Lerend netwerk Gezondheid en Ruimte

wo 17 jan
Geschreven door: Wij Maken Nederland

André van der Zande: landmaker en Directeur Generaal van het RIVM


De dagelijkse leefomgeving moet gezond en veilig zijn, uitnodigen tot bewegen, kans bieden op zelfredzaamheid en participatie. Voor alle leeftijdsgroepen, dus ook voor kwetsbare mensen. Toch is de kans om in goede gezondheid oud te worden in veel stadswijken en dorpen veel kleiner dan elders. Samen met andere organisaties heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in 2016 een lerend netwerk gezondheid en ruimte gestart. Met als doel de verschillen in gezondheidskansen terug te dringen. De nieuwe Omgevingswet, waar gemeenten al volop mee experimenteren, zet gezondheid op de agenda. Dit is hét moment om met gezondheid aan de slag te gaan. Het lerend netwerk biedt hiertoe aanscherping, verdieping en invulling. Een omgevingsvisie met focus op gezondheid leidt bovendien tot de juiste landingsplaats waar maatschappelijke opgaven in verbinding staan met de fysieke leefomgeving. Nu steeds meer mensen in steden gaan wonen, draait de ruimtelijke opgave van Nederland om de vraag hoe de stad een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving vasthoudt en dit benut voor haar economische concurrentiepositie. Hoe aantrekkelijker een stad om te wonen en werken, hoe meer spin off. André van der Zande is landmaker, Directeur Generaal van het RIVM en trekker van het Lerend netwerk gezondheid en ruimte. Ronald van der Graaf werkt aan dit netwerk bij RIVM.

 

De relatie tussen gezondheid en fysiek-ruimtelijke planning staat pas kort op de agenda. “Voor mijn komst bij het RIVM was het gewicht van gezondheid op ruimtelijke afwegingen feitelijk non-existent”, zegt André van der Zande. Sterker nog: het belang van gezondheid voor ruimtelijke keuzes werd grotelijks verwaarloosd. Milieuvraagstukken waren een abstractie. Dat ging niet over mensen, maar over ongrijpbare zaken zoals het klimaat. André is oprecht verontwaardigd hierover. Hij ergerde zich zo aan deze onrechtvaardige achterstanden op het gebied van gezondheid in bepaalde wijken, dat hij sindsdien op de bres staat voor een gezonde bevolking in een gezonde leefomgeving. Met vallen en opstaan leert het RIVM kennis en praktische instrumenten in te zetten in de wijken waar bewoners en ondernemers daarom vragen.

 

“Voor mijn komst bij het RIVM was het gewicht van gezondheid op ruimtelijke afwegingen feitelijk non-existent”

 

Een tijdje geleden realiseerde André zich dat hij al die jaren dat hij nu al rondloopt in de wereld van de ruimtelijke planning, zelf ook schuldig is geweest aan de onderbelichting van gezondheid bij ruimtelijke afwegingen. In die tijd leek het vooral om fysiek-ruimtelijke vraagstukken te gaan. Terwijl ook ruilverkaveling en natuurontwikkeling meer zijn dan louter fysieke ingrepen. Hierbij gaat het ook over de ontwikkeling van het platteland en sociaal-economische vraagstukken. In deze tijd was het milieu een abstract begrip geworden, de link met gezondheid was ver weg, waardoor het niet meer leek te gaan over concrete mensen. Gezondheidsdiensten klaagden dat zij in elke gemeente de strijd met ruimtelijke planners verloren wanneer zij vonden dat een school om gezondheidsredenen ergens niet moest staan. Het leek alsof de belangen van vastgoed en de gemeentelijke kas boven gezondheid gingen. Dit frame is volgens André omstreeks 2011 gaan kantelen door de grotere zeggenschap van gemeenten in het sociale domein. Daardoor kreeg de wethouder met gezondheid in zijn of haar portefeuille meer invloed en een belangrijkere rol in de besluitvorming. Dat moment viel samen met het stil vallen van de ruimtelijke planning door de economische crisis. Uiteindelijk heeft deze ontwikkeling ertoe geleid dat bij ruimtelijke afwegingen het aspect van gezondheid belangrijker is geworden. Sterker nog: een gezonde leefomgeving wordt steeds vaker ingezet als asset van het lokale vestigingsklimaat voor bedrijven.

