Verslag Wij Maken Nederland bijeenkomst Next Economy

do 9 feb
Geschreven door: Wij Maken Nederland

Next Economy: best of both worlds?

De Next Economy wordt, afhankelijk aan wie je het vraagt, anders gedefinieerd en er is een continuüm tussen twee uitersten zichtbaar. Aan de ene kant zijn er de wensen (vooral vanuit de samenleving geformuleerd) en aan de andere kant de waarschijnlijkheden (vooral vanuit de economie geformuleerd). De wensenkant sluit meer aan bij de strategische kijk op de Next Economy vanuit het IABR Next Economy (Maarten Hajer). Waar zitten bij deze uitersten de mogelijkheden tot ontmoeting?

Vanuit de wensen wordt de Next Economy gedefinieerd als een andere economie die gezond, inclusief en circulair is. De drijfveer is verbeelding en innovatie is sociale innovatie. Over deze economie wordt gecommuniceerd door middel van beelden (cfr imaginaries IABR). De bedrijfsorganisatie richt zich op clusters en kennis zich op een ‘tacit & local buzz’. Stedelijke functies worden gecombineerd en de ruimte wordt waar mogelijke publiekelijk gehouden. De ruimtelijke verschillen die er ontstaan zijn gewenst.

Vanuit de waarschijnlijkheden wordt de Next Economy gedefinieerd als een nieuwe economie die een breed welvaartsbegrip nastreeft. De drijfveer is concurrentie en innovatie is technologisch innovatie (IT). Over deze economie wordt gecommuniceerd door middel van teksten. De bedrijfsorganisatie richt zich op netwerken en kennis zich op een ‘codified & global pipelines’. Stedelijke functies worden gescheiden, de ruimte wordt geprivatiseerd en er is toenemende ruimtelijke ongelijkheid.

Reacties:

Het verschil tussen de cluster en netwerk benadering, gekoppeld aan innovatie, is al duidelijk herkenbaar in de huidige REOS discussie. Steeds meer worden mogelijkheden tot ontmoeten, door middel van face to face contacten, erkent als van belang voor innovatie.

De uitersten zijn ook herkenbaar binnen de gemeente Rotterdam, enerzijds is er de Roadmap Next Economy en anderzijds de sociale diensten. Ook binnen een gemeente is het lastig om deze uitersten elkaar te laten ontmoeten. Mogelijkheden van ontmoetingen zit in de arbeidsmarkt en opleidingen. Hoe maak je dat iedereen meekan in de Next Economy en hoe maak je het toch voldoende exclusief om internationaal een rol te spelen?

Next impliceert dat er een nood is om te veranderen. Deze wil om veranderingen lijkt meer te zitten vanuit de samenleving, dan vanuit de economie. Dit maakt de mogelijkheid tot ontmoeten van elkaar ook best moeilijk. Geef als Rijk ook voor de economiekant voldoende zekerheden om de wil tot verandering groter te maken. Als we stoppen met een fossiele economie, wat wordt dan de focus van het Rijk? Wind, Zon, Warmte?

Technologie maakt innovatie mogelijk, maar of die technologie echt aanslaat bij de gebruikers is erg afhankelijk of de technologie een antwoord geeft op een sociale wens. In innovatie ontmoeten beide uitersten elkaar mogelijks.

Trends: waar gaan we naar toe?

De uitdijende globalisering heeft zijn beste tijd gehad. Er is een meer expansieve groei en de concurrentie wordt steeds intensiever. Er is een groeiend onbehagen in de maatschappij (‘winner takes it all’). Verder kent de Economy een rescaling, is gericht op de wereldeconomie of erg lokaal (global pipelines) en het nationaal beleidsniveau wordt daarmee vaak overgeslagen.

