Lerend netwerk Klimaatactieve regio’s

wo 17 jan
Geschreven door: Wij Maken Nederland

Stefan Kuks: landmaker en watergraaf bij Waterschap Vechtstromen


Het netwerk richt zich op de synergie tussen integrale bottom up gebiedsurgenties, waar sectorale top down beleidsurgenties samenkomen. Drie onderling samenhangende thema’s staan daarin centraal: het metabolisme (ofwel: de interdependentie van alle stromen die de stad in- en uitgaan), de gevolgen van klimaatverandering (warmte, water, energie en gezondheid) en het zelforganiserend vermogen van de samenleving (van government naar governance). Zo zijn er sectorale beleidsopgaven rond water (= IenM) en duurzame energie (= EZ), maar voor de mensen in de stad of de regio is het echter één grote, samenhangende klimaatopgave. De acties vinden plaats op verschillende niveaus door verschillende partijen. In die zin is het netwerk zelf ook een zelforganiserende entiteit en vinden interventies plaats op plekken die niet altijd zijn te voorzien. Sinds afgelopen jaar is er een stuurgroep voor de Klimaatactieve Stedenband Twente waarin bestuurders van provincie, waterschap, drie gemeenten en de Universiteit Twente samenwerken. Landmaker is Stefan Kuks, watergraaf bij Waterschap Vechtstromen. Hij is initiatiefnemer van het netwerk. Hij heeft een bestuurskundige achtergrond en staat als hoogleraar Innovatie en implementatie waterbeleid met één been in de wetenschappelijke wereld en met zijn andere been in de praktijkwereld van  het waterschap.

 

“Vanuit het perspectief van de mensen in de stad of de regio vormen de diverse beleidsopgaven één grote, samenhangende gebiedsopgave, want daar komen alle dingen maatschappelijk, economisch en ruimtelijk in de praktijk van alledag bij elkaar. Hittestress of wateroverlast kun je dan niet los zien van het energiegebruik, de vervoersproblematiek, de woonopgave, de digitale informatiestromen en het beheer van de openbare ruimte” zegt Stefan Kuks. De kern van zijn zoektocht met het netwerk klimaatactieve regio’s is om slimme koppelingen te maken om tot slimme steden te komen. Wat beweegt hem om hiermee bezig te zijn en lukt het om tot slimme oplossingen te komen?
“Wat ik in Twente doe, vanuit de middelgrote schaal, zou ik willen uitwaaieren over Nederland. Het gebied, de middelgrote stad of een regionaal verband van meerdere steden, staat daarbij voor mij centraal”, zegt Stefan, “en ik zoek naar concepten die op een betere manier helpen om beleidsproblemen op te lossen. Concepten, die vanuit een andere aanvliegroute nieuwe dwarsverbanden laten zien die tot slimme oplossingen leiden. Het zou heel mooi zijn om met één oplossing verschillende vliegen in één klap te slaan, bijvoorbeeld als het gaat om de verbinding tussen klimaatopgaven en de inrichting en het beheer van de openbare ruimte”.

Stefan gelooft sterk in het bottom up dingen van de grond krijgen. Het boeiende van het werken bij een waterschap (een echte doe-organisatie!) is, dat het over concrete gebiedsvraagstukken gaat, zoals building with nature en de klimaatactieve stad (KAS). Recent is hij landelijk boegbeeld geworden van een nieuw Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Voor een belangrijk deel zal niet alleen de overheid, maar ook de samenleving daarvoor in beweging moeten komen.

 

Het lerend netwerk is bedoeld als gebiedsvangnet voor beleidsopgaven.

 

Dat geldt ook voor het lerend netwerk klimaatactieve stad. Het lerend netwerk is bedoeld als gebiedsvangnet voor beleidsopgaven. Daarbij denkt hij dat we veel verder komen als de samenleving zelf ook wat meer in actie komt. Daar verwijst het woord ‘actief’ naar in de naam van het netwerk. Daarin zit de vraag wie nu eigenlijk met de goede actie bezig is (en dat is zeker niet alleen de overheid, want die heeft in toenemende mate een legitimiteitsprobleem). Dat vergt veel meer community engagement volgens hem. Actie die niet uit het publieke domein wordt geïnitieerd, maar wel een publiek doel dient. Zoals Ahold, die in Enschede een groot winkelcentrum in eigendom heeft en dat zonder financiële overheidsbijdrage heeft voorzien van een groot groen waterbergend dak, wat in belangrijke mate bijdraagt aan de publieke doelstelling om het waterbergend vermogen van de stad te vergroten en de stad gezonder te maken door meer groenvoorzieningen en het tegengaan van hittestress in de zomer. Dat is een stap in de goede richting, die energie in de samenleving losmaakt.

