Omgevingsvisie Gelderland

wo 17 jan
Geschreven door: Wij Maken Nederland

Josan Meijers: landmaker en lid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland


De provincie Gelderland is een van de eerste provincies met een Omgevingsvisie waarin alle beleidsterreinen die met ruimte te maken hebben en regelgeving integraal zijn opgenomen. In de eerste versie van deze Omgevingsvisie zijn de traditionele beleidssectoren vervangen door thema- en gebiedsopgaven. Het proces van totstandkoming en de formulering van visie, doelen en afspraken is een continue proces van cocreatie met de Gelderse samenleving. In de afgelopen jaren is ervaring opgedaan met de uitvoering van de Omgevingsvisie. Ook is de visie jaarlijks op onderdelen geactualiseerd wanneer nieuwe ontwikkelingen in Gelderland de visie als het ware inhaalden of wanneer regels als te knellend werden ervaren. Dit jaar is een belangrijk nieuw moment aangebroken: de Omgevingsvisie wordt in zijn geheel herzien. Josan Meijers is lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en heeft de portefeuille Ruimte, Wonen, Water, Cultuur en Erfgoed. Zij is landmaker en geeft nu onder andere leiding aan de integrale actualisering van de eerste provinciale Omgevingsvisie, die in december 2018 zal verschijnen.

 

De Omgevingsvisie wordt in zijn geheel herzien.

 

Josan Meijers ontvangt ons in het tijdelijke onderkomen Marktstaete, vlakbij het provinciehuis dat thans verbouwd wordt. Na het vertrek van voormalig gedeputeerde Co Verdaas naar Den Haag in 2012 volgt Josan hem op in het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Zij neemt dan ook de verantwoordelijkheid over voor de totstandkoming van de eerste (digitale) Omgevingsvisie van de provincie, waar Verdaas in 2011 mee begonnen is en die in 2014 wordt vastgesteld. De omgevingsvisie is voor ons het centrale gespreksonderwerp van vandaag. Cocreatie is een sleutelwoord voor de wijze waarop het proces rond de Omgevingsvisie is georganiseerd. Er is geanticipeerd op de Omgevingswet, die naar verwachting in 2018 in werking zal treden. Wij zijn benieuwd of en hoe er echt naar de vragen uit de samenleving is geluisterd en hoe zij opereert in het spanningsveld tussen een moderne wijze van besturen enerzijds en de politieke werkelijkheid in Provinciale Staten anderzijds.

 

Stel eerst de vraag en kijk dan wat je kunt bijdragen

Josan’s werkzame leven na haar opleiding tot orthopedagoog en speltherapeut begint in Breda in het speciaal onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking. Als speltherapeut kan ze de kinderen écht verder helpen, o.a. door te observeren wat het kind gaat doen. “Je raakt in gesprek op het moment dat het kind gaat spelen en spelen gaan ze altijd”, zegt ze. Dat werk doet zij ruim tien jaar. Na haar verhuizing naar Tiel (waar ze nu nog woont in een dijkhuis aan de Waal) blijft ze nog een tijdje in Breda werken en gaat ze in haar woonplaats aan de slag  als vrijwilliger in het vluchtelingenwerk. Vanaf 1999 moet de groep vrijwilligers in Tiel, die vluchtelingen helpen om te settelen, geprofessionaliseerd worden. Zij wordt gevraagd om hieraan leiding te geven als directeur Vluchtelingen & Nieuwkomers Regio Rivierenland. Op een gegeven moment werkt ze voor de gemeente Tiel en nog zeven andere, omringende gemeentes in deze regio. Het trekt haar om zo’n organisatie te kunnen inrichten.  Ook vindt ze het boeiend om bezig te zijn met mensen die hun weg moeten vinden in onze ingewikkelde samenleving en om daar een schil omheen te organiseren van vrijwilligers en beroepskrachten die hen ondersteunen naar behoefte. Vooral dat ‘naar behoefte’ was heel spannend omdat het vluchtelingenwerk erg aanbodgericht was. Ze heeft er van geleerd hoe je mensen helpt om niet aanbodgericht, maar vraaggericht te werken. Eén van de moeilijke kanten daaraan is dat iedereen werkt vanuit zijn eigen werkelijkheid en denkt dat wat hij of zij doet de goede manier is, terwijl je je ook goed moet kunnen verplaatsen in waar de ander werkelijk behoefte aan heeft. Het is het principe van het uitnodigen van de ander om tot vraagarticulatie te komen dat ze tot op de dag van vandaag in haar werk herkent. “Als hulp wordt opgelegd”, zegt ze, “dan werkt het niet. Maar het stellen van een vraag helpt wel, want dan creëer je een opening, kom je in gesprek met elkaar en kun je de volgende stappen gaan zetten”.

