanpak met de living labs voor de Nederlandse delta (en het onderscheid in zes landschapstypen binnen die delta) heeft als bijkomend voordeel dat de proposals voor financiering van onderzoek nu op de plank liggen te wachten voor de goede call. “Toch is het lastig dit werk declarabel te kunnen doen. De bestaande afrekenstructuren van de hogeschool gaan er van uit dat je het werk in de projecten doet”. Dat wil zeggen: middelen zitten in de projecten en niet in het voortraject. Een investering aan de voorkant is onmisbaar om de labs op de juiste manier op gang te krijgen. “Om een lerend netwerk te worden moet je dus ook andere kanalen organiseren”. Daarom zijn er nu zes living labs in Nederland opgestart, één voor elk landschapstype in de delta.

 

 

In de living labs zijn allereerst lectoren uit de drie domeinen van techniek, governance en financiering betrokken. Daarnaast is er sprake van een quadruple helix: de vier relevante  groepen in de samenleving (de 4 b’s van bedrijven, burgers, beambten en bestuur) zijn in de labs vertegenwoordigd om uitdrukking te geven aan de social inclusiveness. Daarmee is ook de democratische legitimering georganiseerd. Ieder heeft bovendien zijn of haar huiswerk. Vanuit Van Hall Larenstein zijn zes vakinhoudelijke lectoren betrokken. Daarnaast doen ook andere opleidingsinstituten mee (MBO en WO). “Wanneer er kennisvragen zijn zoeken we in ons netwerk naar de juiste partij daarvoor. Iedere opleidingsinstelling kan hiervoor eigen geld organiseren door een proposal in te dienen. Iedereen kent bovendien de filosofie van de living labs en weet dus wat er nodig is om niet in de Valley of Death te komen. “Om de gemeenschappelijke leertrajecten op gang te brengen is het momentum van elk lab erg belangrijk. Waar zit de meeste energie en de sense of urgency in het gebied? Daar haken we op aan. Continue wordt getoetst of de principes van het werken in labs samen worden ontwikkeld. Er zijn geen freeriders. Iedereen heeft een takenpakket. Dit betekent ook dat er documenten worden gedeeld, die voorheen uitsluitend binnen elke organisatie bekend waren, zodat iedereen nu mee kan discussiëren”.

 

Het gebouw, waarin Van Hall Larenstein is gevestigd in Velp, waar het gesprek met Toine plaatsvindt, is ontworpen door een architect die vooral gevangenissen ontwierp. In het ontwerp van het gebouw heeft hij gebruik gemaakt van de principes van het toezichthouden. Voor deze leeromgeving levert het ontwerp van het gebouw maximale contactmogelijkheden tussen studenten en docenten op. De school kijkt uit op de tuin van een voormalig klooster. Die tuin wordt nu door studenten gebruikt voor onderzoek. Het is een voorbeeld van hoe basisprincipes die eerst ten grondslag lagen aan de gesloten wereld van een klooster nu energie geven aan de gebruikers van de open, lerende en innovatieve omgeving van VHL, waarmee deze opleiding de duurzaamste van Nederland gaat worden.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
wo 17 jan 2018

Meer inspiratie