Kennis en elites worden in toenemende mate gewantrouwd. Het delen van informatie en kennis neemt toe. Er ontstaat echter een paradox: er wordt erg ingezet op de kenniseconomie, anderzijds wordt kennis steeds meer gewantrouwd. Er is vanuit de kenniseconomie een groeiende behoefte aan interactiemilieus. De besluitvorming wordt steeds dichter bij direct belanghebbenden gebracht, wat een breed debat onmogelijk maakt.

– Economische en ruimtelijke ongelijkheid nemen toe. De ongelijkheid binnen landen neemt toe, terwijl deze tussen landen afneemt. De ongelijkheid op basis van vermogen wordt groter dan de ongelijkheid op basis van inkomen. De banenpolarisatie (minder banen in het midden segment aanwezig) en flexibilisering (groeiende groep van ZZP’ers) zijn ook oorzaken van inkomensongelijkheid. Verder bepaalt de kans op een baan de ruimtelijke ongelijkheid op de arbeidsmarkt en de kans op een woning bepaalt de ruimtelijke ongelijkheid op de woningmarkt.

Reacties:

De trends komen, mede door hun beschrijving, erg negatief over. Ze kunnen echter ook positief worden bekeken: bijvoorbeeld een intensievere samenleving. Verder zijn de trends samengesteld vanuit literatuuronderzoek s, maar de wereld wordt, door vooral de jongere generatie aanwezig, niet zo negatief ervaren. Kennisdelen is onderdeel van hun leefwereld en de koppeling met wantrouwen wordt daarbij niet gemaakt.

Een trend die, omdat het ook deels over de rol van de overheid gaat, wordt gemist is de toenemende keuzes en de stress die het oplevert. Hoe kan de overheid daarin beter faciliteren? De overheid kan ook gezien worden als een structuur of algoritme. De overheid, als systeem, heeft geen gezicht en is daarmee onaantastbaar. Dit maakt dat de overheid kan blijven bestaan.

Als je de overheid zou zien als een facebook structuur, dan zou deze structuur, vanuit je eerdere interesse en wensen, de keuzes al een stuk kunnen inperken en tonen wat voor jou interessant is. Dit klinkt misschien een beetje eng, maar voor veel mensen met toenemende keuzestress is het aantal ingeperkte keuzes best fijn. Minder keuzes maakt het ook makkelijker om urgentie aan iets te geven.

Verder is facebook alleen een algoritme, de content wordt gedragen en bepaald door de gebruikers. Het is daarmee een andere vorm van inspraak. Dit leidt tot de vraag, wie is er dan uiteindelijk aan de macht en neemt de sleutelbeslissingen? Mensen maken structuren en structuren maken mensen en dat is vooral sterk aanwezig in de ruimtelijke ordening. De compacte stad was goed voor iedereen en heeft er onder andere voor gezorgd dat de mobiliteit in Nederland beheersbaar is. Wie heeft in een facebookstructuur dan welke legitimiteit in de ruimtelijke ordening? Wat met ideologieën zoals de compacte stad waarvan de voordelen vooral achteraf zichtbaar zijn?

Om de kenniseconomie voor iedereen toegankelijk te maken, kan technologie helpen. De kennis is niet meer noodzakelijk alleen van de elite.

Aanknopingspunten voor NOVI

Versterk de democratische legitimering van het stadsbestuur. Breek daarom definitief met het nationale ruimtelijke ordeningsbeleid en decentraliseer het belastingstelsel.

Accepteer toenemende verschillen in Nederland. Er zijn verschillen met tussen de Deltametropool en ‘de rest’ van Nederland en binnen de Deltametropool. Er zijn verschillen tussen grote en kleinere steden. Een nationale ruimtelijke ordeningsbeleid kan deze verschillen niet voldoende in zich opnemen, dit resulteert in middelmaat overal. Laat ‘chaos, congestie en afwezigheid van resultaatgerichtheid’ toe zodat de steden zich vanuit lokale krachten kunnen ontwikkelen.

Stuur op kwaliteit. Vergroot de aantrekkingskracht van (grote) steden en bescherm de omliggende landschappen.