 

Van adviseren naar besturen

Na het vluchtelingwerk doet Josan zo’n twaalf jaar advieswerk. Deels zelfstandig en deels voor BMC. Veel managementopdrachten, reorganisaties en het begeleiden van transities. Zoals in Amsterdam om samenhang te organiseren tussen de sectoren van zorg, welzijn, veiligheid en onderwijs. Of in Zaanstad in opdracht van een visionaire wethouder om de hele gemeente (18 dorpen en kernen) levensloopbestendig te maken. Daar moest samenhang gesmeed worden tussen verschillende instellingen en overheden. Ze heeft daar een basisprogramma gemaakt (wat heb je nodig voor levensloopbestendigheid?) vanuit de gedachte “dat in ieders leven wieltjes meelopen: je begint in een kinderwagen en je eindigt met een rollator”. Een levensloopbestendige omgeving betekent voor haar dat je leefruimte fysiek daartoe geschikt is én dat je bij iedere mogelijke situatie nadenkt over welke partners je nodig hebt. Nadat ze het uitvoeringsprogramma voor de eerste 4 kernen heeft opgesteld, is haar opdracht afgelopen. In 2001 past ze deze kennis weer toe bij het opstellen van een welzijnsprogramma voor vijf krachtwijken in Utrecht. “Er zijn veel projecten in Nederland, die vooroplopen en inspireren, maar de echte verandering zet pas in wanneer er massa wordt gemaakt”.

 

“Er zijn veel projecten in Nederland, die vooroplopen en inspireren, maar de echte verandering zet pas in wanneer er massa wordt gemaakt”.

 

Rond 2002 wordt Josan politiek actief voor de PvdA. In 2007 wordt ze Statenlid en later ook fractievoorzitter tot ze in 2012 Co Verdaas opvolgt als gedeputeerde. Ze heeft een mooie portefeuille en leert veel nieuwe dingen, maar kan er ook veel van haar eerdere ervaringen  in kwijt. Ze is trots op wat bereikt is met de eerste Gelderse Omgevingsvisie. “We hebben met alle partijen gekeken hoe we willen dat Gelderland zich ontwikkelt en wat we daarvoor op alle terreinen nodig hebben. Ruimte is het centrale uitgangspunt en van daaruit is verbinding gemaakt met zo’n beetje alles waar voorheen structuurvisies voor bestonden, zoals wonen, economie, natuur en landschap, mobiliteit en duurzaamheid”. Procesmatig is het traject zoveel mogelijk samen met de Gelderse samenleving gedaan. “Dat is best wel spannend”, zegt Josan, “want de uitkomst van zo’n traject is onvoorspelbaar. Iedereen mocht meedoen”. Dit jaar is gestart met de actualisering van de Omgevingsvisie, de eerste grote herziening, en “eigenlijk gaan we de oefening van 2012 overdoen met de lessen die we sindsdien geleerd hebben”.

 

 

Kijk naar de mogelijkheden en laat je niet door de regels dicteren

“Eén van die lessen is dat we de afweging van keuzes meer willen baseren op de vraag of we een bepaalde ontwikkeling met z’n allen willen en of dat iets toevoegt en minder op de vraag of een bepaalde ontwikkeling al dan niet past in onze regelgeving”, zegt Josan. “Dat is nog best lastig in Nederland, omdat we bij iedere kwestie nog geneigd zijn te toetsen of dat past binnen de bestaande regelgeving”.