 

 

Meerschalig en meertalig opereren in netwerken

We spreken André van der Zande en Ronald van der Graaf op het hoofdkwartier van het RIVM in Bilthoven. Sinds André is aangetreden bij het RIVM zijn de  werkzaamheden meerschalig en meertalig geworden. Deskundige RIVM’ers opereren met kennis, inzichten en instrumenten in alle netwerken van internationaal tot in de wijk. Ook begrijpen deze  medewerkers wat gezondheid, voeding en bewegingsarmoede betekenen voor de levensverwachting van inwoners, die dit aan den lijve ervaren in hun concrete leefomgeving. “Het kan toch niet zo zijn dat het Nederland, als één van de rijkste landen ter wereld, niet zou lukken om gezondheidsachterstanden weg te werken” zegt André vol emotie. ‘’Wil je daar slagvaardig aan werken, dan moet je ook met de mensen in de wijk in gesprek gaan: de burgers, de ondernemers en de wijkteams om te praten over dat wat zijzelf belangrijk vinden en wat in hun wijk zou moeten gebeuren. ‘’

 

“Het kan toch niet zo zijn dat het Nederland, als één van de rijkste landen ter wereld, niet zou lukken om gezondheidsachterstanden weg te werken”

 

De ambitie van het RIVM op het vlak van gezondheid en ruimte is de integratie van ruimtelijke en sociale interventies. “Dat brengt ons dichter bij een beter en duurzamer Nederland”. Daartoe verricht het RIVM landelijke studies, zoals een goede gezondheidsindex als tool voor de planologische gereedschapskist. Samenwerking tussen ruimtelijke en sociale professionals vindt inmiddels plaats in verschillende netwerken, van de Agenda van de Zorg van Rinooy Kan, die de coalitie trekt in gezondheidsland, tot en met concrete projecten in gemeentes als Utrecht en Amsterdam. De kennis- en instrumentontwikkeling van het RIVM is nu meer dan voorheen gericht op het toepassen van kennis in de praktijk. In dat opzicht is het RIVM al lang niet meer een instituut dat op afstand van de maatschappij onderzoek verricht. Het draait nu om een variëteit aan lerende netwerken, midden in de samenleving, van wijk tot Rijk, om gezondheid te borgen in ruimtelijke plannen en omgevingsvisies. Kennis wordt daarmee vertaalt naar waarde in de praktijken en krijgt concrete, maatschappelijke werking.

 

Biedt mensen het gereedschap om zelf te werken aan gezondheid

Inmiddels geloven beiden heilig in coproductie met belanghebbenden. Daar past geen gezondheidstoets (zoals de watertoets) of een deskundigenoordeel bij en al helemaal geen stapeling van dergelijke toetsen. Waar het veel meer om draait is eigenaarschap en participatie. Als mooi voorbeeld noemt Ronald een project in Hoogvliet. Daar is met de ouderen tijdens een wandeling gekeken naar routes en veiligheid vanuit de gedachte: “Wanneer we willen dat oudere mensen blijven bewegen en lang actief blijven zonder te vallen, hun heup breken en langdurig in een zorginstelling terecht komen, dan moet er in hun omgeving iets actiefs te doen zijn: op een veilige en aantrekkelijke manier. Dat vraagt om plannen mét de ouder wordende mens in plaats van plannen voor de oudere.”

Het Centrum Gezond Leven van het RIVM en diverse partners beschikken inmiddels over een interventiedatabase van zo’n 350 erkende en effectieve leefstijlinterventies en een ruimte hoeveelheid goed onderbouwde en beschreven werkzame leefstijlinterventies naar doelgroep, setting of thema, die bijdragen aan de gezondheid van mensen. Dat varieert van gezonde schoolkantines en gezonde schoolpleinen tot oefeningen voor tussen de middag, beweegkuren, functionele training voor ouderen over veiligheid en letselpreventie. Deze interventies zijn als het ware toolkits voor beleidsmedewerkers, professionals, en organisaties die concreet aan de slag willen met  gezondheid. Via de verschillende interventies kun je een ‘’interventiecocktail’’ samenstellen. Dat is een samenstel van de meest effectieve interventies die in hun samenhang op een bepaalde plek het gewenst resultaat leveren.