Denk grenzeloos. Kijk dwars door alle schalen (van lokaal tot mondiaal en terug), leer je concurrenten beter kennen en smeed grensoverschrijdende allianties.

Reacties:

De overheid kon vroeger makkelijker sturen, nu zijn ontwikkelingen sneller en dat vraagt ook een ander rol en sturing vanuit de overheid. De overheid kan wel structurerend optreden, nu is het nog vaak onbewust structurerend.

Het geven van de macht aan stadsbesturen is lastig voor kleine steden. Vaak zijn deze niet in staat om ook door de schalen heen te denken.

Hoe worden de grote projecten nog betaalt? Grond en MIRT zijn gescheiden werelden, steeds meer worden plannen herbekeken en herwerkt. Dit levert steeds mooiere plannen op, maar er is geen geld om deze mooie plannen te betalen.

Een decentraal belastingstelsel maakt dat alles per gemeente wordt geoptimaliseerd, maar ook dat er geen aanleiding meer is om op de opgave regionaal te bekijken. Beter krijgen gemeentes geld als ze opgaves samen aanpakken. Dit werkte voor Vinex en Ruimte voor de Rivier. Vinex trok alles naar elkaar toe en zorgde daarmee niet voor diversiteit.

Er is een spanning tussen sturen op kwaliteit, want dan wil je een norm neerleggen, en het toelaten van chaos, congestie en afwezigheid van resultaatgerichtheid’ en het accepteren van toenemende verschillen in Nederland.

Vanuit het Rijk is al gebroken met de locatiekeuze en ook met uitspraak, je gaat er over of niet. Nu wordt meer gewerkt vanuit het stellen van een gezamenlijke opgave en die iedereen vanuit eigen verantwoordelijkheid kan uitwerken (punt 3 en 4).

Denk niet alleen in gebieden, maar ook in netwerken. Anderzijds netwerken hebben nood aan gebieden om te functioneren.

Samenwerking over de grens is vaak gelimiteerd door nationale regels. Verder is voor Limburg Rijn-Ruhr, terwijl voor Den Haag, Berlijn ver is. Er is hierdoor weinig ruimtelijk aanpak mogelijk.

Aanbevelingen

1. Het Topsectorenbeleid moet op de schop.

Innovatie is gebaseerd op ‘nieuwe combinaties’ en in de ‘Next Economy’ is diversificatie belangrijker dan specialisatie. Daarom past het Topsectorenbeleid niet in de ‘Next Economy’ omdat de Next Economy vooral netwerken in plaats van clusters benut.

De betekenis van netwerken stijgt uit boven de lokale economie en het regionale innovatiesystemen (ondernemer, onderwijs en overheid) moeten worden verbreed met vertegenwoordigers van burgerinitiatieven en buitenlandse start-up’s (om plaatselijke lock-in te voorkomen).

Reacties:

De topsectoren moeten inderdaad sterker op netwerken gaan werken. Echter de huidige triple helix werkt vaak niet voor innovatie. Er is een noodzaak tot nieuwe combinaties, de koppeling met burgerinitiatieven en buitenlandse start-up’s is daarbij een interessante invalshoek.

Wat komt er dan in de plaats voor het Topsectoren beleid? Een transitiebeleid? Een netwerkbeleid? Heeft een alternatief beleid, met een focus op netwerken, ook nog wel een ruimtelijk effect? Wil je technologische innovatie of energietransitie versterken, welke infrastructuur ontwikkel je dan? De vraag is misschien niet zozeer in welke infrastructuur investeer je, maar welke stroom wil je beïnvloeden?

Wat ga je als overheid proberen te verbinden? In Eindhoven was dat technologie en onderwijs. De nodige verbindingen om de Next Economy te versterken zal in elk gebied, afhankelijk van de economie, anders zijn.

Hoe past het mainportbeleid hier in? Amsterdam en Schiphol hebben elkaar nodig, maar ook de Brainport Eindhoven heeft Schiphol nodig? Wat is de nationale visie op het spoorsysteem en hoe kan het spoor de concurrentie van steden versterken?