Ze noemt als voorbeeld het dorp Eerbeek. In Eerbeek zitten van oudsher papierindustrieën. De milieuhinder daarvan is vastgelegd in geurcirkels, die in principe niet zullen veranderen. Nu wil het dorp nieuwe woningen bouwen en de industrie wil verduurzamen. Als je alleen zou kijken naar de regels (de milieunorm) dan zou het snel einde verhaal zijn, want de geurcirkels maken nieuwe woningen daar onmogelijk. Maar als je de doelen van leefbaarheid, schone papierproductie en werkgelegenheid in onderlinge samenhang nastreeft, wat zijn dán de mogelijkheden? De industrie, woningcorporatie, omwonenden, provincie, gemeente en logistieke bedrijven spreken nu met elkaar om daar uit te komen. De fabrieken zijn geworteld in de gemeenschap en willen niet verkassen. Voor de bewoners valt de geurhinder wel mee, die vinden dat bij ‘hun Eerbeek’ horen. Het vrachtverkeer door het dorp is een groter probleem. Misschien zou er een logistiek centrum aan de rand van het dorp kunnen komen?

Een tweede concreet voorbeeld speelt in Doesburg. Daar wil het bedrijf Rotra uitbreiden, maar ziet het zich ingesnoerd door natuur en de IJssel. Verhuizing is geen optie want er is al veel geïnvesteerd in een kade en watergebonden voorzieningen. Rotra en een ander bedrijf op het lokale bedrijventerrein (Ubbink) zijn zelf gaan zoeken naar partners om tot een oplossing te komen. Ze kwamen uit bij de gemeente en het waterschap. Vervolgens zijn ze met een plan naar de provincie gestapt. Die heeft Rijkswaterstaat erbij gehaald. Nu heeft de provincie een projectleider beschikbaar gesteld om het plan verder te helpen. Er wordt met een team van 3 gemeenten, 2 bedrijven, de provincie, het waterschap en Rijkswaterstaat een verkenning uitgevoerd voor wijziging van het bestemmingsplan. Dat de bedrijven trekker zijn is voor de provincie heel belangrijk: “zij moeten uiteindelijk investeren, zij gaan het uiteindelijk doen”. De vraag wie je als partner nodig hebt om ideeën verder te brengen, hangt af van de aard en reikwijdte van de opgave. Zelf heeft Josan gemerkt dat het vaak begint bij economische ontwikkelingen.

 

Dat de bedrijven trekker zijn is voor de provincie heel belangrijk: “zij moeten uiteindelijk investeren, zij gaan het uiteindelijk doen”

 

Het inhoudelijke belang van de provincie in deze gevallen is behoud van werkgelegenheid en het bereiken en bewaken van een goede ruimtelijke ordening. Het proces is een cocreatieve manier van besturen met het hoogst haalbare als resultaat. Bovendien kan de provincie de kennis die in huis is bundelen en kanaliseren. “Wat we nu doen”, zegt Josan, ”is aan de voorkant van zo’n proces bedenken wie je wanneer nodig hebt als een soort van backstage team met ieder zijn of haar eigen netwerk (bijvoorbeeld de natuurmensen of de waterexperts). Dat leidt tot een vorm van samenwerken in netwerken. En iedere keer moet je het weer anders organiseren”. De bezorgdheid van gemeentes of ze met een bepaalde ontwikkeling wel kunnen instemmen, kan de provincie deels wegnemen door naast hen te gaan staan. Het bestuurlijk gewicht is hierbij ook belangrijk. “En soms moet je constateren dat iets niet haalbaar is, dat er te weinig commitment is”.

 

“Soms moet je constateren dat iets niet haalbaar is, dat er te weinig commitment is”.

 

Hou bij cocreatie ook Statenleden voortdurend betrokken bij dat proces

“De uitkomst van een proces zoals in Eerbeek of Doesburg, waar belanghebbende partijen elkaar vinden in een hoogst haalbaar resultaat, kan op gespannen voet staan met de taakopvatting van Provinciale Staten of gemeenteraden”, zegt Josan. Daarmee bedoelt ze dat hun rol onduidelijk is als partijen het al eens geworden zijn. Dat merkte ze onder andere bij de vaststelling van de eerste Omgevingsvisie. De Statenleden waren verrast over de grote opbrengst en vroegen zich af wat ze daar nog aan toe te voegen hadden. De Staten organiseerden een grote hoorzitting om goed zicht te krijgen op draagvlak voor de voostellen. Partijen die eerder hadden meegewerkt en zo het hoogst haalbaar resultaat hadden behaald, grepen toen de gelegenheid aan om alsnog er nog meer uit te slepen. “Dat is ieders goed recht”, zegt Josan.

