Water op de agenda van de stad

ma 27 feb
Geschreven door: Unie van Waterschappen

Waarom moeten we iets met de stad?

Een vitale, veerkrachtige en leefbare stad is de motor voor economische en maatschappelijke ontwikkeling. De effecten van een veranderend klimaat, zoals hoosbuien, droogte en hogere temperaturen, zijn voelbaar in de stad. De economische functies van de stad, de volksgezondheid en het welzijn van de burgers komen hierdoor in het gedrang. Mede daardoor is de stad op de agenda gekomen van overheden en bedrijven.

Door water in en om de stad slim in te zetten worden verschijnselen, zoals hittestress en wateroverlast, bestreden. Water is dé verbindende factor tussen leefbaarheid en economische groei in de stedelijke omgeving en dé sleutel in de klimaatopgaven van de 21ste eeuw.

 

Wat is de rol van de waterschappen?

Waterschappen zorgen ervoor dat er niet te veel en niet te weinig water is in hun beheersgebieden. Steden spelen hier een steeds grotere rol in. Waterschappen zijn als partners van gemeenten actief in stedelijk waterbeheer en in transport en verwerking van afvalwater. Waterschappen hebben verder een faciliterende en inspirerende rol in de ontwikkeling naar waterrobuuste en klimaatbestendige steden. Tot slot, hebben waterschappen grote ambities op het gebied van duurzaamheid en kennen veel mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie, zowel in als nabij de stad.

 

7 BESTUURLIJKE AANBEVELINGEN VOOR EEN DUURZAME EN LEEFBARE STAD

 

1. Waterschappen en gemeenten onderwerpen bebouwd gebied aan stresstesten

Met de stresstest brengen waterschappen samen met gemeenten de klimaatopgaven in hun gebied in beeld: waar liggen de knelpunten? Zodra deze knelpunten bekend zijn, kan er samen worden gewerkt aan oplossingen. Hierbij moeten gemeenten en waterschappen over de traditionele grenzen van hun verantwoordelijkheden heen durven te kijken en samen maatregelen nemen om het watersysteem, de riolering en de ruimtelijke ordening zo in te richten dat overlast zoveel mogelijk kan worden beperkt.

 

2. Veerkrachtige watersystemen, óók in de stad

De hoosbuien die het KNMI pas had voorspeld voor 2050 vallen nu al. Meer neerslag belast het watersysteem ook in de stad zwaarder dan in veel gevallen is berekend. Als we niets doen kijken we aan tegen ruim 71 miljard euro schade in 2050 als gevolg van wateroverlast- en droogteproblematiek. Om grote schade voor te zijn moet er ook in de stad extra bergingsruimte en aanleg van extra bemalings- of afvoercapaciteit voor water worden gecreëerd. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie worden hier door de verschillende overheden afspraken over gemaakt. Per stad moeten vooral in de samenwerking tussen waterschappen en gemeenten de oplossingen voor deze ruimtelijke opgave ontstaan.

 

3. De stad als spons: samen de verstening te lijf

Wateroverlast in de stad ontstaat vooral doordat regenwater niet snel genoeg naar grachten, sloten en kanalen kan komen. Er is een andere inrichting van de stedelijke ruimte nodig om te voorkomen dat water tot ernstige schade leidt. Berging van regen op daken (groene daken), regentonnen, kelders en garages als tijdelijke wateropslag en waterpleinen zijn allemaal oplossingen voor het probleem. Om deze oplossingen te realiseren kunnen waterschappen helpen door hun gebiedskennis te delen. Zo kunnen er ook koppelingen worden gemaakt om het systeem van sloten en kanalen te verbeteren, zodat een snellere afvoer van het water mogelijk wordt. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie brengt deze gezamenlijke inspanning in kaart.