2. Neem het verbreed welvaartsbegrip als uitgangspunt voor het omgevingsbeleid.

Een verbreed welvaartsbegrip kijkt naast GDP of inkomen ook naar geluk en welzijn van de bevolking. Geef het verbreed welvaartsbegrip handen en voeten en ga na op welke wijze het verbreed welvaartsbegrip de kaart van Nederland verandert. Formuleer op welke schaal welke welvaartskenmerken beleidsmatig van belang zijn en indiceer waar gewenste verschillen leiden tot ongewenste ongelijkheden.

Reacties:

De verbreed welvaartsbegrip kaart van Nederland zal anders dan de welvaartskaart. Dit omdat de kwaliteit van leven in het Oosten hoog is, maar lonen of GDP lager dan bij voorbeeld in de Randstad.

Waarom is dit een aanbeveling aan het nieuwe kabinet? Is dat niet eerder een aanbeveling aan een universiteit? De aanbeveling is: Rijk ga hiermee aan de slag en maak beleid vanuit het bredere begrip. De vraag is dan vooral wat verandert er dan? Meten is weten en weten is handelen. Waar wil je dat de overheid dit toepast en wat verandert er dan? De investeringsagenda’s?

De focus lijkt te liggen op regionale verschillen, maar ook binnen de steden heb je verschillen. Daarnaast is het geluk en welzijn ook per persoon anders. Dit vraagt dan weer om een norm, waardoor verschillen in Nederland niet worden aanvaard.

In China worden personen gerate en dit bepaald waar ze kunnen wonen, hun kinderen naar school kunnen en zo verder. De rating is naar gelang inkomen, opleiding en zo verder, maar ze krijgen een lagere rating als ze omgaan met mensen met bijvoorbeeld een strafblad. Dus wat als je de norm enkele stappen doortrekt, is dit wat we willen? Het eng definiëren van zaken hoort misschien ook te veel bij het oude instrumentarium, de wereld verandert te snel voor enge definities.

Aanpassing van de aanbeveling: doe er dan als overheid iets aan? Het tekenen van de kaart is interessant, maar de vraag is: waarom zou deze aanbeveling een onderdeel van de omgevingsvisie moeten worden? Voorstel in de aanbeveling te schrappen. Wat de aanbeveling echter wel interessant maakt is de focus op een people based in plaats van places based policy voor NOVI.

3. Maak heldere en consequente keuzes op hoofdlijnen en laat de uitvoering van het omgevingsbeleid over aan anderen.

Geef het ruimtelijk beleid terug aan burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, schep gunstige condities voor maatschappelijke initiatieven en investeringen en maak werk van ‘Eenvoudig Beter’.

Reacties:

Kunnen we met de consequentie van de aanbeveling leren leven? Als we ruimtelijke beleid terug geven aan burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, waar komt dan het accent van het ruimtelijk beleid te liggen? De verwachting is dat alleen deze projecten worden opgepakt waar de impact of winst op korte termijn het hoogst is. Is dan de taak van de overheid alleen dit te doen wat anderen niet doen?

Een interessante vraag bij deze aanbeveling is: waar gaat het mis als we dit doen? Waar heb je de Rijks overheid nodig wat je niet op de twee andere lagen kan doen? Veel is al naar de lagere lagen gebracht. Noordzee, wegenbeleid is nationaal gebleven.

In deze aanbeveling zit een misvatting: NOVI is nationaal en dus niet alleen rijks, maar ook de andere overheden en burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dit was voor de groep niet geheel duidelijk en moet dus ook duidelijker geadresseerd worden in de toekomst.

In deze aanbeveling komt het wensbeeld over de Next Economy vanuit de samenleving terug sterk naar voren. Wat is de Next Economy die we voor ogen hebben, is dat ook de ambacht gedreven economie? Verwachting is net dat winst niet meer zit op het product, maar op de dienst. Een van de huidige grote economieën, de financieel sector bestaat in de toekomst niet meer als een bank voor mensen, maar wordt een financieel IT bedrijf.