 

De Statenleden waren verrast over de grote opbrengst en vroegen zich af wat ze daar nog aan toe te voegen hadden.

 

De les die ze hiervan geleerd heeft is dat Statenleden vanaf de start van belangrijke beleidstrajecten uitgenodigd moeten worden om actief deel te nemen aan het proces. Ook wil ze hen veel vaker informeren. Zo worden de Statenleden bijvoorbeeld uitgenodigd om deel te nemen aan het cocreatieproces in Eerbeek (en de meeste fracties komen inderdaad). Dat gebeurt ook bij de herziening van de Omgevingsvisie. Het betekent wel dat Statenleden aan het einde van zo’n traject het resultaat minder op inhoud en meer op de kwaliteit en zorgvuldigheid van het proces zullen moeten toetsen. Maar ze realiseert zich terdege dat op zo’n moment sprake kan zijn van een spagaat tussen het hoogst haalbare resultaat (dat belanghebbenden in cocreatie hebben bereikt) en de politieke werkelijkheid in de Staten, die er voor zorgt dat er op een andere manier naar de resultaten wordt gekeken. Het is de verantwoordelijkheid van Statenleden in hun functie als  volksvertegenwoordiger om op basis van politieke overtuiging keuzes te maken, zo zit ons politieke systeem in elkaar. Maar ze hoopt wel dat Statenleden het aandurven om vanuit hun politieke overtuiging in te stemmen met een hoogst haalbaar resultaat wanneer zij zien dat een proces heel zorgvuldig doorlopen is, en liefst natuurlijk dat zij op enigerlei wijze aan het proces hebben deelgenomen. Dat gaat nu gebeuren bij de herziening van de Omgevingsvisie. De Statenleden hebben zelf een werkgroep ingesteld die het proces gaat volgen en begeleiden. Deze werkgroep staat naast het commissiewerk van Provinciale Staten, waarin alle voorstellen inhoudelijk worden besproken. “Zij kunnen nu op tijd hun vinger opsteken wanneer ze vinden dat het niet goed gaat”. Josan is heel blij met deze uitkomst. Het maakt haar eigen rol zuiverder.

 

“Zij kunnen nu op tijd hun vinger opsteken wanneer ze vinden dat het niet goed gaat”.

 

 

Iedereen die met omgevingsvisies bezig is kan elkaar over en weer inspireren

Cocreatie en een grotere betrokkenheid van samenleving en politiek passen goed bij haar rolopvatting van een overheid die eerst luistert naar vragen uit de samenleving alvorens iets aan te bieden. Het zou mooi zijn als de verschillende gemeenten, provincies,  waterschappen en ook bijvoorbeeld de VNG Gelderland meer samen zouden optrekken in het werken aan  omgevingsvisies. Ieder wat meer uit zijn eigen bubble, elkaar inspireren, meeliften met elkaars processen, zoeken naar optimaal wederzijds profijt, elkaar helpen en dergelijke. “Het is een kans, die er nu ligt”, zegt Josan. “Voor de provincie (die vooral veel praat met andere organisaties en overheden) is het interessant om via de gemeentes (die een kortere lijn hebben naar hun inwoners) te horen wat de wensen van de bewoners zijn”.

 

Het zou mooi zijn als de verschillende gemeenten, provincies,  waterschappen en ook bijvoorbeeld de VNG Gelderland meer samen zouden optrekken in het werken aan  omgevingsvisies

 

Het gesprek loopt ten einde. Ze denkt nog even terug aan de betrekkelijke eenvoud van haar werk als speltherapeut. “De speelkamer vroeger was overzichtelijk. Ik zat daar gewoon in mijn eentje met een kind, was zelf verantwoordelijk en had alles zelf in de hand”. Nu is haar werk zoveel complexer, zijn er zoveel actoren, moet ze soms loslaten en soms verantwoordelijkheid nemen en gaat het over grote gebieden, zwaarwegende belangen en ingrijpende opgaven. Dat boeit haar enorm. Ze zet zich in om in deze arena de zachte kant, de menselijke behoefte en het kleinschalige te blijven verbinden met de andere grote belangen die er spelen.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
wo 17 jan 2018

Meer inspiratie