 

4. Waterschapsenergie voor de stad

De waterschappen willen in 2020 minstens 40% van het eigen energieverbruik zelf duurzaam produceren en stellen hun terreinen steeds vaker open voor windmolens en zonnepanelen en halen restwarmte en koude uit oppervlaktewater. De energiepotentie van de waterschappen is enorm. Grofweg kan bijvoorbeeld vanuit het watersysteem in 54% van de nationale koudevraag en in 12% van de warmtevraag voorzien. Dat is veel meer dan de waterbeheerders zelf nodig hebben voor hun doelstelling voor energieneutraliteit. De waterschappen zien dan ook kansen om met andere decentrale overheden samen te werken in het behalen van de nationaal gestelde energiedoelen. Op gemeentelijk niveau wordt er bijvoorbeeld gewerkt aan regionale energie strategieën. Wanneer gemeenten gebruik gaan maken van duurzaam opgewekte energie van waterschappen, werken we gezamenlijk aan het bereiken van de energiedoelstellingen uit bijvoorbeeld het SER Energieakkoord en het Klimaatakkoord en verstevigen de waterschappen hun positie in de stad.

 

5. Blauwe aders voor een gezonde stad

Een groenblauwe basis in de stad is een belangrijk ingrediënt voor een prettige leefomgeving en het helpt tegen hittestress. Volgens het Planbureau van de Leefomgeving kan hittestress op korte termijn grote gevolgen hebben voor de mens. Hoge temperaturen in combinatie met luchtverontreiniging leiden bijvoorbeeld tot luchtwegaandoeningen. Daarnaast meldde het Rode Kruis dat in 2015 de hittegolf in Frankrijk op de aardbeving in Nepal na de dodelijkste natuurramp van dat jaar was met bijna 3300 doden. Met initiatieven zoals Entente Florale en Operatie Steenbreek geven de waterschappen vorm aan hun ambitie om tegels zoveel mogelijk te vervangen door groen of water. Om het belang van een goede groenblauwe leefomgeving aan te geven kunnen waterschappen en gemeenten afkoppelen en vergroening stimuleren onder inwoners en bedrijven.

 

6. Waterrobuust bouwen met creativiteit uit de markt

Bij ruimtelijke planvorming is water een onontbeerlijke factor van betekenis. In 2015 zijn er bijvoorbeeld ruim 7000 wateradviezen door waterschappen gegeven op bouwplannen. Om wateroverlast te voorkomen moet er waterrobuust worden gebouwd. Waterschappen verwachten hiervoor creatieve en innovatieve oplossingen van de bouwsector. De factor water is geen lastige kostenpost, maar de mogelijkheid om innovatief duurzame oplossingen voor onze leefomgeving te vinden. De waterschappen en de bouwsector werken inmiddels met een gezamenlijke visie aan de opgaven in de waterbouw en het intensiveren van de relatie met bouwpartners, particuliere eigenaren en woningcorporaties is ook in het stedelijke domein een belangrijk aandachtspunt. De waterschappen willen immers dat in het ontwerp van de gebouwde omgeving klimaatverandering en water een steeds nadrukkelijkere plek krijgen.

 

7. Minder regenwater naar de zuiveringsinstallatie

Bij hevige regenval krijgt het rioolstelsel in korte tijd heel veel extra water te verwerken. De waterschappen stellen een andere inrichting van het rioolstelsel voor. In de Bedrijfsvergelijking Zuiveringsbeheer 2015 staat dat 50% van het water dat op de rioolwaterzuiveringsinstallatie aankomt afvalwater is. De andere helft bestaat voor het grootste deel uit regenwater (35%) en uit zogenaamd rioolvreemd water (15%). De waterschappen willen de hoeveelheid regenwater, die bij de zuiveringsinstallaties terecht komt, terugdringen om het zuiveren van afvalwater efficiënter uit te kunnen voeren. Via afkoppelen van hemelwater (in gescheiden stelsels) kan ervoor worden gezorgd dat het regenwater niet in het riool terecht komt. Hierdoor kan er worden bespaard op de zuiveringskosten en kan regenwateroverlast worden voorkomen.

Regelmatig updates ontvangen? Abonneer je op onze nieuwsbrief

0 Reacties

Geschreven door: Unie van Waterschappen
ma 27 feb

Meer inspiratie