 

 

“Maar de wereld van stedebouwers aarzelt nog wel een beetje hoe om te gaan met het thema gezondheid.” zegt André en hij geeft ruiterlijk toe dat het RIVM hen nog geen ontwerprepertoire heeft aangereikt. Hij denkt overigens dat de planologie van het grote gebaar passé is. De insteek is nu om plekken te creëren waar mensen graag willen zijn (omdat het hun leefomgeving is) en dat lijkt nog niet breed in de vakwereld verinnerlijkt. In het buitenland merkt hij wel veel belangstelling voor geïntegreerde stadsconcepten. In Nederland heeft hij vijf jaar aan de weg moeten timmeren om samen met de gemeente Utrecht te gaan werken vanuit het thema Healthy Urban Living. Dat is gelukt en daar is hij trots op. Utrecht en het RIVM gaan met dit label de boer op in het buitenland. Een prachtig item dat hieronder valt is ‘’het beweeglint voor kinderen’’ met inbegrip van skatebanen voor gehandicapte kinderen in rolstoelen.

 

Een prachtig item dat hieronder valt is ‘’het beweeglint voor kinderen’’ met inbegrip van skatebanen voor gehandicapte kinderen in rolstoelen.

 

“Wat niet werkt is om van buitenaf te vertellen hoe het moet. Inspiratie werkt echter wel, net als het me too-effect. Daarna moet de adviseur als buitenstaander op z’n handen gaan zitten”, zeggen André en Ronald uit eigen ervaring. “En wees terughoudend met het uitrollen van programma’s. Dat is niet meer van deze tijd. ”Wat telt in de participatieve samenleving is dat de burger zelf tools heeft en kan gebruiken. Met een mooi woord uit de transitiekunde heet dat: horizontalisering van de samenleving. De stap naar het midden hierbij is dat overheden en burgers bijvoorbeeld met dezelfde sensoren op wijkniveau zelf betrouwbare en bruikbare data genereren waarbij  het RIVM deze data interpreteert en valideert, de betrokken belanghebbenden coacht en het proces begeleidt. De rol van het RIVM verschuift zo van primair meet- en onderzoeksinstituut naar valideringsinstituut voor apparaten (en zelfs apps) en datastromen.

 

”Wat telt in de participatieve samenleving is dat de burger zelf tools heeft en kan gebruiken.

 

Luister naar mensen

Tot slot geeft André aan: “Feelings are facts in their consequences”. Dat het thema gezondheid indertijd niet op de ruimtelijke agenda stond, voelt mede als zijn schuld. Daarom raakt zijn boosheid daarover hem persoonlijk, hij was immers lid van diezelfde ruimtelijke familie. Ondanks zijn gedrevenheid om de wereld beter te maken heeft hij dat naar zijn gevoel nu, toen niet goed genoeg kunnen doen. Zijn wake up call was vooral het zien van onrechtvaardige gezondheidsverschillen (die leiden tot 10 tot 12 jaar verschil in levensverwachting). Deze verschillen zijn niet toe te rekenen aan genetische verschillen of niet-beïnvloedbare omstandigheden, maar aan milieu- en omgevingsfactoren waar ‘wijzelf’ de hand in hebben.

 

Zijn wake up call was vooral het zien van onrechtvaardige gezondheidsverschillen (die leiden tot 10 tot 12 jaar verschil in levensverwachting)

 

Een belangrijke driver voor André was de verwondering dat wetenschappers wel praten over mensen, maar niet met de mensen zelf – terwijl de betrokkenen dat vaak wel goed onder woorden zouden kunnen brengen. “Sommige experts (ook binnen het RIVM) zijn nog steeds een beetje bang voor zo’n echt gesprek, waarin emoties naar boven komen. Hier goed mee omgaan kan vooral door meer te luisteren naar dat wat mensen beweegt. Helaas zijn nog niet alle wetenschappers ervaren genoeg in het voeren van zo’n dialoog. Emotie is wel de drijfveer voor actie. Als mensen gaan acteren op hun gevoelens betekent dit dat ze geraakt worden”. En dat is action learning, waar het leren samen gaat met vallen en opstaan. André is blij dat hij in zijn lange loopbaan nog een steentje hieraan heeft kunnen bijdragen door met het RIVM op de bres te staan voor een gezonde bevolking in een gezonde omgeving.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
wo 17 jan 2018

Meer inspiratie