 

Er is niet één weg naar Rome

Het is belangrijk dat de overheid zich realiseert dat, wanneer met behulp van indirecte sturing het zelfoplossend vermogen van de samenleving wordt aangeboord, er niet één manier is, er niet één weg is die naar Rome leidt. “De manier waarop je er komt is niet uit te tekenen”, zegt Stefan, “dat kan je van tevoren niet bedenken en achteraf bijna niet navertellen”. Denk aan de manier waarop Google wil komen tot reductie van auto-ongelukken. Google, die belang heeft bij de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s, formuleert een heldere doelstelling en nodigt iedereen uit om te helpen die doelstelling te verwezenlijken. Zo zou ook de overheid moeten werken met heldere en robuuste doelstellingen (‘dáár willen we komen’) om vervolgens de samenleving uit te nodigen om met oplossingen te komen. “In een stad als New York heb ik mogen ervaren dat de stadsontwikkeling al bijna niet meer gepland wordt. De stad is heel dynamisch en die dynamiek stuurt de ontwikkeling. Het stadsbestuur stuurt alleen nog op een paar globale doelstellingen. Financiële investeerders, inclusief particulieren, zijn heel erg leidend in wat wordt gerealiseerd”. Waar het op aankomt is dat je mensen op een beslissend investeringsmoment verleidt om het goede te doen. De publieke investeringen die overheden doen om de stad beter te maken kunnen private investeringen uitlokken. Uiteindelijk wordt de stad daar beter van, namelijk door de toegevoegde waarde van de één  te verzilveren bij anderen die daarvan profiteren (het zgn. value capturing).

 

“De manier waarop je er komt is niet uit te tekenen”, zegt Stefan, “dat kan je van tevoren niet bedenken en achteraf bijna niet navertellen”.

 

Het Twentse KAS-netwerk organiseerde een excursie naar New York, aansluitend bij de samenwerking die al bestaat tussen de Universiteit Twente en Stevens Institute of Technology in Hoboken New York.  Uiteindelijk ontstond er een ‘global living lab’ aan beide zijden van de samenwerking. Het bijkomende effect van dit werkbezoek was de oprichting van de stuurgroep voor het netwerk met bestuurders uit diverse domeinen. “Na anderhalve dag samenzijn vallen posities en belangen weg en iedereen komt anders terug. Daardoor kunnen provinciale, gemeentelijke en waterschapbestuurders makkelijker samen tot gedeeld eigenaarschap komen”.

 

 

Maak, pak en benut de ‘windows of opportunity’

Van huis uit is Stefan bestuurskundige. Hij is geïnteresseerd in sturingsmomenten die zich openbaren als een ‘window of opportunity’. Die ontstaan niet altijd vanzelf, maar kunnen dikwijls ook worden afgedwongen door kansen en mogelijkheden te combineren. De koppelingen worden veelal tot stand gebracht door bestuurders of ambtenaren die zich gedragen als  ‘policy entrepreneur’. Die zijn alert en creëren of zien en benutten kansen en mogelijkheden om de goede dingen te doen. Hij probeert dat zelf ook te doen en wordt geleid door de waarde om in de verbinding tot meerwaarde te komen. “In de dingen die wij doen als waterschap, moeten we niet alleen ons werk goed doen, maar ook daarin proberen dingen mee te ontwikkelen, die voor anderen van waarde zijn. Als waterschap is dat onvermijdelijk, want als je in Nederland aan het water komt, kom je altijd ook aan de belangen van anderen er omheen. Dus is het verstandig om dat in cocreatie te doen, wat tevens de mogelijkheid biedt om geld van het waterschap te koppelen met geld van anderen, zoals de provincie of natuurterreinbeheerders”.

 

“In de dingen die wij doen als waterschap, moeten we niet alleen ons werk goed doen, maar ook daarin proberen dingen mee te ontwikkelen, die voor anderen van waarde zijn.”