Wat is er concreet nodig aan regelvrijheid om deze Next Economy te stimuleren? Een lange tijd zal het nieuwe en oude systeem naast elkaar bestaan. Hoe ga je daarin je beleid met om? Om niches te kunnen laten werken, vraagt een flexibiliteit en die is moeilijk op te schrijven.

In het Energiesprong project werd met de overheid gekeken naar welke wet en regelgeving de innovatie in de weg zat en deze werd aangepast. Verder was er een open houding vanuit de overheid. We zien dat jullie het beter doen, dus de opdracht wordt ook buiten de deur verleend.

De open houding is ook te zien op gemeentelijk niveau. Rotterdamse Nieuwe (RN) is een organisatie die ondernemende jongeren beter weet te bereiken dan de gemeenten. Vanuit de gedachte: de vorming van je beleid is een afspiegeling van de peergroep met wie je spreekt, wordt RN vaak gevraagd om mee te denken

Investeer ook in de meetbaarheid van de Next Economy, zodat je de benodigde cijfers hebt om je beleid te onderbouwen. Echter de grote vraag is dan nog, wat en hoe meet je het?

De Next Economy geeft ook vraagt ook een zekere flexibiliteit van investeringen in infrasctructuur of innovatie. Wanneer investeer je met welk risico, welk bedrag? Vertrekken vanuit wat we weten: we zijn een stedelijk netwerk metropool en geen high density monocentrische metropool. We kunnen al investeren in de interactiemilieus en de verbindingen tussen die milieus. Aarzelen we te lang, dan verliezen we kenniswerkers, essentieel voor de Next Economy.

Waar zitten deze interactiemilieus of brandhaarden van de Next Economy precies. De established kenniswerkers zitten dan misschien wel in de interactiemilies binnen de stad, maar de brandhaarden zitten overal in de stad. Hoe investeringen daarop te richten?

Misschien moet het ministerie van Economische Zaken eerder worden getransformeerd tot een Innovatie en transitie ministerie, met een daarbijhorend Innovatie fonds.

Aanvulling Harry van Huut:

Nabrander 1:

op een bepaald punt hebben we – haast ongemerkt – de overstap gemaakt van next/new economy naar de omgevingsvisie en daarbij ging het vooral over sturing en te weinig over inhoud. New/next economy zijn echter ook relevant voor andere domeinen dan het ruimtelijke domein (sociaal-cultureel, onderwijs e.d.). De relevantie hiervan zou nog wel eens groter kunnen zijn dan het ruimtelijk domein. (Place based of people-based-policy). M.i. in ieder geval goed om dit te markeren. Interessant wordt het wanneer je tot cross-overs kunt komen tussen deze domeinen. In REOS-verband is dit wel eens aangekaart, maar tot nu toe niet opgepakt.

Nabrander 2:

de discussie over het Topsectorenbeleid deed me denken aan de andere aanpak, die men in Zweden heeft gekozen. Daar heeft men niet de topsectoren als vertrekpunt gekozen, maar een uitvraag gedaan aan het bedrijfsleven aan de hand van concrete maatschappelijke vraagstukken. Inzendingen werden vervolgens financieel gesteund, als ik me goed herinner. De relevantie en de opbrengst waren volgens het artikel dat ik daarover las veel beter dan ons topsectorenbeleid.

Nabrander 3:

er zaten duidelijk twee generaties aan tafel, waarbij de oude generatie misschien teveel de discussie domineerde over de al dan niet goede oude tijd. Bij de nieuwe generatie zaten m.i. verfrissende ideeën en inzichten, die m.i. onvoldoende besproken zijn. Iets voor een volgende fase (en misschien wel voor REOS-flecties-2).

 

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Wij Maken Nederland
do 9 feb

Meer inspiratie