 

De opgave van klimaatadaptatie biedt bij uitstek mogelijkheden voor cocreatie. Bij deze opgave gaat het om de aanpak van wateroverlast door toenemende regenval en de aanpak van hittestress en droogte door warmere zomers. Hoewel wateroverlast en hittestress sectorale problemen lijken, kunnen ze het beste door een integrale benadering van ruimtelijke inrichting worden aangepakt. En dat lukt alleen als waterschappen, gemeenten en provincies goed samenwerken vanuit gedeeld eigenaarschap. Hoewel waterschappen goed zijn in het aanleggen van waterberging, doen zij dat gemakkelijker in het buitengebied dan in stedelijk gebied, waar ze nadrukkelijker in het ruimtelijk domein van de gemeente terecht komen. Wanneer de gemeente als beheerder van de openbare ruimte een straat openbreekt om met de riolering aan de slag te gaan, kan er gemakkelijk werk met werk gemaakt worden. Dat is zo’n window of opportunity waar je bij moet zijn om als gezamenlijke overheden ook andere zaken te regelen: afkoppelen van regenwater, meer ruimte maken voor open water en voor groene inrichting, de sponswerking en het waterbergend vermogen van de stad vergroten, kansen voor de energietransitie en andere vormen van verduurzaming benutten, bekijken wat je tegen de schadelijke gevolgen van bodemdaling kunt doen, digitale infrastructuur meekoppelen, enzovoort.


Bij klimaatadaptatie gaat het niet alleen om de openbare ruimte, het aandeel particuliere ruimte is veel groter en mag daardoor niet vergeten worden. Particuliere eigenaren en investeerders in de stedelijke omgeving zijn mede bepalend voor de kwaliteit van het leefklimaat in de stad. De gezamenlijke overheden zullen dus niet alleen zelf met ruimtelijke maatregelen aan de slag moeten, maar kunnen ook particuliere maatregelen stimuleren, bijvoorbeeld door meer klimaatbestendig te bouwen en te herinrichten.

 

“Als we niets doen”, zegt Stefan, “zal de klimaatschade in steden de komende jaren drastisch toenemen, en alleen al het beperken van die schade kan een prikkel zijn”.

 

In klimaatactieve regio’s is behoefte aan ‘living labs’ of werkplaatsen waar overheden en particulieren, bijvoorbeeld op wijkniveau, samen kunnen werken aan het verbeteren en gezonder maken van de stad. “Het zijn als het ware minicampussen op locatie, waar een maatschappelijk vraagstuk speelt dat met water en ruimte te maken heeft, en door ons ervaring, kennis en wijsheid wordt ingebracht. De medewerkers van het waterschap werken daar samen met andere betrokkenen aan de oplossing van praktijkvraagstukken. Daardoor verbinden wij ons met het lokale niveau en acteren wij op het schaalniveau dat belanghebbenden direct raakt en waar integrale gebiedsurgentie in plaats van sectorale beleidsurgentie centraal staat”. Op zulke plekken komen lokale problemen in beeld en kunnen ze goed besproken worden, kan kennis worden gedeeld en worden meegedacht, kan geld en menskracht bijeen worden gebracht om tot oplossingen te komen en ze uit te voeren. “Op de schaal van Overijssel hebben we twee van zulke living labs, één voor de Stedenband Twente en één voor de IJssel-Vecht delta rond Zwolle-Kampen. De kracht van samenwerking in een stedenverband kan helpen om ook bovengemeentelijke betrokkenen aan boord te krijgen, en tegelijk om op het lokale wijkniveau in concrete projecten ook kracht bij te zetten. Elders in Nederland zien we dezelfde energie aan het werk, zoals in Amsterdam Rainproof, in de Brabantse B5 steden, in het gebied rond Nijmegen met de Regionale Adaptatie Strategie, of in Leeuwarden waar men koerst op Culturele Hoofdstad van Europa in 2018”.

 

Niet alleen in zijn rol als landmaker, maar ook als boegbeeld van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie werkt Stefan Kuks er aan om al deze regio’s ook daadwerkelijk met elkaar te verbinden. Zo kan er een netwerk van klimaatactieve regio’s ontstaan, passend bij de polycentrische structuur van Nederland.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
wo 17 jan 2018

Meer inspiratie